Posts tonen met het label 1 Timoteüs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1 Timoteüs. Alle posts tonen

dinsdag 20 juli 2010

Oefen je geloof - preek over 1 Timoteüs

Twee weken geleden in dit huis en vorige week in Baardwijk stonden we stil bij de achtergronden van de brief van Paulus aan Timoteus, waar we ook vandaag uit lezen. Het is een brief die een antwoord geeft op een trend in de gemeente van Efeze, waarin mensen in de gemeente zich afsluiten van de buitenwereld. Ze zijn niet meer bezig met het leven hier en nu en hoe je de wet van God kunt leven in je leven. Maar ze zoeken naar een hogere en diepere kennis die hen bevrijdt, verlicht van dit leven in deze wereld. Het is een moeilijke tijd daar voor de gemeente in Efeze, merkten we. In de zestiger jaren van de eerste eeuw ontvallen steeds meer eersten getuigen aan de gemeente en daardoor ook de mogelijkheid om rechtstreekse antwoorden te krijgen op vragen. Tegelijkertijd merken de gelovigen dat de wederkomst van Christus uitblijft, zodat ze toch iets moeten gaan doen met de tussentijd. En die tussentijd geeft nieuwe vragen, waar het al helemaal moeilijk antwoorden op vinden is. Een onzekere tijd dus. En als de gemeente dan ook nog eens te lijden heeft onder vervolgingen in een wereld de niet-christelijk is, dan begrijp je ook wel dat mensen zich afsluiten. Maar ze doen dat ook in hun geloof; en dan gaan ze de mist in volgens Paulus. Het geloof moet hier en nu in dit leven geleefd worden, met alle uitdagingen en bedreigingen erbij, ja zelfs vervolgingen. De toekomst vind je niet in de toekomst, maar vindt zijn oorsprong hier en nu, vandaag in ons leven. Vandaag begint de toekomst.

Zo is het ook bedoeld als Paulus over de eindtijd spreekt. Dat is niet een tijd ergens ver aan een onbepaald einde van de wereld. Nee, de eindtijd is nu begonnen. Dat is de tijd van nu tot de wederkomst van Christus, waar de gemeente reikhalzend naar uitziet. We moeten dan niet zozeer denken aan een sekte die het einde van de wereld afwacht, maar aan ons gelovige verlangen dat God alles rechtzet, en dat Hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde schept. Waarin het gedaan zal zijn met al het lijden en alle onvolmaaktheid en liefdeloosheid. Het gevoel bij de eindtijd is een gevoel dat de tijd op springen staat. Dat de tijdsgeest reikhalzend verlangt naar een doorbraak, die van buiten moet komen. Dat er zoveel chaos is in de wereld, dat er een nieuwe orde moet worden geschapen. Voor de gemeente was dat ook een chaotische wereld van een enorme omnireligieuze omgeving. Overal om je heen was religie, in allerlei soorten en veelvoud. En in die chaotische veelvoud verlangt de gemeente ernaar dat de wereld voleindigd wordt door die Ene God, dat de Geest haar vult, een totaal andere wind door de wereld waait, die net als bij de Schepping, alles nieuw maakt.

Misschien voelt u aan dat voor veel religieuze mensen onze tijd ook op springen staat. Dat alle complexiteit, alle gejaagdheid en alle crises in de wereld op het gebied van economie, milieu en vrede vragen om een antwoord, schreeuwen om een doorbraak, een nieuwe beweging in de wereld, ja zelfs het gevoel geven dat het einde nabij is. Dat roept bewegingen op van mensen die het einde snel verwachten en zich afzetten tegen de wereld.

Maar Paulus laat ons iets anders zien: het einde is niet nabij. De eindtijd is er al. Hier, vandaag, nu, leven wij met het verlangen dat alles anders wordt. Omdat alles anders is geworden met het sterven en opstaan van Christus, en de toekomst dus nú al is begonnen. Die toekomst zweeft niet ergens in het ongewisse. Die heeft zijn oorsprong vandaag, hier en nu.

We hebben er eerder bij stilgestaan dat geloven onvanzelfsprekend is, omdat het niet uit jezelf of uit de wereld, maar van God komt. De mensen die Paulus voor zich ziet hebben echter volgens hem hun geweten dichtgeschroeid, het huwelijk verboden, en geboden zich van voedsel te onthouden. En zegt Paulus erbij, voedsel dat God heeft geschapen, en goed heeft geschapen. Deze mensen zonderen zich af van de wereld en de gebruiksaanwijzing zoals God die goed gemaakt heeft en gaan hun eigen weg. In reactie op de ongelovigen in het dal die God ontkennen, gaan zij op de bergtop zitten wachten op het eind van de wereld, en houden zich niet met aardse zaken bezig. Maar geen enkel plantje, dat goed is geschapen, kan groeien in het luchtledige. Ja, een plantje heeft lucht nodig, maar zijn wortels moeten in de aarde geankerd zitten. Zo is het ook met geloven. Zo kun je ook niet alles van je buik en je onderbuik verachten, en alles daarboven vergeestelijken. Geloven gaat ook over je lichaam, en omgang met mensen, over relaties en eten en drinken, over geneugten en genot, over werken – en daar heeft God goede aanwijzingen voor gegeven, omdat hij alles goed heeft geschapen. Je moet niet denken dat door dat alles weg te laten je zo vergeestelijkt en vroom kunt geraken dat je vanzelf wel behouden blijft. Wie zich zo afsluit van de wereld en verlangt naar het einde veronachtzaamt dat deze wereld het toneel is van de eindtijd. Dat de toekomst nu begonnen is en dat we er nu werk van moeten maken, met en in de wereld.

Als je zo de achtergronden van de brief kent ga je hem ook anders lezen. Als Paulus zegt dat de oefening van het lichaam wel enig nut heeft, dan bedoelt hij dat ook echt zo, en vindt hij het niet nutteloos. Oefen in een vroom leven daarenboven, ja natuurlijk. Een mens is niet alleen zijn lichaam. En we hebben ons geweten om met de wereld, met elkaar en met onszelf om te gaan. Maar oefen dat vrome leven dan ook. Als we in een tijd leven waarin uiterlijk heel belangrijk is en we erg gebrand zijn om jong te blijven, zonder dat we daar nu iets aan veroordelen, maar als het zo belangrijk is dat we verzorgd leven, dat je moeite doet om een beetje gezond te blijven en goed wil overkomen; doe dat dan ook met je geloofsleven. Blijf bezig met de vragen van alle dag. Laat je geloof aarden in je leven. Voed jezelf met de woorden van het geloof. Vraag jezelf niet af hoe het zou zijn als… of als deze wereld er zo niet was. Verlies jezelf niet in toekomstbeelden van hoe de wereld eruit zou zien als alles goed was en dat je daar nu niets aan kunt doen. Net als bij het verzorgen van je lichaam, ligt ook bij het verzorgen van je geloof de valkuil van het streven naar perfectie op de loer. Maar dat hoeft niet. Want: de geschiedenis is in Gods hand. Hij leeft met ons mee. De fout die de mensen in Efeze maken is dat ze God niet toevertrouwen de geschiedenis te beheersen, maar zelf bepalen hoe de wereld zal zijn. Nee, de toekomst hangt niet in het luchtledige, de toekomst begint nu: Oefening van het lichaam heeft wel enig nut, maar het nut van een vroom leven is grenzeloos, omdat het een belofte inhoudt, staat er, voor dit en het leven dat komen zal.

Oefen je in geloof, blijf zoeken naar antwoorden en wacht niet af tot het wel eens goed zal komen. Hier en vandaag begint de toekomst. Het is de hoop die ons drijft, het geloof dat ons steunt, en de liefde die ons bindt aan elkaar en aan God, onze Vader.

donderdag 24 juni 2010

1 Timoteüs: een actuele brief uit een gespannen tijd

Deze weken klinken in diverse kerkdiensten en kindernevendiensten stukken uit de eerste brief aan Timoteüs. Hieronder een inleiding:

Achtergrond

De eerste brief aan Timoteüs is geschreven door de apostel Paulus. De brief behoort samen met 2 Timoteüs en Titus tot de pastorale brieven. Dit zijn brieven aan pastores van de gemeenten die Paulus met hun hulp heeft gesticht, in Efeze (Timoteüs) en op Kreta (Titus). Zij zijn zijn leerlingen (‘mijn waarachtig kind in het geloof’ (1:2)), zijn opvolgers. Paulus zal kort na het schrijven van de brieven in Rome de marteldood sterven tijdens de vervolgingen door keizer Nero (67 na Chr.). Het gaat Paulus in de brieven om de herderlijke zorg in de gemeenten. Hiervoor geeft hij aanwijzingen.

Het is lastig om precies aan te geven wat de relevantie is van de brieven in het Nieuwe Testament, omdat ze overduidelijk een doelgroep hebben, een bepaalde gemeente, en dat zijn wij niet. Toch hebben de brieven een overstijgende betekenis, omdat ze lijnen hebben uitgezet voor de theologie en de opbouw van de eerste gemeenten. Die kunnen ons nog steeds inspireren. Het zijn die lijnen die belangrijk zijn, en niet zozeer de meer tijdgebonden ingrediënten als de positie van de vrouw (2:8 e.v.).

We lezen dat Paulus zich richt op de dwaalleraars, die blijkbaar een afwijkende leer onderwijzen (1:3). Maar om die leer te begrijpen moeten we eerst kijken in welk tijdsgewricht het zich afspeelt.

Tijd

We zitten in de zestiger jaren van de eerste eeuw. In deze tijd zijn de leiders van het eerste uur (Jakobus, de broer van Jezus, Petrus e.a.) weggevallen. Als de afstand tot de tijd dat de Heer zelf op aarde was groter wordt (ook omdat de eerste getuigen er niet meer zijn), worden de antwoorden op de gerezen vragen en problemen ook moeilijker. Het enthousiasme over de snelle wederkomst wordt minder en daardoor de invloed van de vijandige houding van de omgeving meer. Mede door de vervolgingen, en het wegvallen van de leiders, verdwijnt langzamerhand de centrale leiding van de kerk en de ervaring van eenheid van alle christenen. Men wordt in de concrete nood op zichzelf en op de eigen groep aangewezen. Dit alles lijkt direct te maken te hebben met de dwaalleer die Paulus in Efeze ziet ontstaan.

Leer

Helemaal duidelijk wordt het ons niet wat nu precies die dwaalleer is, omdat er nauwelijks uitleg is in de brieven. Wel maken we eruit op dat de dwaalleer een vroege vorm is van een latere veroordeelde leer, waar we meer van weten, de gnostiek. Gnosis betekent kennis. En in de tegenstelling in de brief tussen Paulus’ leer en de dwaalleer gaat het om geloof tegenover kennis.

De dwaalleer gaat ervan uit dat je door te teksten heen tot een diepere of hogere kennis kunt komen. Vergelijk het met de manier waarop in de Da Vinci Code geheime boodschappen zouden zijn verstopt in het schilderij van het Laatste Avondmaal. Het verkrijgen van die geheime kennis zorgt ervoor dat je je los kan maken van het aardse, het materiële, zodat je weer verenigd wordt met het goddelijke. Volgens de christelijke gnostiek is de wereld namelijk opgebouwd uit twee delen: ziel en lichaam, en zijn die op aarde met elkaar verenigd, maar passen ze eigenlijk niet bij elkaar. Het leven moet er dan ook op gericht zijn dat je de hogere kennis vergaart, zodat je verlost wordt. God is dan niet degene die jij dient, maar die jou dient om tot die verlossing te komen. Het is dus een soort zelfverlossing. Daarom staat die haaks op de leer die Paulus verkondigt. Immers, een mens leeft van genade alleen. We verlossen onszelf niet, maar worden verlost door het sterven en opstaan van Christus. En bovendien is de wereld niet in tweeën gedeeld, maar zijn ziel en lichaam één. Het materiële is niet slecht. Je hoeft je er niet aan te onthouden (let in dit verband op de frappante zinsnede dat aan een ‘opziener’ en een ‘diaken’ allerlei strenge eisen gesteld worden, maar als het over drinken gaat staat er veel losser dat hij niet teveel of overmatig veel wijn mag drinken…).
Let ook eens op hoe hij een vroegchristelijk lied citeert: ‘Hij [Jezus] is geopenbaard in een sterfelijk lichaam’ enz. (3:16). Paulus noemt dat nota bene een mysterie!

Dit is dus het kader waarin Paulus zegt: 4: 1 Maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren. 2 Ze worden hiertoe aangezet door huichelachtige leugenaars, die hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid, 3 die het huwelijk verbieden en hen dwingen tot onthouding van voedsel dat God geschapen heeft om door de gelovigen, die de waarheid kennen, onder dankzegging te worden gegeten. 4 Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen, 5 want het is geheiligd door het woord van God en door het gebed.
Paulus heeft, hoe streng hij ook mag klinken in zijn leer, juist oog voor het alledaagse en materiële leven. En het is daarom dat hij jonge weduwen niet de mogelijkheid wil onthouden om het hertrouwen en kinderen te krijgen (hoofdstuk 5).

Effect van de dwaalleer

Welk effect heeft deze dwaalleer concreet? Het effect van deze dwaalleraars die naar zelfverlossing zoeken en naar afstand van het aardse, is dat de gemeente zich afsluit. Wellicht gaat dat hand in hand met de positie in de samenleving, waarin men steeds meer in de verdrukking komt, dat acht ik niet onmogelijk. De gemeente wordt door de dwaalleer een soort mystiek genootschap waarin ingewijden in de diepere geheimen worden ingewijd, waar gewone stervelingen niet bij kunnen. Paulus’ nadruk op de vervolgingen en de openheid waarmee hij ze tegemoet wil gaan, is dan ook vooral dat het geloof in het alledaagse leven moet worden geleefd. Dat de wet om het leven van alledag gaat. Dat je je niet moet afzonderen, noch materiële zaken moet afwijzen, maar rechtschapen moet leven. Want de wereld is goed geschapen!

Wat zou pastor Tim in onze tijd tegenkomen?

Voor ons leven in de 21e eeuw vraag ik me af, of Paulus zich niet zou richten op alle zelfhulpboeken, in een tijd waarin spiritualiteit privé wordt geacht te zijn en het geen direct effect mag hebben op het leven van alledag. En de omgevingsfactoren zoals die in Paulus’ tijd waren tijdens de vervolgingen, kunnen we die naar nu vertalen door te zeggen dat veel mensen in hun spirituele zoektocht een kloof ervaren tussen het jachtige en machtige bestaan en hun verlangen?
Of het nu de Da Vinci Code (als fictie bedoeld, maar niet door iedereen zo begrepen) of The Secret of een of ander spiritueel zelfhulpboek is, uiteindelijk moeten we het niet hebben van het geheim om gelukkig te worden, maar van de genade alleen. Dan hoeven we ons in onze spiritualiteit niet af te zonderen, maar kunnen we volop in het leven zoeken naar hoe we ons leven moeten leven. Daar hebben we Gods wet voor. ‘Het nut van een vroom leven is grenzeloos, omdat het een belofte inhoudt voor dit leven (!) en het leven dat komen zal.’ (4:8)