
Hoe waarborg je
de toekomst van een kind? Veel van wat we doen en bespreken over onderwijs en
jeugdzorg is erop gericht om kinderen te beschermen. We willen er van alles aan
doen om onze kinderen te beschermen tegen de buitenwereld. Gek eigenlijk, dat
we het dan hebben over de wereld waarin we zelf leven en die we zelf gemaakt
hebben. Wat zegt dat over ons? Ik durf de stelling aan dat we eigenlijk continu
bezig zijn om onze kinderen tegen onszelf te beschermen, omdat we zelf deel uit
maken van die grote boze buitenwereld. En dat we de kinderen heel dicht tegen
ons aanhouden, maar daarom juist ook steeds weer de fout in gaan. Kijk maar
naar de vrouwen bij Salomo. Eén van de vrouwen heeft haar kind doodgedrukt. Een
afschuwelijk drama. Maar om haar leed te verzachten pakt ze het kind af van de
andere vrouw. Een nog afschuwelijker drama. Wat moet er door die vrouw heen
zijn gegaan toen ze haar kind wilde voedde, maar een dood kind naast haar zag
liggen, dat bovendien niet het hare was? Het is een afschuwelijk drama om je
kind te moeten verliezen, maar wat de eerste vrouw doet laat tegelijk zien hoe
weinig het haar om haar kind ging, maar om haarzelf. Blijkbaar maakt het haar
niet uit welk kind ze heeft, maar dát ze een kind heeft. En ik denk dat zij
niet de enige is. Het is weliswaar een cliché geworden dat je geen kinderen
neemt, maar ze krijgt. Maar veel meer gaat het erom dat je geen kinderen hebt,
maar dat kinderen jou hebben. Het mag voor jou als een roeping voelen om moeder
of vader te zijn, en een kind krijgen mag voelen als een vervulling van die roeping:
nog steeds draait het niet om jou maar om het kind. Een roeping voelen betekent
dat je geroepen bent je ergens aan te geven waar jouw kwaliteiten liggen, en ja
ook je levensvervulling. Alleen zit
die levensvervulling er bij een roeping in dat je je leven deelt, en in dit
geval leven geeft, aan anderen, en in dit geval kinderen.
Kinderen heb je
niet; een kind heeft jou. En wat de echte moeder laat zien is dat ze desnoods
haar hele leven verdriet wil hebben omdat ze haar kind moet missen, als haar
kind maar blijft leven. Liever dan dat haar kind in haar eigen armen sterft. En
dat is een drama. Ik moet hierbij denken aan de verhalen die we bij het
programma Spoorloos kunnen zien van moeders die hun kind ter adoptie aan
moesten bieden; en de emoties die je in de ogen ziet en de onverstaanbare taal
hoort als ze beseffen dat hun kind goed terecht is gekomen. Maar de Bijbel laat
het niet bij dit drama. Het oordeel van koning Salomo, waar het
spreekwoordelijke Salomonsoordeel
vandaan komt; dat oordeel is vrijspraak. Vrijspraak voor het kind, omdat het
een echte moeder heeft en niet geclaimd wordt.
Dat je kinderen
niet hebt, maar dat zij jou hebben, betekent dat je goed moet stilstaan bij de
verwachtingen die je hebt van een kind, om ze daarna meteen los te laten. Want
kinderen voldoen per definitie niet aan jouw verwachtingen; het zijn kinderen.
Ja, het zijn jouw kinderen en de appel zal misschien niet ver van de boom
vallen. Maar een kind is niet een miniatuurversie van jou of jullie, geen
mini-jij. Een kind is een kind, in zijn of haar eigen wereld, en het is jouw
taak het kind goed toe te rusten zichzelf te kunnen en durven zijn in de grote
mensen wereld.
Maar met die
grote mensen wereld gaan we zelf heel dubbel om. We zijn geneigd om onze
kinderen tegen die wereld te beschermen, die tegelijkertijd onze wereld is. Een
extreem voorbeeld dat waarschijnlijk ver van je af staat is een reactie op de
schietpartij op een basisschool in Amerika, waarbij onder andere 20 kinderen
van 6 en 7 jaar oud omkwamen. Een afschuwelijk drama. En er zijn mensen die het
verstandelijk vermogen hebben om hieruit een redenering op te zetten dat er dús
meer wapens op school moeten komen om deze kinderen te beschermen. Elke school
moet volgens deze mensen een bewapende beveiliger hebben. Want, luidt de
redenering: tegenover elk slecht mens met een wapen moet een goed mens met een
wapen staan. Volgens deze zienswijze is niet het wapen slecht, maar kunnen
mensen er slechte dingen mee doen. Achter deze zienswijze zit een visie op
vrijheid waar het recht van wapenbezit bij hoort om die vrijheid te verdedigen.
En je mag niet te snel oordelen over cultuurverschillen. Maar waar deze
zienswijze mank gaat is hierin: niet of een wapen wel of niet slecht is, maar
dat ieder mens in staat is iets slechts te doen met een wapen. En dat de kracht
juist uitgaat van het weerloze. En dat raakt me juist zo in deze discussie, nu
het om kleine kinderen gaat: de toekomst van kinderen waarborg je niet door ze
te beschermen tegen alles wat slecht is in de buitenwereld. De toekomst van
kinderen waarborg je door de buitenwereld veiliger en toekomstvoller te maken.
En die buitenwereld, dat is onze wereld.
Hoe gaat God
daarmee om? Misschien een onverwachte vraag, maar Hem noemen we toch onze
Vader. En uit het Oude Testament klinken beelden van een moeder. Het woord
barmhartigheid verwijst daarnaar: het gevoel van een moeder in haar schoot voor
een kind. Voor God is het helder: het is Zijn wereld, zijn schepping. En ja,
het is niet zo geworden als wat Hij ervan gehoopt had, en zoals Hij het wil. En
toch, het is Zijn wereld. En zo moet het ook voor ons zijn: al zijn wij geen
Schepper; we zijn toch wel scheppers van wat we zelf van ons leven maken. En al
is die wereld niet zoals we hem zouden willen laten zijn; we kunnen er wel het
beste van maken en hoe het je ook wendt of keert: het is ónze wereld.
En wat doet God
dan in Zijn wereld om er het beste van te maken? Hij komt in de wereld als een
kind… En niet zomaar als een kind. Nee, nota bene in een stal lazen we zojuist
weer en in doeken gewikkeld. Het is een teken, zegt de engel: dit pasgeboren
kind dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt is de redder, en de messias.
Dus: om Zijn wereld te redden stuurt God een kind. De omgekeerde wereld. Wat
reddeloos is moet de wereld redden. En hij is de messias, dat is de gezalfde,
een koning. Maar wat valt er van een ingebakerd kind voor machtigs te
verwachten? Het kind kan geen kant op. Dit kind stapt zo kwetsbaar als het is
een gevaarlijke wereld binnen. En toch is dat de manier om deze wereld te
redden, vindt zijn Vader, onze God. Niet om dat kind te gebruiken, maar om te
laten zien hoe je in kwetsbaarheid de wereld wint.
Hoe gaat Maria
daarmee om, zijn moeder? Maria moet hem kind laten zijn in haar en onze wereld.
En dat zal niet zonder pijn gaan. Simeon wijst haar daarop als hij eerst het
jonge gezin zegent, dat allereerst, en daaraan toevoegt aan Maria, dat zij ‘als
door een zwaard doorstoken zal worden’. Het zal niet goed aflopen met haar
kind, en toch kan ze het er niet voor behoeden dat dat gebeurt. Niet omdat God
het zo nodig wil, maar omdat dit de wereld is. Je kunt niet doen alsof de
wereld, onze wereld, niet slecht is. Een kind moet zo kunnen leven dat het de
gezindheid van de mensen leert kennen. En ja, dat kan soms heel verkeerd
uitpakken. Maar een kind kun je, om het echt mens te laten worden, er niet voor
behoeden. De toekomst van het kindje Jezus ligt ook niet in een hek om de stal
heen met gewapende bewakers aan de toegangspoorten.
De toekomst van
kinderen waarborg je niet door ze te beschermen tegen alles wat slecht is in de
buitenwereld. De toekomst van kinderen waarborg je door kinderen een veilige en
vooral ook eigen leefruimte te geven waarin ze dat leven kunnen ontdekken.
Daarom is een goede en veilige omgeving nodig waarin kinderen kunnen opgroeien,
en is dus ook goede jeugdzorg nodig. Maar ook onderwijs dat is toegesneden op
kinderen die extra hulp nodig hebben. De kansen van kinderen liggen juist
hierin ze niet te beschermen tegen wat ze niet kunnen, maar ze vertrouwen te
geven in wat ze wel kunnen. En daarbij zullen ze vallen, maar ook weer opstaan.
Want dat kunnen kinderen goed. De kracht van kinderen zit hem hierin dat ze
weerloos zijn. En als er één weet wat weerloosheid betekent, dan is dat wel dat
Kind uit die kribbe, die zijn hele leven lang weerloos is gebleven, is
gevallen… maar ook weer opgestaan.
Wees niet bang
om weerloos te zijn. En wees niet bang om los te laten. We bewapenen onszelf en
onze omgeving te veel om de diepe weerloosheid van het kind, maar daarmee ook
de toekomst te voelen. Het is niet altijd makkelijk, de wereld lijkt zo slecht.
Maar wij maken er net zozeer deel vanuit als ieder ander in die wereld. En we
beschermen de wereld toch ook niet tegen onszelf? Dus we moeten doen wat we
kunnen, niet om het kind te beschermen, maar om een veilige weg te effenen in
de wereld. Een betere wereld voor een kind begint bij jezelf.
Ik bewonder de
initiatieven om kinderen echt kind te laten zijn. Om kinderen, die wij
bijzonder noemen en wat extra aandacht nodig hebben, niet als een van de velen
te zien, maar het beste in ze naar boven te halen door te kijken naar wat ze
kunnen en niet naar wat ze niet kunnen.
Ik bewonder
diegenen, die ook durven zeggen dat natuurlijk alle kinderen bijzonder zijn en
aandacht nodig hebben, maar dat ze niet allemaal prinsesjes en prinsjes zijn
als vervulling van onze dromen, en dat ze gewoon kind mogen zijn en het goed
doen.
Ik bewonder die
ouders die durven loslaten, ook als hun kind het niet dreigt te redden. Die bij
wijze van spreken weer een touwtje door de brievenbus doen van de voordeur,
waardoor hun kind altijd mag thuiskomen.
Ik bewonder
diegenen, die kinderen die lastig of moeilijk gevonden worden, een luisterend
oor geven, een steuntje in de rug, hulp om niets, en misschien voor niets,
omdat ze geloven dat het kind er mag zijn, en het zin geeft ze dat gevoel, al
is het maar even, te geven.
Ik bewonder
mensen, die kinderen onder hun hoede nemen die elders niet veilig kunnen
opgroeien, en die kinderen als hun eigen kinderen liefhebben.
Ik bewonder de
ouders, die geen kritiek leveren op het alcoholgebruik van hun kinderen, maar vragen
naar wat jongeren bezighoudt, en vragen stellen bij het beleid van de horeca en
de drankenindustrie die dat faciliteert.
Ik bewonder
mensen, die niet blijven bij het klagen over hangjongeren en overlast op
straat, maar initiatief nemen en initiatief steunen om ze een plek te geven, om
ze aan te spreken, om ze op te voeden.
Ik bewonder
ouders, die hun kinderen opvoeden, ze grenzen durven stellen, en zo overzicht
en orde in de chaotische impulsieve wereld leren scheppen.
Ik bewonder
kinderen, die spelen en fantaseren, die durven vallen, en weer opstaan; die
onvoorwaardelijk lief kunnen hebben, die de wereld eindelijk wat lichter kunnen
maken, zoals dat ene Kind deed voor ons allemaal.