dinsdag 14 maart 2017

Hoe vertel je het je kinderen? Preek 12-03-2017

Foto: Jay (flickr.com)
Wat voor een lijsttrekker zou Jezus zijn geweest? En dan denk ik niet aan de partij Jezus leeft!, maar aan de debatten die we inmiddels dagelijks in vele vormen voorbij zien komen. De kunst van veel interviewers lijkt te zijn om de lijsttrekker een uitspraak te ontlokken die tegen hem zal werken. Ik geef toe dat dit een wat negatief beeld is, maar ik zie dat vooralsnog ook gewoon als hun taak. Hoe zorg je ervoor dat het mooie campagneverhaal ook echt iets wordt om over te discussiëren? Dat kun je alleen maar doen door de pijnpunten naar boven te halen. Al heb je ook wel eens de indruk, zeg ik me enige schroom, dat het soms iets heeft van in de val proberen te laten lopen.

Kinderen te midden van een twistgesprek
In ieder geval proberen ze dat bij Jezus. Aan de zegening van de kinderen om hem heen, gaat een twistgesprek vooraf. En dat twistgesprek lezen is nodig om te begrijpen wat Jezus nu eigenlijk zegt over geloven als een kind. Ik zal het voorlezen:

Jezus vertrok uit Kafarnaüm naar Judea en het gebied van de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om hem heen; hij onderwees hen zoals hij gewoon was te doen. Er kwamen ook Farizeeën op hem af. Ze vroegen hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze hem op de proef stellen. Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden, ze zijn niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ In huis stelden de leerlingen hem hier weer vragen over. Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’

Campagnetaal
Dit is niet de eerste heftige uitspraak van Jezus. Jezus is in deze hoofdstukken behoorlijk zwart-wit in zijn uitspraken. Campagnetaal zou je kunnen zeggen.

woensdag 8 maart 2017

Waarvoor doe ik het nu eigenlijk allemaal? Preek Biddag 8 maart 2017

Vandaag is het behalve Biddag voor Gewas en Arbeid ook Internationale Vrouwendag. En vanmorgen sprak ik op school – een basisschool met alleen maar leraressen – drie moeders uitgebreid, in verschillende gesprekken. En in die gesprekken ging het niet apart over werk. Werk kwam wel ter sprake. En dan ging het over betaald en onbetaald werk. Over werken in loondienst en als zzp’er. Over werken als uit de hand gelopen hobby. En ook over het verlangen om juist iets met je passie te gaan doen, al weet je nog niet hoe precies.

Niet werk alleen
Maar de gesprekken gingen niet apart over het werk. Het werk maakt deel uit van het hele leven, in combinatie met het gezin, hobby’s en wie je bent en waar je voor staat. Vrouwen lijken op een meer natuurlijke manier met die mix van bezigheden om te gaan dan mannen, voor wie er een papa-dag nodig is om er thuis voor de kinderen te kunnen zijn. Een mama-dag is er nooit.

Alle ballen in de lucht houden, werk én privé
Het sluit aan bij hoe de Prediker spreekt over het werken. Of eigenlijk: hoe hij niet spreekt over werken, maar over alles wat we doen en verwerven, verzamelen. Bij hem is er geen onderscheid tussen werk en privé. Maar het gaat bij hem over alles waar we druk mee zijn. Net zoals een boer van Boer Zoekt Vrouw niet naar zijn werk gaat, maar de dames uitnodigt op de boerderij die zijn leven is, zo is ook het leven in de tijd van de Prediker een geheel van drukke bezigheden. Eigenlijk is hij dus heel modern. Want vraag maar eens aan jonge ouders hoe hun leven geordend is. En dan hoor je dat er geen strikte scheiding is tussen werk en privé. En dat privé ook net zo druk kan zijn als werk. En dat het bij elkaar een enorme partij ballen is die ze in de lucht moeten zien te houden.

Zwoegen
En dat drukke bezig zijn omschrijft de Prediker als zwoegen. Dat is nou weer een ouderwets woord waar mensen vaak over vallen in Predikers teksten. Want is het leven alleen maar zwoegen?

Wat zie jij in de spiegel? Preek 5 maart 2017

De veertig dagen voor Pasen zijn begonnen. Afgelopen woensdag begonnen die veertig dagen tot Pasen. En wij starten vandaag. Veertig dagen bereiden ons voor op Pasen. Bereiden ons voor op een nieuw begin.

Opruimen
Hoe bereid je je voor op een nieuw begin? Of het nu in onze nieuwe samengevoegde gemeente is, waar we aan begonnen zijn, of een nieuwe relatie, een nieuw huis, of wat er ook maar een nieuw begin kan zijn in je leven; hoe bereid je je daarop voor? Daar bereid je je op voor door het oude achter je te laten. Door op te ruimen. En dat is niet zomaar hèt oude achter je laten; dat is vooral jóuw oude achter laten. En dat kan best pijn doen.

Oude pijn toelaten, verwerken en loslaten
Wat doet het meeste pijn bij het oude achterlaten? Dat wat jou het meest raakt. En dan gaat het me niet om wat je dierbaar is, want dat moet je vooral een nieuwe plek proberen te geven in het nieuwe begin. Het oude achter je laten gaat vooral over je oude pijn. Dat wat beschadigd is geraakt in onbevangenheid, openheid, kwetsbaarheid, geloof en dromen en wat niet al. Ook door je eigen toedoen. Het oude achter je laten is dat wat pijn doet toelaten, verwerken en loslaten. Toelaten, verwerken en loslaten. En dus niet van een ander, wat die allemaal moet loslaten, maar van jezelf. Want die oude pijn maakt wie je nu bent, hoe je reageert, hoe je mensen benadert, wat je verwacht van het leven, en wat je loslaat aan geloof, hoop en liefde. Hoe laat je dat toe, verwerk je dat en laat je dat los?

Wat gaat er niet goed?
De veertig dagen voor Pasen slaan even de maskers van je af. En vragen je in de spiegel te kijken. Om te kijken wat er niet goed is. Ja, er gaat heel veel goed. En ja, we doen heel erg ons best. Maar wat gaat er niet goed? In onszelf. En wat moeten we achter ons laten om opnieuw te kunnen beginnen?

Dat is geen leuke vraag. Nee, allicht. En we willen geloven in een wereld die goed geschapen is. Ja, allicht. Maar al vroeg in de Bijbel lezen we dat er ook iets niet goed is. Al één hoofdstuk nadat we hebben kunnen lezen hoe goed de wereld is geschapen, en bij het scheppen van de mens zelfs zeer goed, horen we dat er iets niet goed is.

Niet goed in de schepping
‘God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is.’ Wat erg.

dinsdag 24 januari 2017

Hoe is er voor de kerk een toekomst als 'kunstwerk van gebrokenheid'? Preek 22 januari 2017 - Laatste dienst Ambrosiuskerk

Daar zitten we dan. Voor het laatst als wijkgemeente Ambrosiuskerk binnen onze Protestantse Gemeente Waalwijk. Volgende week gaan onze wijkgemeenten samen en zijn we voortaan één gemeente. Alles is daar nu op gericht. Alle dingen zijn bijna gereed, dus laat het nu ook maar gebeuren. Het volgende hoofdstation staat al aangekondigd. Dus waarom nu nog stoppen op dit tussenstation en stilstaan bij de laatste dienst van de Ambrosiuskerk? We zijn niet zo goed in afscheid nemen. En bovendien: we kijken liever vooruit. En trouwens: we blijven bij elkaar, al worden we met veel meer. Vertrouwd en nieuw vermengen zich, en dat gaat vast goed komen.

Toch zit er ook wat weemoed in deze dag, en dat mag. We hebben tenslotte veel met elkaar meegemaakt. En er zijn in de loop van die tijd ook veel mensen geweest die nu niet meer onder ons zijn. Ook dat brengt de weemoed naar boven.

Een nieuwe stap
En dan is het fijn dat we de openbare geloofsbelijdenis van Geo en Debbie hier in deze dienst kunnen vieren. Omdat het ons in het laatste traject naar het volgende hoofdstation van volgende week iets wezenlijks in onze bagage meegeeft.

Dat Geo en Debbie vandaag belijdenis doen is natuurlijk ingegeven door de toekomst, omdat Geo volgende week wordt bevestigd als ouderling vieren. Maar belijdenis doen is te bijzonder om dat er maar even bij te doen. Want het is een heel wezenlijke stap. Een wezenlijke stap ook voor ons allemaal, om de toekomst in te kunnen.

Een stap in geloof
Want belijdenis doen is een stap zetten in geloof.

Waarin vind je je houvast voor het nieuwe jaar? Preek Oud en Nieuw 2016

Wat een jaar hebben we achter de rug. Het is er niet echt gezelliger op geworden. We hebben moeten wennen aan een nieuwe realiteit van aanslagen in Europa, maar ook van hardere tegenstellingen in onze samenleving. Het pleidooi van Jan Terlouw over het touwtje uit de brievenbus van vroeger dat we missen werd kort samengevat door iemand op Twitter, hij had minder dan 140 tekens nodig: het touwtje van Terlouw is een kort lontje geworden. Dat touwtje uit de brievenbus, dat symbool is van vertrouwen in elkaar, is vervangen door een kort lontje waarin iedereen heel heftig op elkaar reageert. En waarbij vervolgens iedereen heel verontwaardigd is over de heftigheid van de reactie van de ander.

Ons leven is kwetsbaar
Die nieuwe realiteit draagt bij en komt voort uit een steeds sterker wordend gevoel dat ons leven kwetsbaar is. En niet alleen maar in de klassieke zin dat ons leven eindig is. Ons leven voelt voor veel mensen ook meer bedreigd dan voorheen. Daar zijn de aanslagen slechts excessen van. Gelukkig maar. Maar veel mensen ervaren aan den lijve dat de wereld aan het veranderen is. De grote wereld wordt kleiner. Afstanden worden makkelijker te overbruggen. Andere culturele invloeden komen binnen in ons land. Werk wordt minder vanzelfsprekend, zorg ook. Niet alles heeft noodzakelijkerwijs met elkaar te maken, maar het komt wel allemaal bovenop elkaar. Het gaat gepaard met politieke aardverschuivingen, een nieuwe politieke onredelijkheid die zijn eigen redelijkheid heeft en ook zijn eigen gelijk. Maar die ons niet meteen gelukkiger maakt.

En vervolgens zit iedereen vanavond thuis of bij elkaar en komt de vraag op: waar gaan we in het nieuwe jaar naartoe? Wat brengt het nieuwe jaar ons? Want per saldo willen we allemaal hetzelfde: gelukkig, veilig en geborgen leven.

Geen gemakkelijke tijden in de bijbel
We lezen vanavond bijbelteksten die niet boven die nieuwe realiteit staan, maar die er midden in staan. In een realiteit die ook de hunne was.

zondag 25 december 2016

Waardoor laat jij je voeden met Kerst? Preek kerstmorgen 2016

Foto: Jonas Bengtsson (flick.com)
Wie het Kerstverhaal denkt, denkt aan vrede op aarde. Daarover zingen de engelen als ze de herders het goede nieuws hebben verteld: 'Vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.' Vrede is echter ver te zoeken. En wat kan een kind dan betekenen?

Huub Oosterhuis schreef een bijzonder gedicht voor het dagblad Trouw:

Eén vluchtkind kantje boord voorgoed geboren

Kerstmis 2016

Verschrikkelijk is de wereld.
Geen Jezus zal Aleppo redden
en zijn god
zwijgt zo diep in alle talen
dat het voelt alsof hij niet bestaat,
nooit heeft bestaan, niet kan, niet wil -
wat is er met mijn brein
dat ik hem steeds weer denk?

Er zal nooit, nergens
een begin van redding zijn
als niet ten minste één mens zegt
'hier ben ik'
en ziende om zich heen
zoekt of er nóg een is, nog twee of drie
met vonken licht 'hier ben ik'
in hun ogen.

In diepe nacht - geen ster te zien
geen engelenzang te horen -
zullen zij gaan
om wat misschien nog kan,
te hopen valt, te redden is

één vluchtkind kantje boord
voorgoed geboren.

Kerstmis is twee- of driemaal
niet te tellen naamloos velen
die 'hier ben ik' zijn
en doen wat moet gedaan.

Hier ben ik, Tijn

'Hier ben ik' zei een kind afgelopen woensdag in Breda bij het Glazen Huis. Zijn naam is Tijn. Hij is pas 6 jaar maar ongeneeslijk ziek. Een hersentumor zal voorkomen dat hij nog een jaar ouder wordt, vertelde een mri-scan een week ervoor. Hij wilde voor het goede doel nagels lakken, vertelde zijn vader. En Tijn wilde daarmee 100 euro ophalen. Het werd meer dan twee miljoen. Heel Holland Lakte voor Tijn, en daarmee voor het goede doel waar hij voor stond: behandeling door het Rode Kruis van kinderen met een longontsteking.

Het was opvallend en verbaasde iedereen hoe één kind zo'n verschil kon maken. En eigenlijk ook een langzaam op gang komende inzamelingsactie van Serious Request uit het slop hielp. Eén klein kind in een wereld vol duisternis.

Wat kan een kind het verschil maken. Kunnen we daarin geloven? Of is de vrede op aarde te ver te zoeken?

Wat doen wij? Wat doe jij? Wij eten op aarde deze dagen. We voelen ons er ongemakkelijk bij soms als we het zo zeggen. Maar tegelijkertijd past het, op een bepaalde manier, wel degelijk bij Kerst. Kerst is weldegelijk het feest van eten op aarde. Van een kerstdis op kerstmis. En dat geeft een bijzonder accent aan Kerst.

Broodhuis Bethlehem
'Hier ben ik'. Het Kerstkind kondigde zich aan, op weg naar Bethlehem. De stad van koning David, verre familie van Jozef. De man die Jezus zou aannemen als zijn zoon. Bethlehem is een mooie plaats voor het kind om geboren te worden. De plaatsnaam betekent namelijk brood-huis, Beth-lehem. Een broodhuis. Maar niet als een vreetschuur, maar als een bron van voedsel in schaarste.

Bethlehem had namelijk die schaarste zelf gekend. Bethlehem is de plaats waar eeuwen eerder, een paar generaties voor Koning David, God helemaal geen koning was. En als mensen zichzelf koning wanen vreten ze alles kaal, nemen en pakken ze wat ze pakken kunnen. En het voedsel raakte op. Er was een grote hongersnood. God was geen koning meer. En de man die zo heette, Elimelech, God is koning, ging dood. En zijn zonen waren lui en verveeld geworden, tot niets meer in staat. Ziek, zwak en misselijk, zo heten ze: Machlon en Kiljon, en zij gingen ook dood. Een van hun vrouwen was Ruth, en zij bleef als weduwe achter. Zij ging met haar schoonmoeder mee terug naar Bethlehem, dat haar schoonmoeder was ontvlucht vanwege de honger. Langzaamaan was er weer wat eten te vinden in Bethlehem. En Ruth deed het haar schoonmoeder en haar volk voor: ze raapte wat er over was van de oogst van het land. Niet pakken wat je pakken kan, maar nemen wat er over is. Daarmee niet nemen, maar ontvangen. En Boaz, een lid van de schoonfamilie van Ruth, zag het en nam haar tot vrouw.

Daarmee bracht Ruth, als buitenlandse aan het Joodse volk toegevoegd via het huwelijk, het besef terug dat we ons voedsel van God krijgen. Dat God ons voedt. Ja, we werken er zelf ook hard voor. En we proberen met allerlei technologie de verbouwing van gewassen te beïnvloeden, maar we kunnen het niet grijpen. We krijgen het, van God.

Jezus in een voerbak 
Zo wordt Bethlehem, door een vrouw van buiten die het verschil maakt, weer broodhuis. Zo werd ze de overgrootmoeder van koning David. Verre familie van papa Jozef. En zoveel eeuwen later was Bethlehem weer het broodhuis. In de voerbak in de stal lag een heel bijzonder kind, Jezus. Ja, in een voerbak. Nee, niet zomaar. Die stal staat voor een oude profetie van Jesaja, die aan het begin van zijn profetieën zegt: 'Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar de Israëlieten kennen hun Heer niet. Mijn volk wil niets van mij weten.' Met andere woorden: een rund weet van wie hij te eten krijgt, en een ezel ook. Maar wij niet. Wij denken zo vaak dat het allemaal van onszelf komt.

Wat voedt je? 
En dat kind in die voerbak herinnert daar weer aan. 'Hier ben ik' zegt het kind met zijn verschijning. 'Weet waar je je voedsel vandaan krijgt. Niets hebben jullie aan mijn komst hoeven doen. Sterker nog, er was niet eens plaats voor mij. En papa Jozef is een schat, maar hij is er ook niet aan te pas gekomen. Haal jij nu je voeding ook echt bij mij, hier in de voerbak van de stal in het broodhuis?'

Waar haal je je voeding vandaan? Jezus wil de voedselbron zijn. Ook met Kerstmis. Hij is de kerstdis met Kerstmis. Hij is het eten op aarde. Niks mis met dat eten. En ook niet met het samen eten. Als het maar altijd in het besef is dat we het krijgen. En dat we het gekregen hebben in een tijd van tekort.

Wie voedt je?
Want er is een tekort. Een tekort aan voedsel in de wereld. Maar ook een tekort aan mensen die zich door liefde laten voeden. Een tekort aan mensen die het verschil maken, waardoor de actie van Tijn ons zo versteld doet staan. Maar Tijn laat zien: het kan nog. Laat je voeden. Laat je voeden door Jezus, ons eten op aarde in de voederbak van het broodhuis.

De zes J's. En wat doe Jij?
Dan sluit je aan in de rij van de J's deze Advents- en Kersttijd. Na Jesaja, Jakobus, Johannes, Jozef en Jezus, ben Jij de zesde J. Wat doe jij? Laat je je voeden door de Kerstboodschap in alles wat je doet? Zeg dan om te beginnen simpel 'dank U wel' als je straks gaat eten. Leef in het besef dat je alles krijgt. En laat je voeden door de woorden van Jezus. Eet smakelijk!

zaterdag 24 december 2016

Hoe reageer je op Gods onvoorwaardelijke liefde? Preek Kerstnacht 2016

Foto: Dhinal Chheda (flickr.com)
Stel je toch eens voor, dat iemand voor jou een kind geboren laat worden. En dan niet als de uitkomst van liefde tussen twee mensen, maar als een geschenk, zomaar. Net zoals Jozef en Maria een kind krijgen. Zomaar. Het komt niet uit hen voort, want Jozef is de vader niet. Het kind wordt hen, wordt ons, gegeven.

Stel je toch eens voor, dat iemand voor jou een kind geboren laat worden. En dat het bij jou voor je deur ligt. Een kind waar je niet om hebt gevraagd. Een kind, dat je gegeven wordt. Wat zie je dan? We kunnen er van alles bij voelen. Vertedering, misschien ook ongemak. Maar wat zie je dan? Een kind laat als geen ander aan je zien wat het is om onvoorwaardelijk van iemand te houden. Wat je ook doet als geroutineerde ouder of oppasser, of als volstrekte leek, in al je onhandigheid soms en in al je nukken en chaos: dat kind houdt van jou. Onvoorwaardelijk.

Onvoorwaardelijke liefde
Het is daarom dat God een kind geboren laat worden. Om te laten zien hoe onvoorwaardelijk Hij van ons houdt. Eigenlijk zijn de geboorteverhalen maar een relatief kleine inleiding op een veel groter verhaal dat dertig jaar later in Jezus' leven begint. Dan treedt Jezus in de openbaarheid en zal hij vertellen en laten zien hoe groot Gods liefde is.

Dus waarom niet pas dertig jaar later starten? En waarom dat hele gedoe met die zwangerschap en die reis naar Bethlehem? Had God niet gewoon een goed mens kunnen uitzoeken dertig jaar later?

Twee redenen waarom God een kind geboren laat worden
Om twee redenen niet. Allereerst wil God iets van zichzelf geven. Vandaar dat er een kind geboren moet worden dat van Hem is. En waar Jozef dus niet aan te pas komt. Hij geeft iets van zichzelf. Hij neemt niet iets of iemand uit ons om ons iets duidelijk te maken over Hem. Nee, Hij geeft iets van zichzelf. En dat moet dus eerst geboren worden. En het moet opgroeien in onze wereld. En zo komt hij van buiten en van binnenuit tegelijkertijd. Een uit God en een uit ons.

De tweede reden om een kind geboren te laten worden is dat juist een kind laat zien wat het betekent om onvoorwaardelijk lief te hebben. Ja, een kind kan ook niet anders, want het is afhankelijk. Maar een kind weet ook niet beter. Of eigenlijk: het weet ook niet slechter. Want hoe meer je opgroeit, hoe meer je ook teleurgesteld wordt in de liefde van anderen. In de loop van je leven raak je door allerlei omstandigheden stukjes naïviteit kwijt, en ook stukjes van je onbevangenheid. Het onvoorwaardelijke gaat er een beetje, of een beetje veel, vanaf.

En zou je dan nog kunnen geloven in onvoorwaardelijke liefde van iemand anders? Zou je jezelf met alles wat je weet en kent en hebt ondervonden nog durven laten zien?

Geloven dat iemand onvoorwaardelijk van je houdt
Ook dat zijn twee dingen. Met anderen kunnen we veel in ons leven hebben meegemaakt dat ons een klein beetje of een beetje veel wantrouwend heeft gemaakt. Van de meest erge schending van vertrouwen in misbruik, tot allerlei dingen die je meemaakt met vrienden, familie, in relaties en op je werk. En dat hakt er in meer of mindere mate in. Je gaat toch niet meer zo makkelijk met vrienden om die je vertrouwen beschamen. Iets wat tussen geliefden gebeurd is kan niet meer altijd helen. Familie en in zekere zin ook collega's zijn je gegeven, en daarin kan een stukje 'tot elkaar veroordeeld zijn' zitten wat nooit vrij voelt, of waar je noodzakelijkerwijs in je hart of in het echt mee breekt, omdat niet te helen is wat er gebeurt of is gebeurd. En als je dat alles bij elkaar optelt, kun je dan nog geloven in onvoorwaardelijke liefde van iemand anders?

En wat doet dat met je eigen zelfbeeld? Kun je je voorstellen dat er van jou nog onvoorwaardelijk gehouden wordt? In veel relaties in familie, met vrienden, geliefden en collega's, merken we dat er voorwaarden worden gesteld om ons lief te hebben. Vaak voelen we allerlei verwachtingen waar we aan moeten voldoen. Overigens zit dat vaak in onszelf dat we dat voelen, maar dat is dan ook niet zonder reden. We hebben vaak genoeg gemerkt dat we niet voldoen aan de voorwaarden van anderen. En daardoor kun je zomaar ineens merken dat vrienden zich terugtrekken, familieleden niet naar jou vragen, collega's je negeren. En laten we onszelf niet hierbuiten zetten.

Zelf onvoorwaardelijk van iemand houden
Ook als je naar jezelf kijkt zul je vast merken dat je voorwaarden stelt, of in ieder geval verwachtingen hebt. En kun je houden van iemand waarvan je niets meer kan verwachten? Er zijn mensen die voor die levensgrote opdracht staan omdat hun partner, hun ouders of hun kinderen zo veranderd zijn, of zijn wie ze zijn. Anders dan je verwachtte of hoopte. En dan is liefde een opgave. Of misschien vanzelfsprekend, want 'dat doe je nu eenmaal'. Maar toch, het kan zwaar zijn. Maar ook buiten deze situaties kun je met vrienden, familie, geliefden en collega's voor de onmogelijke vraag te staan: kan ik houden van iemand waarvan ik niet kan verwachten wat ik wens of die is zoals hij is?

Al die verwachtingen die we ook zelf voelen van anderen maken het best lastig om te geloven dat iemand onvoorwaardelijk van ons zou kunnen houden. Laten we zeggen: we kennen onszelf, en dat zal voor een ander toch niet anders zijn. En we kennen ook onze eigen nukken, onze eigen vuile was. We zijn wie we zijn en we zien het in de spiegel. Zou er iemand onvoorwaardelijk van ons kunnen houden?

Ja! Iemand houdt onvoorwaardelijk van ons
Het antwoord met Kerstmis is: ja! De geboorte van Jezus laat zien dat God onvoorwaardelijk van ons houdt. Ook van jou? Ja, ook van jou! Kijk maar naar dit Kind. Dat niet voor niets Gods Zoon genoemd wordt. Hij is de selfie van God. Kijk naar dit Kind en je ziet hoe God van je houdt. Onvoorwaardelijk. Net als een kind.

Een redder
Over dat Kind zegt de engel tegen de herders: Vandaag is jullie redder geboren. Dat is Jezus. Zijn naam betekent: God met ons. En hij is onze redder. Waaruit redt hij ons dan? Van alles wat ons beschadigt heeft waardoor we niet meer onvoorwaardelijk kunnen liefhebben. Van alles in ons waardoor wij ook niet onvoorwaardelijk liefhebben. Van alles aan ons, waardoor we, ook door eigen schade en schande wijs geworden, voor onmogelijk houden dat we onvoorwaardelijk zouden worden liefgehad. Daarvan is Jezus onze redder.

Je naaste liefhebben als de selfie van God

Dit Kind, Jezus, vertelt ons dat God ons onvoorwaardelijk liefheeft. Vind er troost in, maar ook een bemoediging. Als het dan zo is dat we werkelijk onvoorwaardelijk worden liefgehad, misschien kunnen we dan ook weer een beetje meer proberen te vertrouwen op anderen. Minder bang om afgewezen te worden of pijn gedaan, want we worden al onvoorwaardelijk liefgehad. Misschien kunnen we ons een beetje meer oprichten als je twijfelt of je er mag zijn. Ja, je mag er zijn. En vertel je verhaal. En als een ander het toch niet wil horen, dan wil God het horen. Vat moed uit deze boodschap en ga ervoor. Heb lief, probeer het maar. Je wordt onvoorwaardelijk liefgehad. Door Jezus, door God.