Posts tonen met het label Advent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Advent. Alle posts tonen

woensdag 11 december 2013

Rachabs hart voor moed - preek vesper tweede Advent 8 december 2013

Tekst: Jozua 2

Onder de titel 'Vrouwen met toekomst' passeren in deze Adventstijd een aantal vrouwen de revue. Het zijn vrouwen die genoemd worden in het geslachtsregister van de Evangelist Mattheüs. U kent het wel, dat stuk dat we altijd liever overslaan. Dat van die drie keer veertien generaties, die Mattheüs optekent, vanaf Abraham, via David tot aan Jozef, die met Maria is verloofd. In dat verhaal klinken de namen van vier vrouwen. Eigenlijk vijf, maar één is er niet bij name genoemd, maar in haar relatie: de vrouw van Uria. Batseba ja, zo kennen we haar; die vrouw die koning David afpakt van haar man Uria, en om van hem af te komen hem te dood in stuurt. Zij is eigenlijk de passieve van de vijf. Zij doet niets, maar is het slachtoffer van een machtsspel. Maar desondanks wordt ze wel de moeder van Salomo, langs wie de geslachtslijn van Jozef verder gaat. Zo houden we vier vrouwen over: Tamar, Rachab, Ruth en Maria.

Waarom staan deze vrouwen in dit geslachtsregister, dat toch over de mannelijke lijn gaat? En specifieker: waarom staat Rachab erin? Ik bedoel daarmee dit: Tamar; dat verhaal kennen we. Haar actie om Juda aan zijn belofte te houden dat zij nakomelingen zou krijgen, zorgt ervoor dat de mannelijke lijn door kan gaan. Ook al gaat het via een zijweg; Tamar is onontbeerlijk, en dus noemenswaardig om de lijn voort te zetten van Abraham tot Jozef. Het verhaal van Ruth is dat ook. Het leven van haar schoonmoeder Noömi loopt dood. Haar man is dood, haar zonen zijn dood. Schoondochter en eveneens weduwe Ruth vindt in Boaz iemand die de draad weer oppakt, de lijn voortzet en zorgt Noömi niet kleinkinderloos sterft. Bethlehem, dat broodhuis betekent, wordt zo een plaats die leven geeft, de stad van de later geboren David. Het verhaal van koning David kennen we ook, en van zijn scheve schaats met Batseba. En dan zijn we bij Maria, die op een wonderbaarlijke wijze zwanger raakt, wat Jozef even doet afvragen: doe ik er nu wel toe met mijn hele geslachtslijn, of eigenlijk niet?

Tot zover is te volgen dat die vrouwen genoemd zijn in de geslachtslijn. Hun aandeel aan de voortgang van de koningslijn is onontbeerlijk. Zonder hen zou die afgebroken zijn. En daarom zijn ze noemenswaardig. Maar Rachab dan? Haar verhaal is ook wel opgetekend. En we hebben het zojuist gelezen. Maar haar positie in het geslachtsregister is op zijn minst discutabel. Er staat in vers 5: 'Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth'. Rachab wordt hier neergezet als de moeder van Boaz, de man die uiteindelijk Ruth kinderen gaf. Nergens in de bijbel vinden we deze connectie. Nergens vinden we een verhaal dat Rachab het leven geeft aan Boaz. En toch staat ze erin.

Dat is geen foutje van Mattheüs. Want Mattheüs is juist heel berekenend. Die hele geslachtslijn van drie keer veertien generaties is ook te mooi om waar te zijn; modern gezegd het resultaat van creatief boekhouden. Maar dat is niet erg, en al helemaal geen geschiedvervalsing. Mattheüs wil hier kennelijk iets mee vertellen. Mattheüs laat deze vrouwen oplichten omdat ze onontbeerlijk zijn om het verhaal van het ontstaan van Jezus te vertellen. Voor die reden moeten we niet te ver gaan zoeken. Van Rachab en de anderen wordt vaak naar voren gehaald dat hun omgang met seksualiteit op het randje of eroverheen is. Rachab is in die lijn prostituee. Maar van Ruth kun je dat niet zeggen, dus misschien is dat niet eens zo belangrijk. Dan misschien dat al die vrouwen buitenlanders zijn. Tja, het is een mooie gedachte, maar juist bij Rachab is niet met zekerheid vast te stellen dat ze een buitenlandse was. Ja, de vrouwen kwamen van elders, en beïnvloedden van buitenaf de geschiedenis van Israël, maar als de bijbelverhalen dat niet heel duidelijk zo zeggen, is dat niet de doorslaggevende reden om die vrouwen op te nemen in het geslachtsregister van Jozef. Zo zien we maar weer: je moet altijd goed zoeken in de verhalen zelf naar aanknopingspunten en niet teveel gissen of te snel conclusies trekken.

Want wat staat er wel in het verhaal over Rachab? Een groot getuigenis. 'Ik weet', zegt Rachab, 'dat de Heer dit land aan jullie gegeven heeft. We hebben gehoord dat de Heer de Rietzee voor jullie heeft drooggelegd.' Enz. En dan: 'De Heer, jullie God, is immers een God die macht heeft in de hemel en op aarde'. Dat gaat dus niet meer om een machtsstrijd - Rachab stelt die claim van God niet ter discussie; het gaat om de erkenning dat er maar één macht is. Dat er maar één God is, en dat die God de hele wereld toebehoort, of, minder hebberig gezegd, dat de hele wereld onder de heerschappij van die ene God valt. Er is geen andere. Waarom zou je het volk van deze God níet toelaten tot het door hem beloofde land? Dat opent het perspectief ook voor de rest van de wereld, buiten het Joodse volk en het beloofde land: God is een God van en voor de hele wereld. Zijn goede boodschap is voor iedereen! En zo komt Jezus ook van die ene God vandaan, voor iedereen!

Rachab geeft met haar moedige houding doorgang aan het volk van God. En niet omdat ze eieren voor haar geld kiest, of vanwege haar hoer-zijn altijd haar eigen macht opzoekt, nee: vanwege haar geloof. Zo wordt ze ook herinnerd in de brief van Jakobus en in de brief aan de Hebreeën, vanwege haar gelóóf. En dan gaat het niet om een paar vierkante kilometer land, dat is aan mensen om dat uit te vechten. Het gaat om de belofte. Van God. En die krijgt ergens een plek, daarin dat land Kanaän. Om gezegend te zijn en vandaar uit een zegen te zijn voor de wereld. Door voor de bespieders de toegang te openen naar de stad, zet Rachab eigenlijk ook de toegang open tot de wereld. Zij brengt in herinnering dat God de God is van de hele hemel en de hele aarde. Een God die de Rietzee drooglegde, die bevrijding geeft. Die de mens een plekje belooft onder zijn hemel om in de wereld en voor de wereld een zegen te zijn.


Daarom staat Rachab als een soort getuigenis in het geslachtsregister van Mattheüs op weg naar de geboorte van Jezus. Ja, als moeder van de man van Ruth. In de Joodse traditie worden hun namen bijna in één adem genoemd, en daarom staan ze waarschijnlijk zo dichtbij elkaar. Rachab wordt wel de moeder van de profeten genoemd. Omdat ze de moed heeft op te staan, de weg vrijmaakt voor het volk van God, en uiteindelijk dus ook voor de komst van Jezus. Het kan bevrijdend zijn om vastgelegde patronen te doorbreken en gewoon te doen wat je hart je ingeeft, omdat je gelooft. Zo komt God op onverwachte ogenblikken ineens om de hoek kijken, waar je het niet had gedacht. Bij deze vrouwen, en bij die ene, in die verre uithoek van het Romeinse rijk, in die stal, in de stad van David.

vrijdag 6 december 2013

Advent? Nu?! - preek Eerste Advent 1 december 2013: Tamar


De preek is ook te beluisteren via Kerkomroep

Vandaag begint de Adventstijd. Wat bedoeld is als een tijd van hoop en verwachting, begint nu op een moment dat velen van ons rouwen om de dierbare mensen die we in korte tijd moesten verliezen, en waar we afscheid van moeten nemen. Het treft families in onze gemeente, vele bevriende gemeenteleden, gemeenteleden die jarenlang met elkaar optrokken, ook in alle kerkelijke activiteiten en vergaderingen. We zullen ze erg missen. En dan voelt het een beetje ontijdig om nu van hoop en verwachting te spreken. Het wrikt een beetje. Ja, het is nu eenmaal Advent, dus vooruit: we beginnen eraan. Ja, het leven gaat door, en we moeten nu eenmaal verder, maar verwachten we nog iets? Kunnen we nog iets hopen? Ja, natuurlijk. Juist de gemeenschap van gelovigen die elkaar zo ondersteunt deze dagen is een getuigenis van die hoop. Hoop dat het niet blijft bij wat het leven ons brengt en hoe het leven loopt en afloopt. Hoop dat het uiteindelijk niet van ons komt, en niet afhangt van wat wíj winnen én verliezen. Hoop dat God ons leven ten goede keert. Ook al lijkt wat er in ons leven gebeurt dat te weerspreken.

Zo begint Mattheüs zijn evangelie eigenlijk ook. Wat heeft de geschiedenis van Israël nu eigenlijk gebracht? Ja, het leven ging door van vader op zoon, maar veel verder zijn ze er niet mee gekomen. Het lijkt een saai eerste hoofdstuk. En het lijkt niet zoveel te vertellen te hebben. En de ironie is: dat is ook eigenlijk zo. Als Mattheüs het geslachtsregister van Jezus vertelt gaat deze uit van de mannelijke lijn, dus van Jozef. En met wat creatief boekhouden komt de evangelist uit op drie keer veertien generaties tot en met Jozef. Maar dan, staat er: bij Maria werd Jezus verwekt... Hé, waar is Jozef nou? Nergens dus, want, vertelt Mattheüs twee verzen later: ze bleek zwanger te zijn van de heilige Geest. Dus als snelle eerste reactie zou je kunnen zeggen dat we dat hele geslachtsregister voor niets hebben gelezen. Want er zit een soort cesuur bij Maria. Een geestige onderbreking van de mannelijke geslachtslijn. Maar toch vertelt Mattheüs ons deze hele lijst.

Er zit een soort dubbele boodschap in dit eerste hoofdstuk, zoals Mattheüs ook twee keer in dit hoofdstuk vertelt over de afstamming of afkomst van Jezus. Eerst vertelt hij het hele geslachtsregister tot aan Jozef. En vervolgens begint hij bij Maria over de afkomst van Jezus in het tweede gedeelte waar wij gestopt zijn vandaag. Dan krijg je het hele verhaal van Maria die zwanger is van de heilige Geest, en Jozef, die zijn knopen telt, en zich afvraagt of hij zich hiermee in wil laten. Die twee lijnen kunnen niet zonder elkaar: de lijn van de mens, door de eeuwen en de generaties heen, en de lijn van God via de heilige Geest. Maar wat doet die lijn van de mens hier dan in? Het lijkt zo nutteloos, en als je al die mannen bekijkt en hun levensgeschiedenissen leest, ook zo hopeloos. Wat komt er uit ons leven op, waaruit hoop kan ontstaan? Het leven lijkt zo vaak dood te lopen, en hoe kan je dan verder? Juist daarop geeft die lijn door de generaties heen juist een eerste aanzet tot een antwoord.

Want deze geslachtslijn, hoe mooi geconstrueerd in drie keer veertien generaties, is juist een lijn van breuken en cesuren, en van doorgang waar niemand het had verwacht, of mensen het onmogelijk hadden gemaakt om nog verder te kunnen. Er was zelfs al sprake van een valse start. Abraham, weet u nog, waar deze geslachtslijn mee begint, kon geen kinderen krijgen. Dat wil zeggen: zijn vrouw werd voor onvruchtbaar gehouden. Het was zelfs zo erg, dat zijn vrouw Sara een zijweg voorstelde via Abrahams bijvrouw Hagar. Maar tegen alle verwachting in werd Sara zelf zwanger, al geloofde ze het zelf nog niet, en lachte ze God uit. God pakte haar terug en gaf hun zoon de naam 'Hij die lacht', Izaak. God heeft humor en leert zo ons mensen een lesje.

Daarna is het eigenlijk niet veel anders gegaan. Mensen zochten meer of minder actief hun eigen weg. En die leidde nogal eens af van de hoofdweg, en dan was er enige bijsturing nodig. En dan waren het juist vrouwen die goed kaart konden lezen, en de mannen weer terugbrachten op het rechte pad. Vrouwen nota bene, die allemaal buitenlanders zijn. Dat wil zeggen, niet Israël eigen. Juist omdat Israël zijn heil ergens anders zocht, een eigen weg ging, maar op de zijweg iemand ontmoette die hen terugzond naar de hoofdweg.

Zo'n rol heeft Tamar ook. Zij is de eerste die wordt genoemd. Terugbladerend in de bijbel komen we bij die roman uit over Jozef en zijn broers. Dat verhaal van die zonen van Jakob, die ook wel Israël genoemd wordt. Het volk Israël in het klein. Twaalf zonen, en een dochter. Die dochter heeft geen zussen om mee ruzie te maken; haar broers liggen eens te meer met elkaar overhoop. Een goed begin voor Israël. Kleine Jozef kan zijn dromen niet op waarde schatten, die een visioen zijn voor het volk, en de broers achten zichzelf belangrijker dan elk visioen waarin een ander het voor het zeggen heeft, en het eigenlijk God is die uiteindelijk de doorslag geeft. En in dat gekissebis rondom die put doemt Juda op als degene die dan tenminste een enigszins redelijke uitweg biedt door voor te stellen Jozef te verkopen als slaaf. Ja, menselijk is het niet, maar het jonge volk van twaalf zonen, en een dochter, blijft ongeschonden. Het leven gaat door, en uiteindelijk breekt het visioen door dat God met zijn jonge volk voor ogen had, als Jozef als onderkoning voor de wereld een zegen is. Zo wil God dat zijn volk is: een zegen voor de wereld.

Maar in het verhaal waarin wij vandaag belanden is het zover nog niet. Wel is duidelijk dat deze Juda een hoofdrol krijgt. Naast Jozef. Jozef, die gaat de wereld in, zal onderkoning worden en de wereld redden van hongersnood. Juda, hij blijft bij Israël en zal Israël redden. Via zijn lijn komt de redding van binnenuit, via al die namen uit het verhaal van Mattheüs, waarvan koning David, en Jezus toch de voornaamsten zijn.

Juda dus. Hoofdrolspeler. Binnen Israël. En ook maar een mens. Hij daalt af, staat er in het begin. Oei. Dat is geen goed teken. Wanneer een mens afdaalt dan wordt hij erg laag bij de gronds. Daar waar er minder licht is, en een mens zijn eigen weg heel goed denkt te kunnen vinden. En wie ziet nou wat hij allemaal doet? U heeft het hele verhaal zojuist gehoord. Maar bij Tamar gaat het niet zoals hij had gedacht en zoals hij het wil. Ja, het is goed met dat zwagerhuwelijk. Ze kreeg er al twee voor de prijs van één. Die derde krijgt ze niet als bonus. Het leven heeft hem al twee zoons gekost. Hij legt de schuld bij Tamar lijkt hij te suggereren. Terwijl wij lezen dat het zijn eigen vlees en bloed is dat afwijkt van de goede weg. Het leven van zijn eerste twee zoons loopt dood. En Tamar stuurt hij naar haar ouderlijk huis. Maar een paar jaar later grijpt ze in. Omdat ze ziet dat ook Juda's leven doodloopt als hij weduwnaar is geworden. En zij is degene die door het zwagerhuwelijk alsnog op naam van Juda's oudste zoon een nakomeling ter wereld kan brengen, waardoor de lijn van Juda doorloopt, hoezeer hij ook zijwegen bewandelt.

Op één van die zijwegen ontmoet Juda Tamar, die zich onherkenbaar heeft vermomd. Zijn seksualiteit is niet meer op voortplanting gericht, maar op zijn eigen genot. Op zich niets mis mee, maar hier nou juist wel. Omdat Juda zijn positie niet voor zichzelf moet houden. Het leven moet doorgaan, ook na hem. Want uit Israël zal een redder geboren worden. En nee, dat weet hij natuurlijk niet. Maar de belofte aan Abraham was wel dat het volk gezegend zou worden met nakomelingen zoveel als er sterren zijn, om een zegen voor de wereld te zijn. En Juda, juist Juda, die man die binnen Israël de richting aan moet geven, juist hem wordt het te heet onder de voeten en hij zegt: ik kap ermee. Te riskant. Twee zoons verloren. Het is genoeg geweest. 

Zo kan het leven door wat je overkomt, dankzij en ondanks jezelf, je soms het gevoel geven: ik doe niet meer mee. Hier stopt het. Genoeg is genoeg. Ik ga mijn eigen weg wel, en dan loopt die maar dood. En het mooie is dat God dat nog accepteert ook. Op die zijwegen waar we even afdwalen of juist schuilen voor wat het leven ons kost, komt God ons tegemoet. Dat laten de vrouwen die Mattheüs in zijn geslachtsregister noemt zien. Allemaal voorkwamen ze dat het leven doodliep. Allemaal op hun eigen wijze en met hun eigen verhaal.

En toch, toch gaat God niet helemaal in onze lijn mee, want dan ineens is Maria zwanger. Zonder Jozef. Los van hoe dat biologisch kan, is de bedoeling van Mattheüs dit, dat hij ons wil verlossen van het idee dat we zelf iets in te brengen hebben. Het zou ons maar hoogmoedig maken en denken dat het onze verdienste is. Nee, juist niet. We hebben zelf niets in te brengen en staan zo vaak met lege handen, terwijl het leven ons als het ware als zand door de vingers glipt.

En daarom mag dit verhaal van Mattheüs een bemoediging zijn. God gaat met ons mee op weg, zoals Hij al meeging met Abraham. En hij volgt ons naar waar het leven ons brengt. En of we er zelf nu deel aan hebben als ons leven doodloopt, of het ons overkomt, en God mag weten waarom: uit ons, bij ons, onder ons, wil God een redder geboren laten worden, een uitweg bieden, een troostvol en hoopvol perspectief bieden, dat ons leven en het leven van wie wij verloren niet vergeefs is, maar dat het doorgaat.


Kunnen wij nu hopen en verwachten, in deze tijd? Misschien niet. Maar God steekt het licht aan. Hij gaat met ons door. Hij laat ons niet zitten. Hij gaat met ons op weg, in ons leven, door ons verdriet en door alle pijn, van en door onszelf, op weg naar dat Kind, dat we enkel maar hoeven te ontvangen, omdat Hij voor ons kwam, om ons Zijn vrede te geven.

dinsdag 1 november 2011

Verwacht ik een Decemberkalender van mijn kerk?


Vanuit het Missionair werk van onze kerk wordt dit jaar een Decemberkalender aangeboden 'Liefde is het einde'. De nieuwsbrief vertelt: 'Iedere dag heeft een tekst of een vraag om iets te doen, om even bij stil te staan op weg naar Kerst.' Ik viel van mijn stoel: een Decemberkalender? Waarom geen Adventskalender?? De nieuwsbriefschrijver voelt dat ook wel aan, maar praat erover heen: 'Anders dan de afgelopen jaren met de adventskalender loopt de decemberkalender van donderdag 1 december tot en met zaterdag 31 december. Elke dag heeft een prachtige afbeelding die als ansichtkaart opgestuurd kan worden. Nieuw is dat het gedeelte met de afbeelding van het tekstgedeelte ‘afgescheurd’ kan worden, en dus enkel het beeld als kaart weggestuurd kan worden.' Leuk hoor, maar waar zijn we nou helemaal mee bezig??

Elk jaar lopen we er tegenaan dat Advent en de Decembermaand samenvallen. Logisch, want Kerst valt erin. Maar elk jaar voelen we ook de eigenheid, juist in relatie tot de Decembermaand. Vol verwachting klopt ook ons hart, maar onze verwachting, en ook ons kerstfeest, leggen wel een ander accent. Juist in relatie tot de Decembermaand met zijn drukte rondom Sinterklaas en Kerst, is het belangrijk dat we de bezinning vanuit de Verwachting van Jezus (met Kerst als eindpunt en niet 31 december) een plek blijven geven. Rust in alle drukte, bezieling. Moeten we dan tegemoetkomen aan de Decembercultuur en onze Adventskalender daarop aanpassen? Neen! Je hoeft niet tegen de Decembercultuur te zijn om wel voor de eigenheid van de Adventsperiode te zijn. We hebben goud in handen (en wierook en mirre); goud dat dof wordt als we het samensmelten met de Decembermaand.

Als ik een Decemberkalender wil, dan ga ik wel naar de Xenos. En die noemt het nota bene een Adventskalender!! Met chocola. Dat ontbreekt er nog aan bij de Decemberkalender van onze kerk. Hij is missionair bedoeld; maar zo wordt hij onherkenbaar aan zijn eigenheid. 'Liefde is het einde' luidt de titel van de Decemberkalender. Dat klopt: dit is het begin van het einde...