dinsdag 20 september 2011

Preek startzondag 18 september 2011: Heb lief

Tekst: Psalm 36 en Romeinen 12: 9-21

Podcast/geluidsfragment

Wat zullen we zeggen over de liefde? De verleiding en misschien ook het verlangen is groot om een groots en meeslepend verhaal af te steken over de romantische liefde, waarin net als in Hooglied de dimensie van de liefde van God en mens doorklinkt. Maar een dergelijk hoogverheven verhaal zou een gelijkgestemde reactie aan de uitgang kunnen geven: ik wou dat ik dat had. Of: ik wou dat ik dat kon.

Want liefde lijkt zo vaak onbereikbaar. Zelfs als je de vanzelfsprekendheid voelt van de liefde van iemand naast je of zelfs van een paar mensen meer om je heen; hoe onvanzelfsprekend en onbereikbaar kan de liefde vaak lijken? Hoe frustrerend kan het voelen dat het maar niet lukt om normaal om te gaan met die ene collega? Hoe liefdeloos zien we mensen met elkaar omgaan? Hoe makkelijk zien we mensen, zeker op internet, elkaar uitmaken voor van alles en nog wat? En hoe makkelijk is het om over anderen te praten zonder dat ze erbij zijn, of zonder dat jij erbij bent? Liefde, het is mooi. Maar wat kun je elkaar gauw pijn doen. Soms lijkt liefde op eieren lopen, zelfs in de dagelijkse omgang. Rekening met elkaar houden wordt zo wel erg behoedzaam door de porseleinkast manoeuvreren waarbij je wel iets om moet stoten. En zelfs wie van elkaar houden kunnen de onmogelijkheid ervaren om elkaar te bereiken omdat ieder voor zich te zeer vast zit in zijn eigen pijn, of om wat voor reden dan ook. En liefde, het kan je ook ineens ontglippen, soms zelfs ogenschijnlijk zonder enige aanleiding. Waar is de liefde gebleven?

Het tekent de pijn tussen twee of enkele mensen, of binnen een hele gemeenschap, als de liefde verdwijnt. Pijn om de mogelijkheid dat het gebeurt, pijn om de onmogelijkheid om het te voorkomen of te herstellen. Pijn om verlatenheid, eenzaamheid, miskenning, onbegrip en de ontgoocheling dat wat in liefde is gezaaid bruut wordt omgeploegd. Die pijn mag er zijn. Die pijn bepaalt ons bij ieders menselijke basisbehoefte om lief te worden gehad, omdat het niet goed is dat de mens alleen is.

Het is pas erg als er voor die pijn iets anders in de plaats gaat komen. Woede, kwaadheid, wraak. O, woede is zelfs nog begrijpelijk, het raast ook even lekker uit. Maar woede richt zich naar buiten, terwijl je binnenin alleen blijft met je pijn. Woede is vaak omgekeerde angst. Angst om pijn te worden gedaan, angst voor teleurstellingen, angst voor een reactie, angst voor de werkelijkheid misschien zelfs wel. Maar door de angst om te keren in woede duw je anderen juist weg, waardoor je juist alleen blijft, en onbegrepen en ongeliefd blijft. Zo herstelt een gemeenschap zich tussen twee of meerdere mensen niet.

Het stuk brief van Paulus aan de Romeinen lijkt een vermaning te zijn. En hoewel het dat in zijn vorm ook is, is het vooral een bemoediging. ‘Laat uw liefde oprecht zijn.’ Wanneer je het stuk teveel als een vermaning leest, dan kun je het gevoel krijgen dat je je negatieve gevoelens maar moet inslikken. En dan moet je ook nog blij zijn, en standvastig, zegenen en eensgezind zijn. Als dat de bedoeling zou zijn, kunnen we erop wachten dat frustraties naar boven komen en dat dan pas echt de beer los is. Waar Paulus denk ik wel voor wil waken is egoïsme. Daar bedoel ik dit mee: Paulus ontkent niet dat gevoelens van boosheid, of zelfs van vergelding en wraak, terecht zijn. Waar het misgaat is het moment waarop mensen in die gevoelens zichzelf centraal gaan stellen. Als Paulus zegt: ‘Wees verheugd over de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk’ dan wil hij ons uit onze eigen centrale positie halen en ons terugbrengen in de gemeenschap van mensen. Natuurlijk snap hij, en snapt God, dat er soms weinig reden is om blij te zijn, en voelt de hoop soms vervlogen, voelt het onmogelijk om zomaar over tegenspoed heen te stappen, en klinkt het ongepast vroom om maar te moeten blijven bidden. Maar Paulus wil van ons geen heiligen maken. Maar we vinden liefde alleen als we buiten onszelf treden en blijven vasthouden aan de hoop, zelfs als het tegen beter weten in is. Die hoop hoeft geen ontkenning te zijn van je eigen behoeften, maar mag je wel de kracht geven om die behoeften om te draaien naar iets goeds.

‘Zegen uw vervolgers’. Hoe wereldvreemd klinkt dat? Misschien laat het zich zo goed vertalen: laat het niet aan jezelf liggen. Het kwaad straft zichzelf wel. Is dat niet te gemakkelijk gezegd? Wel als je zelf in je wraakgevoelens blijft hangen. Maar van die gevoelens heb je zelf het meeste last. Dat is ook het frustrerende van haatgevoelens. Je zit er zelf het meeste mee, en het wordt steeds weer aangewakkerd als de ander, tegen wie je haat is gericht, er zich niets van aantrekt. Of: beter gezegd, je pijn niet erkent.

Daarom wil Paulus ons wegleiden van egoïsme. Want als je jezelf in het middelpunt zet, vang je zelf ook alle klappen op.

Doe het niet, zegt Paulus. ‘Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.’ Een waardevolle zin aan het begin van de Vredesweek. Maar meer nog een bemoediging. Stel alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven; ja, voor zover het in uw macht ligt. Hoor je? Dit gaat niet om onhaalbare idealen. Het gaat Paulus niet alleen om de anderen, maar ook om ons. En nogmaals, dat betekent niet dat we onze gevoelens moeten inslikken, maar dat betekent dat we ze moeten onderzoeken, en moeten proberen om te buigen naar iets goeds. Kan dat? Ja, dat kan. ‘Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.’ Dat gebed hoeft geen gebed te zijn over hoe goed u het allemaal gedaan hebt, maar daar kunt u uw gevoelens kwijt. En u kunt in gebed vragen dat God u helpt uw gevoelens om te buigen. En er is nog iets anders: waar kwaad vergolden moet worden, zal God het vergelden. Wie boter op zijn hoofd heeft zullen gloeiende kolen erbij geladen worden als je goed voor hem bent. Dat is het ombuigen waar ik het over had. Het gaat dan niet om genoegdoening van onze eigen wraakgevoelens, maar om het geloof dat de liefde zelf onderscheid maakt tussen goed en kwaad en recht en onrecht. En dat de liefde ons de erkenning geeft dat we mogen bestaan. Want uit liefde zijn we geboren, en uit liefde alleen kunnen we leven. Dat is een opdracht aan elkaar, maar ook aan onszelf. Dit zeg ik u: heb lief. De eerste Johannesbrief zegt: ‘Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten