zondag 11 februari 2018

Wat moeten we toch met genezingsverhalen? Preek Waalwijk 11 februari 2018, Waalre en Giessenburg


Wat moeten we toch met die genezingsverhalen? Wat moeten we überhaupt met die wonderverhalen? Hoezeer ze ook in de bijbel bedoeld lijken te zijn om geloof bij ons te wekken, stellen ze het geloof van veel mensen op de proef, of maken ze het zelfs onmogelijk. Voor hen zijn de verhalen ongeloofwaardig. En ook anderen die nog wel geloven, maar niet met deze verhalen uit de voeten kunnen zeggen: dat kun je toch niet meer geloven? Dus: wat kunnen we nog met deze verhalen?

Wantrouwend 

Ik stelde die vraag aan een aantal mede-gemeenteleden. En de eerste twee reacties waren opvallend genoeg tegengesteld. Mooi om daar eens mee te starten. De eerste was: is het niet vreemd, en zijn we zo wantrouwend, kleingelovig zo je wilt, dat er een wonder nodig is om in God te kunnen geloven? Als je naar het verhaal van Naäman kijkt, krijg je inderdaad de indruk dat hij pas na zijn genezing toegeeft: 'Ik wist wel dat er behalve in Israël in de hele wereld geen God is.' Ja, lekker makkelijk, achteraf. Is geloof echt iets bij mensen van 'voor wat, hoort wat'?

Voor wat hoort wat? 

'Allemaal leuk en aardig', zegt een ander. 'Maar werkt dat ook andersom zo? Dat het ook bij God 'voor wat, hoort wat' is? Dat ik pas wordt genezen als ik voldoende geloof?
En heeft mijn ziekte, net als die bij Naäman, een rol om bij God te komen? Heeft hij daar een bedoeling mee? Is dat een beproeving? Ik kan dat niet geloven en ik wil dat ook niet meer geloven. Waar in het verhaal het wonder tot geloof lijkt te leiden, staat het verhaal van het wonder mij bijkans in de weg om te geloven.'

Wonder dat geloof in de weg staat

De eerste reactie is een sterke observatie van wat er in het verhaal gebeurt. De tweede een intense ervaring van hoe zo'n verhaal kan doorwerken in je eigen geloof. Samengenomen leidt het tot de vraag wat de zin is van zulke verhalen als deze genezingsverhalen. En dan wil ik beginnen bij het laatste, dat het verhaal van het wonder je geloof juist in de weg kan staan. Want eerlijk gezegd, Jezus heeft daar ook last van. Lees maar eens terug in het verhaal hiervoor. Via diverse genezingen komen de mensen erachter dat Jezus echt iets te vertellen heeft. Zijn woorden uiten zich namelijk in daden. Ze blijven niet in het luchtledige hangen, maar brengen iets teweeg.

Terugschrikken

Maar Jezus lijkt er wat voor terug te schrikken. Of althans, hij is er heel voorzichtig mee. Hij staat niet toe dat mensen er iets van zeggen, staat er in vers 34. 'Want', staat er dan mysterieus achteraan, 'ze wisten wie hij was.' Het is blijkbaar heel kwetsbaar voor hem, dat zijn woorden tot daden leiden. En hij gaat het dan ook enigszins uit de weg. Dat wil zeggen: hij gaat vroeg in de ochtend, als het nog helemaal donker is, naar buiten en loopt naar een eenzame plek om te bidden. Ik zie dat als een moment van concentratie. Blijkbaar leiden al die wonderen hem teveel af. En, leidt het teveel af van wat Jezus eigenlijk komt doen. Want als zijn leerlingen hem vervolgens gaan zoeken en hem gevonden hebben zeggen ze: 'Iedereen is naar u op zoek'. En Jezus zegt dan: 'Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan.'

Waar draait het om?

Ondanks dat de verzen hieromheen volstaan van de genezingsverhalen, is het Jezus om iets anders te doen. Het gaat over genezingen, maar het draait om... ja waar om? Waar draait het om? Om het goede nieuws te vertellen, zegt Jezus. En dan gaat hij de hype rondom de wonderen liever uit de weg. Curieus. Want wat zou hij daar veel mensen mee helpen. Veel mensen nu ook nog die reikhalzend uitzien naar genezing. Maar zoals je ook nergens in deze verhalen leest dat die genezing volkomen is, dat hij álle mensen geneest - wel veel, maar niet alle - zo is dat ook nu niet zo, misschien zelfs nog minder. Jezus is geen wonderdokter, hoezeer deze voorbeelden dat ook lijken te beweren. En hoezeer wij dat ook misschien wel zouden willen. Of allang niet meer verwachten, misschien zelfs niet meer kunnen geloven.

Goede nieuws 

Jezus blijft geconcenteerd en houd zijn focus op iets anders: op het brengen van het goede nieuws. Wat was dat goede nieuws? We lezen het aan het begin van het evangelie van Markus als Jezus zegt: 'De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij.' Met een oproep: 'Kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.'

Genezingen om te onderstrepen 

En om die oproep kracht bij te zetten gebeuren vervolgens die genezingen. Bij Naäman zien we dat dàt hem over de streep trekt: 'Ik wist wel dat er behalve in Israël in de hele wereld geen God is.' En dit was niet eens zijn eerste kennismaking met hem. Of misschien was dit wel de eerste wederzijdse kennismaking, maar God bemoeide zich al langer met Naäman. In het eerste vers staat er namelijk: 'Naäman, de bevelhebber van het Aramese leger, stond bij zijn koning in hoog aanzien en werd zeer door hem gewaardeerd, want de Heer had hem voor Aram een grote overwinning laten behalen.' Let op: er staat niet dat hij die overwinning op Israël had behaald hè? Maar God bemoeide zich dus al wel eerder met Naäman, en de genezing maakt dat hij over de streep getrokken wordt.

Afstandelijke Elisa en nabije Jezus

Dat het niet om die genezing gaat, zien we aan de afstandelijke houding van Elisa. Hij komt niet naar buiten en geeft zijn knecht instructies mee. Daarmee zien we iets tegenovergestelds met de benadering van Jezus. Iemand wees me daarop. Jezus raakt immers de man wel aan. Toen ik me daarop nader ging concentreren vroeg ik me af of Elisa's afstandelijkheid en Jezus' nabijheid misschien twee kanten van dezelfde medaille zijn. Want ze hebben namelijk ook een tegenovergesteld iemand voor zich. Naäman is een man met aanzien. In onze tijd zouden we zeggen: iemand op wie alle camera's gericht zijn. De man met huidvraat die Jezus ontmoet heeft zelfs geen naam. En bovendien is hij door zijn aandoening ook nog eens in de marge van de samenleving beland. Want waar je mee omgaat word je mee besmet, en dat wil je niet. Deze man is dus iemand op wie de camera's juist niet gericht zijn.

Camera's mijden 

De houdingen van Elisa en Jezus zijn daarom ook tegenovergesteld. Degene op wie de camera's gericht zijn, Naäman, verwacht een warm onthaal en vooral: aandacht. Degene op wie de camera's niet gericht zijn heeft niet eens meer hoop op aandacht misschien. En dan houdt Elisa afstand tot Naäman. En Jezus raakt de man juist aan. Als je niets meer verwacht...

Jezus lijkt ook de camera's te mijden. Zo gauw bekend wordt wat zijn goede nieuws teweeg brengt bij mensen zitten die camera's, al die aandacht van mensen, hem in de weg. En zoekt hij de rust op in het ochtendgloren om zich opnieuw te concentreren en mijdt hij de massa die naar hem op zoek is en wijkt hij uit naar omliggende dorpen.

Jezus heeft de media niet nodig 

In dit mediatijdperk is het raar om te zeggen, maar Jezus heeft de media niet nodig. Hij kan ze eerlijk gezegd missen als kiespijn. En ergens begrijp ik hem wel. Misschien wel juist als internetdominee en als iemand die ook wel geniet van media-aandacht. Want hoewel het leuk is als er aandacht is voor wat je zegt en doet, ik ervaar ook wat voor een lege drukte die aandacht kan zijn.

Belasting voor de ziel

Toen we de Shaffydienst gingen organiseren, dit jaar alweer tien jaar geleden, toen was het natuurlijk leuk dat dit werd opgepikt door krant, radio en tv. Maar toen het ANP lucht kreeg hiervan en het rond ging sturen, toen kwam er ineens zoveel aandacht, dat ik merkte: ik kom niet meer aan de inhoudelijke voorbereidingen toe. Nu luwde de aandacht wel weer snel, waardoor dat toch lukte, maar ik voelde wel: dit is wat media-aandacht ook met je doet. Het is een fantastisch podium, maar het kan je zo gauw afhouden van de inhoud. En die inhoud vindt niet op dat podium plaats, maar ernaast, in de luwte, in de kleine verhalen, in de relatieve eenzaamheid, in de rust. Hoe langer ik internetdominee ben, hoe meer ik ook de media kan ervaren als een belasting voor de ziel, die al je energie uit je slurpt van de ene hype naar de andere.

Genezingen zijn heel link 

Daarom is het heel link wat Jezus doet met die genezingen. Want voor hij het weet gaat het alleen nog maar over die genezingen. Terwijl die genezingen juist mensen over de streep moeten trekken om meer over de inhoud te willen weten. Daarom houdt hij het dus liever allemaal stil. Had hij het niet beter zonder genezingswonderen kunnen doen? Kijk, en dat is nou het dubbele. Niet omdat Jezus het toch eigenlijk wel nodig heeft om bekend te worden, en dus ook een stuntje uit moet halen. Wel omdat genezing, dat wil zeggen heling, heel maken van wat niet in orde is, kapot is zelfs, wel de daad bij het woord is van het koninkrijk dat nabij is. Geloof je daar dan in, zul je zeggen? Ja, zeg ik aarzelend, maar dan als deel van de inhoud van geloven. Ik geloof dat God ons kan helen. In diverse dingen die niet meer heel zijn, kapot zijn, gebroken, mislukt zijn, of hoe je het ook noemen wil. Als ik aan het koninkrijk van God denk ik daaraan. Vrede, verzoening, herstel, nieuwe schepping, vergeving, en ja, ook genezing. Niet als voorwaarde voor en niet als uitwerking van ons kleine geloof, ook niet op afroep, of als teken dat je goed zit. Gods tekenen zijn zo bescheiden, en zelfs in Jezus' tijd niet overal en bij iedereen, omdat het niet daarom gaat, maar om de nabijheid van Gods koninkrijk in ons leven hier. In alle gebrokenheid, in alle onafheid, in alle ziekte, pijn en dood.

Focus je niet teveel op wonderen 

Staar je dus niet blind op die genezingen, en de wonderen in het algemeen. De reden waarom Jezus ze in het verborgene wil laten gebeuren is omdat voor je het weet het anders alleen maar daarover gaat. Wij moeten ons dus ook niet teveel daarop focussen, maar kijken waar ze naar verwijzen. En ze verwijzen naar het goede nieuws dat Jezus brengt: 'De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.' Kom tot inkeer, dat is: richt je op iets anders. Niet op het grote, alles waar iedereen zich blind op staart, maar op het kleine, wat in het verborgene, tussen mensen, tussen God en mens, soms even, in een oogwenk, of diep gevoeld in een lied of een meditatieve wandeling, een boek of een gedicht, gebeurt dat iets van het koninkrijk van God laat zien. Waarin het leven weer heel is. En daarvoor hoef je niet naar de media. Het staat gewoon in de bijbel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten