vrijdag 28 juni 2013

Bijzonder project voor dak- en thuislozen krijgt steun Protestantse Gemeente - Breng kleur in de grijze gebieden van onze samenleving

‘Laat je hart zien.’ Dat is het motto van Stichting Het Passion. Vanuit hun passie om iets te betekenen voor dak- en thuislozen in de grote steden stichtten Piet en Heleen van Pelt in Hummelo (Gelderland) een pension. Hier geven zij dak- en thuisloze mensen de kans om in een time-outperiode rust te vinden en zich te heroriënteren. De diaconie van de Protestantse Gemeente Waalwijk wil graag uw aandacht vragen voor dit project in een bijzondere kerkdienst, die gehouden zal worden op zondag 30 juni om 10.00u in de Ambrosiuskerk. Piet en Heleen van Pelt zijn aanwezig om hun verhaal te vertellen, waarin hun droom uitgroeide tot dit grote project. Dominee Otto Grevink gaat voor. Singer-songwriter Anne-Linde van de Veen zingt in deze dienst.

Het Passion is in Hummelo in een vrijstaande boerderij ontstaan vanuit de passie van oprichters Piet en Heleen van Pelt. Zij wilden kleur geven in de grijze gebieden van onze samenleving. Zij ervaren het als een wonder hoe vanuit hun passie dit project met steun van zovele geldschieters en vrijwilligers kon ontstaan. We lezen in de dienst dan ook het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging, waarin de leerlingen van Jezus zien hoe tot hun verwondering iedereen kan delen in de vijf broden en de twee vissen.

In Hummelo geeft Het Passion dak- en thuisloze medemensen de kans om in een time-outperiode rust te vinden en zich te heroriënteren. De dak- en thuisloze medemens vindt in de Time-outvoorziening rust voor een periode van 4-6 weken. Ze komen weer op adem en voelen zich wat meer mens. In deze niet-klinische omgeving krijgen zij professionele zorg, aandacht en verzorging om wellicht een stap te maken naar een behandeltraject of bijvoorbeeld een begeleid-wonen accommodatie. Het project wordt gedragen door diaconale vrijwilligers.

In de dienst zal Piet van Pelt aan de hand van het bijbelverhaal vertellen hoe zij hun project hebben ervaren. Zijn vrouw Heleen gaat met de kinderen mee om hun het verhaal te vertellen. In de dienst zingt singer-songwriter Anne-Linde van de Veen ,die dominee Otto Grevink nog kent van de vooropleiding die zij beiden volgden op een theaterschool. Ze kent het leven op straat en zingt mooie zelfgeschreven liedjes over het leven en de liefde.

Na de dienst is er nadere informatie te verkrijgen over het project. Hier krijgt u ook een inkijkje in alle producten die de bewoners tijdens hun creatieve activiteiten maken. Een voorproefje daarvan is te vinden op de website van de diaconie: www.diaconiepgw.nl, waar u ook meer informatie kunt vinden over dit project en deze dienst. De website van Stichting Het Passion is www.hetpassion.nl.


De diaconale accentdienst voor Het Passion wordt op zondag 30 juni gehouden om 10.00u in de Ambrosiuskerk in Waalwijk. De uitgangscollecte is uiteraard voor dit doel bestemd.

woensdag 26 juni 2013

Eerlijk(e) waar: de eerlijker Fairphone komt eraan!

Het team van Fairphone in Amsterdam
Eerder vertelde ik dat ik dit najaar wil overstappen naar een eerlijker mobiele telefoon: de Fairphone. Fairphone wil een mobiele telefoon produceren die eerlijker. Eerlijker, omdat de grondstoffen uit gebieden komen waar er niet om gevochten wordt. Eerlijker, omdat er goed gekeken wordt hoe arbeidsomstandigheden zo eerlijk mogelijk kunnen zijn. Eerlijker, door rekening te houden met het milieu, door een mogelijkheid te bieden twee simkaarten te installeren, zodat je geen twee telefoons nodig hebt voor bijvoorbeeld werk en privé. En door de onderdelen niet meer vast te lassen, maar vast te schroeven, zodat onderdelen vervangbaar zijn. En door niet automatisch een oplader mee te zenden, als je die zelf nog hebt (mini-USB). Zo werkt Fairphone van binnenuit aan een eerlijker productiesysteem, dat hopelijk de grote jongens inspireert. Mij in ieder geval wel en ik steun het graag. Inmiddels hoor ik dat meer mensen overwegen een Fairphone te kopen, en één heeft er al één besteld na mijn blog. Natuurlijk hoor ik ook argumenten om het niet te doen, omdat je al een telefoon hebt en die niet zomaar wegdoet. Natuurlijk. Wat zou een eerlijker telefoon voor zin hebben als we een ander daarmee voortijdig weggooien? Lekker eerlijk! En dan was er nog de vraag wat mij ervan verzekert dat ik werkelijk een telefoon krijg en het geld dat ik al betaald heb niet verdwijnt? Kijk, dat is nu het mooie van Fairphone. Eerlijk produceren betekent ook transparant zijn. Dus steeds open zijn over hoe ver het ermee staat en wat ze gaan doen om mij ook daadwerkelijk een telefoon te bezorgen. Dat doen ze met onderstaand filmpje bijvoorbeeld via hun eigen Vimeo-kanaal, en hun Facebook-pagina. Een voorbeeld van eerlijk zakendoen. En ach, natuurlijk blijft het commercieel. Laten we ook daar gewoon eerlijk over zijn. Maar commercieel vanuit een ideaal, om ook werkelijk iets voor elkaar te krijgen. Het is geen charitatieve instelling, maar het is wel een goed doel.

Fairphone: Pre-order explanation animation from Fairphone on Vimeo.

dinsdag 25 juni 2013

Hé gaode mee? En ge blijft altijd dominee!

Vanmiddag met allerlei koorleden van Phonè, Excelsior en mijn eigen koor Laudate Dominum meegezongen op de seniorenmiddag t.g.v. de feestweek van Sprang 700. De dorpskern Sprang bestaat 700 jaar en dat willen ze weten ook. Een heuse feestweek met eigen vlaggen en tal van activiteiten voor jong en oud is opgezet. Zaterdag mocht ik de taptoe van Muziekvereniging Marijke presenteren en vanmiddag meezingen in een gelegenheidskoor met Brabantse meezingers: 'Brabant' van Guus Meeuwis, 'Het leven is goed in het Brabantse land' en 'Hé gaode mee' - ach, zo goed is m'n Braobants nou ook weer niet, al kom ik uit Brabant. Maar het zingt lekker mee. En het is leuk om te doen. Misschien niet eens zozeer om wat er gebeurt, maar dat het gebeurt. En dat men er prijs op stelt dat je meedoet. Van mijn leven had ik nog nooit een taptoe meegemaakt. Tot vorig jaar voor het eerst, toen Marijke me vroeg voor haar jubileumtaptoe. En kennelijk is dat zo goed bevallen dat ik het weer mocht doen dit jaar. Het is mooi om mensen zo enthousiast te zien organiseren en repeteren voor iets waar ze hun hart en ziel inleggen. En ook op de seniorenmiddag zie je mensen, toch 90 man, genieten van de Brabantse middag. En dan is het vaak van: 'Hé, dat is de dominee'. Mensen zijn verrast dat je dat doet. Ik ervaar het als een bijzondere manier om steun te verlenen aan het verenigingsleven, in een samenleving die al zo verschraalt. En dat ik dan dominee ben, ook als ik iets doe met muziek en theater dat nu eenmaal mijn hobby is; ach, ik ben het. Het levert mooie contacten op en blijde gezichten. Ik heb maar een mooi vak zo! Bovenstaande foto werd gemaakt ter illustratie hiervan. De fotografe vond het wel mooi om ze bij elkaar op de foto te zetten: de dirigent, de troubadour en de zingende dominee. Aangenaam! 

maandag 24 juni 2013

Een rode draad door legio verhalen van mensen - preek 23 juni 2013


Te beluisteren via Kerkomroep

Het valt niet mee om in deze tijd te geloven. En dan bedoel ik eens niet dat het lastig is om in onze tijd de Bijbel te verstaan en je af te vragen hoe al die oude geloofsvoorstellingen ons nu nog iets te zeggen hebben. Dat bedoel ik niet. Het valt niet mee om in deze tijd te geloven, want: waar haal je de tijd vandaan? En dan gaat het mij er niet eens om dat het moeilijk is om tijd vrij te maken voor de kerkgang. En ja, natuurlijk hopen we dat er mensen bereid zijn om te voorzien in de openstaande vacatures. Maar dat is niet de kern van de zaak. De kerk bestaat niet voor zichzelf. En ook de vacatures zijn er niet voor zichzelf. De kerk, en de dingen die je erin kan doen zijn wel een kans om met geloof bezig te zijn en om je samen in te zetten voor wat je waardevol vindt.

Maar dan ga ik al een paar stappen te ver. Stappen die ik vandaag eigenlijk niet eens wil zetten, want nogmaals: dat is de kern niet. Wat is de kern dan wel? Ja, dat is misschien wel de grootste vraag. Want wat is de kern van het leven? Voel je een kern van je leven? Of is die net zo moeilijk te formuleren als het is om er tijd voor vrij te maken om daarmee bezig te zijn? Ons leven is behoorlijk druk. Gezin, werk, school, kinderen, kleinkinderen, verenigingen, activiteiten, vrienden, familie en zo nog vast veel meer vragen allemaal om hun aandacht. Dat lijkt van alle tijden, maar er is in onze tijd meer aan de hand. Het gaat er niet alleen om dat je in je ene leven je aandacht moet verdelen. Het gaat er ook om dat je leven verknipt kan raken door al die levensgebieden waar je in actief bent. Het leven kan door de drukte van zovele dingen in fragmenten uiteen vallen. Ben je thuis echtgenoot en ouder, of zelfstandig alleen, op je werk ben je collega, en dat werk doe je ook niet meer veertig jaar. Ook daar zit momenten in dat je opnieuw moet beginnen. De ene baan vloeit niet automatisch over in de andere. Het overkomt steeds meer mensen dat je voor een tijdje werkeloos kan raken, of zoals dat met het oog op de carrière beter klinkt dat je in between jobs bent, tussen twee banen inzit. Het is ook niet meer vanzelfsprekend om al die tijd in dezelfde plaats te blijven wonen, en zo kan ook een kerk een tussenstation zijn. Relaties gaan ook steeds vaker niet een leven lang mee, omdat ze gebonden zijn aan de plaats waar je woont, of omdat elke levensfase nieuwe vrienden geeft waarbij je de oude uit het oog verliest. En door scheidingen worden relaties alleen maar ingewikkelder, ook met wederwijdse relaties uit het verleden.

Kortom, op allerlei manieren kunnen er breuken ontstaan in je leven. Breuken in je werk, die je een totaal andere richting uit sturen. Breuken in relaties met mensen, en met de kerk. En dan gaat het vandaag er niet eens om dat breuken kunnen ontstaan door conflicten, want net zo goed kunnen er positieve keuzen achter zitten om met je leven een andere kant op te gaan. Om je juist te wijden aan je hobby en daarvan je beroep te maken of om je ergens voor in te zetten waar je wel inspiratie uithaalt. Waar het mij vandaag om gaat is dat je levensverhaal hierdoor in fragmenten uiteen kan gaan vallen. Fragmenten die niet zoveel met elkaar te maken hebben. Zoals jouw verschillende banen niets met elkaar te maken kunnen hebben of heel weinig. En je vriendengroepen uit verschillende fasen en gebieden van je leven enorm kunnen verschillen. En het zou dan aardig zijn om die verschillende vriendengroepen eens een karakteristiek van jou te laten geven. En dan zou het aardig zijn die eens te vergelijken. Is het mogelijk dat verschillende groepen vrienden, collega’s en familieleden en alle mensen die je uit het oog bent verloren aan vorige vrienden, ex-collega’s of zelfs ex-familieleden uit verschillende fasen en gebieden van je leven een verschillende karakteristiek geven? Of duidelijk laten zien dat jij een fragment van je leven met ze deelt en niet het geheel? En dat is op zich allemaal nog niet eens zo heel erg, en het kan ook best leuk zijn om die verschillende fragmenten van elkaar te horen. Maar wat is de rode draad? Dat is de vraag voor vandaag. Als er zoveel kans is in ons huidige leven dat je leven in fragmenten uiteen valt, en je levensverhaal daarmee een lappendeken wordt, wat is dan de rode draad door jouw levensverhaal? Natuurlijk, je maakt verschillende dingen mee in verschillende levensfasen. Mensen gaan en mensen komen en altijd weer is er een manier om verder te gaan. Maar wat als die overgangen ook echt breuken zijn en je nu niets meer te maken hebt met wie je vroeger was en wat je toen deed en met wie je toen was, wat is dan de rode draad door jouw leven? En: hoe hou je de rust om verder te gaan?

Zo komen we vandaag uit bij Legioen. Een wonderlijk verhaal van een naakte man die ver weg van de samenleving leeft. Een man die bezeten is door meerdere demonen, vertelt het verhaal. En die daarom Legioen heet. Hij is in bezit genomen door talloze demonen, door talloze stemmen die hem gek maken. Wie is hij? Geen idee, we horen eigenlijk geen naam, maar een nummer: ontelbaar. En deze Legioen gebruik ik vandaag als een beeld voor het leven dat in fragmenten uiteenvalt. Wanneer je leven zo in fragmenten uiteenvalt, wie ben je dan? Een ongemakkelijke vraag. Maar ga hem alsjeblieft niet uit de weg. Het gaat niet om een veroordeling, zelfs niet om een oordeel. Kijk maar naar Jezus. Hij neemt zelf de naam Legioen niet in de mond. Hij zoekt de mens achter die fragmenten, dat kind van God. En het ongemak bij dit kind van God is voelbaar. Hij roept luidkeels: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik smeek je, doe me geen pijn!’ Wat dubbel wat deze man zegt. Allereerst een geloofsbelijdenis dat Jezus de Zoon van de allerhoogste God is. Dus hij weet wie Jezus is. Maar hij wil niet met Hem te maken hebben, want hij vreest dat dat pijn doet. Maar de man blijkt zichzelf vooral pijn te doen. De drukte, die tot razernij leidt, maakt dat hij wat hem probeert te bedwingen, de boeien aan handen en voeten, kapot trekt en naar eenzame plaatsen gedreven wordt. Dus ondanks al die stemmen, al die fragmenten, alles waar hij misschien zich op zou kunnen beroemen; het neemt bezit van hem en het maakt hem eenzaam. O, mijn God, Jezus, doe hem alsjeblieft geen pijn. Maar Jezus wil hem geen pijn doen, maar hem wel redden.

En Jezus doet dat op een bijzondere manier. Een verhaal met varkens, waarbij hij toestaat dat de demonen zich daarin nestelen en niet de onderwereld in zouden hoeven gaan, waarna de varkens wel een steile helling afstormt en verdrinkt. Wat moeten we daarmee? Allereerst beter vertalen. Er staat niet de onderwereld, zoals we die kennen uit de Griekse mythologie, maar afgrond. En het ironische is dat Jezus weliswaar toestaat dat de demonen in de varkens huis gaan houden, wat echter betekent dat Jezus alsnog zijn zin krijgt, en de demonen in de afgrond ziet verdwijnen. Stuur hier niet meteen de Partij voor de Dieren op me af. Waar het in dit verhaal om gaat is dat de demonen bezit nemen van onreine dieren en zo hun bestemming krijgen die nodig is om deze man te redden. Deze man zit inmiddels gekleed en bij zijn volle verstand bij Jezus. Wat is er nu met deze man gebeurd? De demonen zijn als het ware uitgegumd in zijn leven. De scheidslijnen tussen alle fragmenten, alle stemmen in zijn leven zijn uitgegumd. En er is één lijn voor in de plaats gekomen. Een rode draad. Jezus trekt een rode draad door het leven van deze man. Een rode draad die, en nu ga ik wel heel erg op in de beeldspraak, ook weer kleren maakt zodat de man niet naakt en kwetsbaar blijft. Alle schommelingen, grilligheid, drukte en breuken in het leven zijn beter te hanteren als er een rode draad door je leven loopt waaraan je ze kan ophangen. Die rode draad is Jezus. Zijn boodschap van liefde en gerechtigheid, zijn verbondenheid met ons door de doop, zijn leven met ons en zijn Geest die ons op weg helpt, is de waarborg dat we niet broos en kwetsbaar geworden door alles wat er in het leven voorvalt en gebeurd is, in fragmenten, in stukken uiteen vallen. Dat is niet makkelijk om aan te nemen, want ergens geeft dat ook een gevoel dat je je leven dus niet op kan hangen aan jezelf, met alle plannen en alle overwegingen en overlevingsstrategieën die daarbij komen kijken. Natuurlijk leef je je eigen leven, maar God die met je meetrekt wil met jou zorgen dat alle delen van je leven bij elkaar blijven en dat je niet bang hoeft te zijn dat als je alle ballen niet in de lucht kan houden of niet kan omgaan met de breuken in je leven tussen verschillende verantwoordelijkheden en met het verleden, jijzelf eraan onderdoor zou gaan. Uiteindelijk is er maar één verhaal, dat van God met jou die tegen jou heeft gezegd: jij bent mijn kind. En we gaan er het beste van maken. En wie en wat er op je pad komt, wie je ook ontvalt of wat er ook uit je handen valt: je staat er niet alleen voor. Als je bang bent dat je leven doodloopt, is er altijd God die zegt: ik ben indertijd met Abraham op weg gegaan naar het beloofde land, om ook jou mee te nemen, om niemand achter te laten en uitzicht te bieden op dat beloofde land. Jij maakt met jouw leven geen bundel losse fragmentjes, die zo vluchtig zijn als twitterberichten, maar je schrijft mee aan de geschiedenis van God en mensen. Ook jij bent een verhaal, en Jezus is de rode draad. Hou die vast, en anders houdt hij jou vast. Zoals Jesaja zegt: ‘Al vragen ze niet naar mij, toch laat ik me raadplegen, en al zoeken ze mij niet, toch laat ik me vinden. Al roept dit volk mijn naam niet aan, toch antwoord ik: ‘Hier ben ik, hier ben ik.’


Zo gaan wij niet verloren, omdat ons verhaal deel uit maakt van Gods verhaal, met Jezus als de rode draad, die ons redt.

maandag 10 juni 2013

Van het paradijs naar de echte wereld - van iPhone naar Fairphone

Al jaren geniet ik van de appel in het paradijs. De iPhone is gewoon dé ideale telefoon. Ja, ik geniet van dat paradijs. Hij weet wat ik wil, en maakt het me heel gemakkelijk. Geen gedoe, werkt altijd. Je kunt er niet inkijken, om bijvoorbeeld de batterij eruit te halen als hij blijft hangen, maar dat doet hij dan ook nooit. Een iPhone vraagt om vertrouwen: geloof me nu maar, ik blijf werken en het jou makkelijk maken.

Maar daar gaat het nu mis tussen de iPhone en mij, in dat vertrouwen. Want ik kan er inderdaad niet inkijken en er ook niet achter kijken. En wie van de appel eet, valt onherroepelijk uit het paradijs in de echte wereld, en ziet dat de belofte van de appel nep is. Zo ideaal is de wereld van mijn mobiele telefoon niet. Het is een dichtgeschroefd en -gelast systeem dat ik niet zie als ik gewoon meega in de stroom van mensen die achter de Apple's en Samsungs van deze wereld aanrennen. Het is een systeem van mensonwaardige arbeidsomstandigheden voor mensen in de metaalmijnen in Afrika, en voor mensen die in China telefoons produceren. Het is ook een systeem van verspilling: een kapotte batterij of een kapot onderdeel betekent een nieuwe telefoon, en dus weer een nieuwe gang door de mensonwaardige en bovendien milieuonvriendelijke productielijn.

Hoe verander je zo'n systeem? Ik hoor je denken: 'Niet'. Nee, de wereld verandert niet in één keer. Maar wel in stapjes, en als je bij jezelf begint. Een kleine groep mensen begon bij zichzelf en voor zichzelf: een eigen bedrijf dat een smartphone gaat maken op een zo'n eerlijk mogelijke manier. Om zo een klein begin te maken, en de grote bedrijven te inspireren om te volgen. Met mineralen uit conflictvrije gebieden. Met goede afspraken over arbeidsomstandigheden. Met doelen voor de lange termijn. Gewoon omdat het kan.

Ik doe mee. Vanmiddag heb ik een Fairphone besteld. Als in oktober de telefoon geleverd wordt leg ik mijn iPhone aan de kant. Het zal even wennen zijn. Het paradijs is mooi. Maar ik leef liever in de realiteit. Daar kunnen we echt iets veranderen en de wereld mooier maken. 

Ik kan natuurlijk mijn telefoon ook helemaal weg doen, maar dan negeer ik dat voor mij en voor vele anderen die telefoon onmisbaar is geworden. Nee, niet omdat ik verslaafd ben, gewoon omdat het een deel van mijn leven is uit gaan maken in de manier waarop ik communiceer, zoals dat voor heel veel mensen ook zo is. Vrome praatjes vullen geen gaatjes. Ik wil met beide benen in deze wereld staan, omdat deze wereld door God is geschapen - en niet door Apple - en Hij zag dat het goed was. En waar de wereld vervallen is in een mensonwaardig en milieuonvriendelijk systeem, moeten we niet kijken naar wat we niet kunnen, maar naar wat we wèl kunnen. 

En dan gaat de wereld weer een beetje meer lijken op het Paradijs zoals het bedoeld was. En inspireren we anderen om daaraan mee te bouwen.

donderdag 30 mei 2013

Vertrouwen in de Geest - preek zondag 26 mei 2013




Geluidsfragment/podcast: via kerkomroep.nl


Afgelopen vrijdag was ik op een studiemiddag over gemeenteopbouw en sociale media. Er waren twee boeken verschenen. Een over gemeenteopbouw, en een over het effect van sociale media op de kerk. En toen het over gemeenteopbouw ging, toen benadrukte Jan Hendriks, misschien kent u hem, dat vertrouwen de grondtoon moet zijn in de kerk. Vertrouwen in God en vertrouwen in elkaar. Niet leven uit angst, omdat mensen wegblijven en de kerk anders ten onder gaat. We leven als kerk zo vaak vanuit doemscenario’s en dat het allemaal alleen maar minder wordt. Vertrouwen daarentegen geeft een positieve kracht aan de kerk. Het gaat niet om vertrouwen dat het wel goed komt vanzelf, want dat weten we niet. Misschien gaat het wel totaal anders dan we dachten. Waar het om gaat is dat vertrouwen ons openstelt naar God en naar elkaar. Vertrouwen gaat uit van liefde. Liefde tot God en liefde tot elkaar. Zoals het grote gebod van Jezus zegt: Heb de Heer uw God lief, en uw naaste als uzelf. Vertrouwen gaat uit van liefde, van leven. Angst daarentegen gaat uit van de dood. Dat het allemaal ophoudt. Dat er geen toekomst meer is.

Zo spreken de teksten vandaag ook over de Geest. De Geest is volgens Spreuken de grondtoon van alles wat leeft. Het is de levenbrengende Geest. Het dragend principe. Zonder adem, zonder lucht, zonder Geest is er geen leven. Niet voor niets is de Geest in het Oude Testament vrouwelijk. De Geest geeft leven, drijft mensen voort, brengt nieuwe dingen tot stand, maakt mensen mooi. Als je het vuur in mensen ontdekt, hoe klein het vlammetje misschien ook is, van waar ze passie voor hebben, waar ze voor gaan, waar ze van houden, dan zie je mooie mensen. Met een glimlach, of ontroering in hun ogen, ontspanning in hun gezicht, of een onrustige passie in hun lijf, waarin ze liever vandaag dan morgen iets gaan ondernemen. Dat is mooi. Zien wat mensen drijft.

En zo zouden we veel meer vertrouwen aan elkaar moeten schenken als het om kerk gaat. Veel meer krediet geven aan elkaar waarom we de kerk en het geloof anders beleven. Wat we graag zouden beleven en waar we naar verlangen. Niet kijken naar wat er niet is, maar wat er wel is, en wat er is te vinden in mensen.

Ja maar, zei iemand in de zaal tegen de schrijver. Staat u nu niet teveel stil bij positieve verhalen? Er zijn ook mensen die weinig beleven in hun geloof, maar vooral ook mensen die negatieve ervaringen hebben met de kerk? En dat is ook zo. Veel mensen raken teleurgesteld in de kerk. En die zijn zowel onder kerkgangers als onder niet-kerkgangers te vinden. Mensen in de kerk raken teleurgesteld omdat ze energie verliezen in plaats van energie krijgen van hun werk in de kerk. Dat er soms wel erg veel vergaderd wordt en moet worden voordat er iets kan gebeuren. Of ‘omdat het altijd dezelfde mensen zijn die het moeten doen’. En er zijn mensen die op afstand zijn geraakt door hoe er met ze is omgegaan, of hoe ze juist niet gezien zijn. Niet iedereen vindt een plekje in de kerk, ondanks of dankzij henzelf. En dat maakt de kerk ook zo lastig. Iemand zei me: de kerk is zo bijzonder omdat je op allerlei andere terreinen in je leven vaak je eigen soort mensen tegenkomt. Op je werk, in clubs en verenigingen. Maar in de kerk zit je allemaal bij elkaar.

Maar dat maakt de kerk tot een hachelijke onderneming. Want niets menselijks is de kerk vreemd. En vind je het dan gek dat Jezus op Pesach in Jeruzalem om zich heen kijkt, en geen vertrouwen had in de mensen die om hem heen stonden. Want: ‘niemand hoefde hem iets over de mens te vertellen, want hij wist zelf wat er in een mens omging.’ Over vertrouwen gesproken… Als Jezus het al niet heeft, hoe zouden wij het dan moeten hebben? Bedenk dat eerst dat Jezus hier net uit de tempel komt, waar hij de handelaren en geldwisselaars uit de tempel gejaagd heeft. Mensen die voor hun eigen hachje zich op heilig terrein begeven om te verdienen aan de dienst die God toebehoort. De kerk is er niet om beter te worden van de mensen die komen bidden, maar om hun bidden te voeden en te dragen, en hen tot dienst in de wereld aan te zetten. Maar zo vaak zijn wij kerk voor onszelf, omdat we het belangrijk vinden dat het door moet gaan zoals het gaat. En dat is ook begrijpelijk, want het is niet altijd zonder strijd tot stand gekomen. Niet alleen de kerkgeschiedenis leert dat, maar ook de kleine geschiedenis van een gemeente, waarin we ook strijden voor wat we belangrijk vinden. Of de samenstelling van een nieuw liedboek. Zo gauw het uitgekomen is na een lang en vloeiend proces, van over en weer praten en zoeken en zingen, ligt er nu een liedboek dat als het uitkomt alweer stolt. En dus bekritiseerd wordt om wat er niet in staat, en verdedigd wordt door wie het samenstelden. Waar is ons vertrouwen dan?

Jezus schenkt weinig vertrouwen aan de mensen om hem heen. Dat klinkt niet erg bemoedigend. En toch geeft hij ons perspectief hoe we dat vertrouwen wel kunnen geven. Want het is duidelijk dat de mensen hem niet begrijpen. ‘Zo was er een Farizeëer, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus.’ En hij snapt er geen snars van wat Jezus bedoelt als hij zegt dat de mens opnieuw geboren moet worden. Dat kan toch niet? Dat is net zoiets als twee keer hetzelfde geld uitgeven. Dat kan ook niet. Of zeggen in de kerk: dat hebben we al eens geprobeerd en dat werkt niet. Maar wat Jezus bedoelt met opnieuw geboren worden is niet meer van hetzelfde, niet wéér opnieuw het wiel uit te vinden dat niet past. Jezus zegt letterlijk dat de mens ‘van bovenaf’ opnieuw geboren moet worden. Het komt dus niet van onderaf, van hier uit de wereld, van de mensen, dat er niets nieuws kan komen. Nee, het komt van boven. Van de Geest, die waait waarheen zij wil; je hoort haar geluid, maar je weet niet waar ze vandaan komt en waar ze heen gaat.

Vertrouwen begint niet bij mensen. We stellen onszelf en elkaar, en we stellen God teleur. Maar dan moeten we niet in de kramp schieten, ook of zeker niet in de kerk. Want het is de Geest die ons de moed geeft vertrouwen te schenken allereerst aan haar, aan God, maar ook aan de mensen om ons heen. Ja toch. Omdat die levendmakende Geest iets met ieder van ons doet. De Geest die er al was voor we gemaakt werden. Die ons het leven gaf. En die ons aanspoort dat leven te zoeken. Op zoek te gaan naar sporen van de Geest in elkaar. En wie weet wat daarvan komt! Dat weet je niet. De Geest waait waarheen zij wil. Laat je verleiden. Schenk vertrouwen. In elkaar en in God. Wees niet bang. Want Hij heeft ons lief!

dinsdag 14 mei 2013

Geloven in de Opstanding als Syrious Mission - preek Wezenzondag 12 mei 2013



Geluidsfragment/podcast via kerkomroep.nl


Vandaag is het de zondag na Hemelvaart en de zondag vóór Pinksteren. Hemelvaart was de veertigste dag na Pasen. Pinksteren is de vijftigste dag na Pasen, en daar komt het woord Pinksteren ook vandaan, van het Griekse woord voor vijftig. Op de veertigste dag na Pasen zien de leerlingen Jezus aan hun zicht onttrokken worden als hij opstijgt naar de hemel, zo vertelt het verhaal. Er zijn dan twee engelen die zeggen: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde manier terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ De woorden van de engelen zouden de leerlingen moeten herinneren aan woorden die Johannes heeft opgeschreven en die we vandaag lazen. Jezus had gezegd in zijn laatste grote toespraak: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.’ Van dit vers stamt de naam af voor deze zondag: Wezenzondag, of Zondag van de Weeskinderen. De leerlingen blijven verweesd achter, weten even niet wat ze er allemaal van moeten vinden en wat ze moeten verwachten. Ja, Jezus heeft hen in vlak daarvoor in het verhaal van Johannes een pleitbezorger belooft, de Geest, die, zegt Jezus, altijd bij je zal zijn. Maar nu, nu leven de leerlingen een beetje tussentijds. Tussen de veertigste dag dat Jezus weg gaat en de vijftigste dag dat de Geest komt. Ze zoeken nog naar de spirit, de energie en de inspiratie om hun geloof in de opgestane Christus te laten zien en te verkondigen.

Want dat is waar het allemaal om draaide na Pasen. De leerlingen zaten verborgen ergens bij elkaar, weg uit het zicht van alles en iedereen. Het was voorbij, zo leek het. Voorbij met Jezus, en voorbij met zijn dromen en idealen. Zijn woorden leken gesmoord in zijn dood. En toen kwam er dat getuigenis van een paar vrouwen, en van enkele leerlingen die zeiden: Jezus is niet dood. Hij leeft! En vervolgens verscheen Jezus aan de leerlingen. En toen bleek pas waar het allemaal echt om te doen was geweest. Niet eens zozeer om wat Jezus allemaal bij leven deed, want dat leek verloren toen Hij dood was. Nee, alles wat Jezus zei en deed en voorspelde en droomde kreeg zin omdat Jezus niet dood bleef, maar opstond uit de dood. Zijn Opstanding wierp een totaal ander licht op Jezus’ leven. Voor ons is dat misschien logisch, maar voor de leerlingen die op dat moment dachten: dood is dood; voor hen was dat totaal nieuw!

En de Opstanding werpt niet alleen een ander licht op Jezus’ leven, maar ook op ons leven. En dat is waar de engelen ook op doelen als ze tegen de leerlingen zeggen dat ze niet zo naar de hemel moeten staren. Het effect van de Opstanding op ons leven gebeurt niet daar in de hemel, maar hier op aarde. Hier krijgt ons leven nieuwe glans door de opstanding. Nieuwe hoop, nieuwe kracht, nieuwe energie en creativiteit. Want het geloof in de opstanding is niet iets om bij weg te dromen. Geloof in de opstanding wordt zichtbaar vanuit ons aardse bestaan. Het is daarop dat Paulus doelt als hij zo buitengewoon ingewikkeld over de opstanding praat. Hij schrijft een hoofdstuk lang aan de inwoners van het toenmalige Korinthe over de Opstanding, omdat dit voor hem het kernthema is van het geloof. Want daar is veel discussie over. Wat is dat dan en hoe kan dat dan? Paulus zegt vandaag: ‘Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels.’ Wat Paulus hier denk ik mee bedoelt te zeggen is dat je niet moet denken dat die opstanding alleen maar iets geestelijks is. Het aardse was er eerst. Hij gaat daarmee in discussie met mensen die geloven dat we als een vonkje van het goddelijke op aarde neerdalen, dan een tijdje gevangen zitten in het aardse, en vervolgens weer verlost worden en als een goddelijk vonkje met God verenigd worden, of zelfs zelf God zijn. Een wijdverbreide gedachte. Die gedachte komt er dus op neer dat het leven hier enkel maar bijzaak is, en een behoorlijke last ook. Dat we er zelfs in gevangen zitten en dat de verlossing, onze redding dus bestaat uit een bevrijding uit dit aardse bestaan terug naar het geestelijke bestaan. En Paulus zegt: neen! Ja, er moet opstanding zijn door alles wat doods is heen. Want er is veel doods, er mislukt veel en veel mensen zitten op een dood spoor, of leven letterlijk of figuurlijk zonder toekomst. Er is opstanding nodig. Wat de eerste Adam niet voor elkaar kreeg, kreeg de tweede Adam, Jezus wel voor elkaar. Het doodse patroon doorbreken van wat mensen elkaar aandoen en wat mensen overkomt. En die tweede Adam, ja, die staat voor een geestelijke werkelijkheid. Maar niet zonder de aardse werkelijkheid. Het is déze wereld die herschapen wordt. We keren niet zomaar terug naar een geestelijke werkelijkheid na onze dood. We zijn gemaakt in deze wereld. We kwamen zogezegd met de eerste Adam uit de aarde voort, en deze wereld wordt opnieuw, geestelijk herschapen.

Dus: als wij geloven vanuit die Opstanding, dan doet dit leven en dit aardse bestaan er wel degelijk toe. Want dit leven wordt herschapen. Het is geen wachten op een ander bestaan. Het is geloven in een nieuw bestaan. Dat terugstraalt op dit leven. En ons leven hier in een nieuw licht stelt. Dus is het geloof in de opgestane Jezus er niet om naar de hemel te staren, maar om op weg te gaan. Hier is het te doen. En vandaag, op deze Wezenzondag, is dan even de vraag hoe we dat doen als Jezus terugkomst op zich laat wachten en we de Geest nog niet hebben om op te staan. Dat is waarom deze zondag heel dichtbij kan komen. Deze zondag gaat over het verweesde gevoel in je eentje te moeten geloven zonder dat je Jezus ziet en de Geest voelt. Het verhaal is mooi, maar als je er weinig bij voelt. Of als alles in je leven het tegenspreekt. Hoe sta je op dan? Waar haal je de kracht vandaan? Voor dat verweesde gevoel bidden we straks.

En dan is het vandaag ook nog Moederdag. Wezenzondag en Moederdag op een en hetzelfde moment. Dankbaar zijn we voor de moeders die kinderen op de wereld zetten die de toekomst hebben. En verweesd voelen zij zich, die hun moeder moeten missen. Voor ons betekent dat vaak dat we in de loop van ons leven onze ouders verliezen. Zoals dat gaat. Maar toch. Het blijft je moeder, je vader, en ben je dan ineens geen kind meer? Het is altijd een ingrijpend moment voor mensen als ze hun laatste ouder wegdragen naar zijn graf, en dat zijzelf dan nu de oudste generatie zijn. Vaak ben je allang geen kind meer, en leid je al lang een volwassen leven, maar toch, je blijft een kind van je ouders en blijft nu al wees achter. En de een kan daar beter mee omgaan dan de ander. De een voelt zich verweesd, en de ander zegt: zo is het goed.  

Het is niet iedereen gegeven zijn moeder, zijn vader, op hoge leeftijd uit handen te moeten geven. Wie een ouder jong verliest, blijft met een gat in zijn leven achter dat moeilijk is op te vullen. En hoe dan ook, het tekent je. En je neemt het je hele verdere ontwikkeling mee. Je zult het voor een deel nu veel meer zelf moeten doen. En wat dan te denken van oorlogswezen? Deze week sprak ik met iemand van de oudste generatie, en die vroeg me wat we nu eigenlijk zouden kunnen bidden voor Syrië? Wat zouden we van God kunnen verwachten en bovendien, wie zijn de goeden en wie de kwaden?

In ieder geval is het niet de kinderen aan te rekenen. En zij zijn het kind van de rekening. Zij hebben geen deel aan het conflict, maar dragen wel de zwaarste lasten. Ze kunnen geen kind meer zijn, van huis en haard, en soms ook van hun ouders, dood of levend, verdreven. Toen ik over deze Wezenzondag twitterde, wees een vriend van de theateropleiding waar ik op gezeten heb, mij op een project waar hij zich voor inzet: Syrious Mission. En in de schrijfwijze van Syrious zit een verwijzing naar Syrië. Het is een bijzonder muzikaal project om gevluchte kinderen, veelal wezen, in veilige gebieden met muziek weer terug te brengen naar hun kind zijn. En ze daarin wat troost te geven en nieuwe kracht. Kracht om te leven in plaats van te overleven. Wat mij betreft is dat een voorbeeld van niet naar de hemel staren, en ook niet blijven bij de aardse werkelijkheid, maar vanuit de hoop op een nieuwe wereld door de oorlog heen kijken, en de kinderen zien: nieuw leven. Als we hen steunen, blijven ze weliswaar als wees, maar minder verweesd achter en krijgen ze geestkracht om verder te gaan. Als nieuwe mensen, nieuwe adammen, door muziek herboren.

Het gedicht dat Martijn Zohlandt voordroeg naar aanleiding van Syrious Mission is het volgende:


Een lied tegen de derde wereldoorlog
Wij die met eigen ogen de aarde zien verscheurd
maar blind en onmeedogend ontkennen wat gebeurt:
dat oorlog is geboden en vrede niet mag zijn,
dat mensen mensen doden dat wij die mensen zijn.
Wij die nog mogen leven van hoop en vrees vervuld,
aan machten prijsgegeven aan meer dan eigen schuld,
wij die god weet hoe verder tot hiertoe zijn gespaard,
dat wij toch nooit erkennen het recht van vuur en zwaard.
Dat wij toch niet vergeten waartoe wij zijn gemaakt,
dat diep in ons geweten opnieuw het licht ontwaakt,
dat in ons wordt herschapen de geest die in overleeft,
dat onze lieve aarde nog kans op redding heeft.
Huub Oosterhuis