vrijdag 19 februari 2016

Waarmee dien je de gemeente? Preek 14-02-16 bij de wervingsactie voor ambtsdragers

Tekst: Lucas 4: 1-13

Waarmee dien je de gemeente? Jezus wordt op de proef gesteld door de duivel, in de woestijn. Zou hij niet graag belangrijk willen zijn? Zou hij niet graag leiding geven? Zou hij niet graag populair willen zijn? En wij…? Jezus geeft zelf het antwoord. Met woorden uit de bijbel. En die wijzen een andere weg. Naar bidden, geleid worden en dienen. Waarmee dien jij de gemeente?

In de afgelopen week mocht ik met een gespreksgroep van gemeenteleden praten over het bijbelverhaal van vandaag. En we kwamen al gauw te spreken over de veertigdagentijd. In hoeverre leeft dat voor je? Om een periode in het jaar wat meer stil te staan bij je geloof en hoe het staat met je relatie met God, met de mensen om je heen, en met jezelf. Ik moet daarbij zeggen: ik was in gesprek met gemeenteleden die geen betaald werk meer doen. Dus de druk van werk en de zorg voor kinderen kennen ze niet meer; hoewel de zorg om het werk van kinderen en de zorg voor hun kinderen natuurlijk wel eens aandacht vraagt. Maar het is geen dagelijks ritme meer dat bewust bezig zijn met je geloof kan verdringen. Je hebt als je wilt zo eens wat vaker de tijd om dingen te overdenken. Een aparte bezinningstijd, nee, daar hadden sommigen vroeger nog wel gevoel voor, maar nu minder. Alsof de jaren ook de scherpe kantjes van geloof afhalen, en dus ook de scherpe kantjes van het kerkelijk jaar. Die bezinningsperioden, dat de verhalen wat heftiger zijn en dat de thema’s veel meer schuren, worden wat minder scherp. Misschien is het met het klimmen van de jaren meer een balans opmaken dan bezinnen. Je verzilvert je leven en zo is het goed.

Wat gebeurt er als je gedreven wordt, door de Geest?
Jezus staat nog maar aan het begin. Dat is een verschil. Zoals je in je jonge jaren vol ergens voor kunt gaan. Zo gaat Jezus gedreven door de Geest de woestijn in en zwerft hij daar veertig dagen rond. Ik begrijp dat vorige week mijn voor-voorganger in deze gemeente de Naardense Bijbel aanprees, en inderdaad staat daar preciezer: door de Geest is hij geleid in de woestijn.

Wat is dat en herkennen we dat?

Wat is onze onderlinge band in de kerk? Preek 31-01-16 bij bevestiging PG ambtsdragers


In de eerste dienst deze zondag vieren we als Protestantse gemeente in de Ambrosiuskerk. Twee gemeenteleden, Frans Grims en Kees de Kramer, zullen bevestigd worden als ouderling-kerkrentmeester van onze Protestantse gemeente. We zijn verheugd als mensen hun gaven benutten voor de kerk van Christus. Die kerk, met Christus aan het hoofd, is gebouwd op al onze verschillende gaven, en zo zijn wij één in verscheidenheid. De tweede lezing gaat daarover.

In de evangelielezing lezen we het vervolg op de lezing van vorige week, waarin Jezus in zijn vaderstad uit Jesaja leest. ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ Toe maar. ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’ En vervolgens legt Jezus de spannende vraag neer: voor wie is die vervulling bedoeld? Of voor ons: voor wie zijn wij eigenlijk kerk? Een spannende vraag die de gemoederen in Nazareth flink bezig houdt. Ons ook komende zondag in het tweede deel van een tweeluik als vervolg op het eerste deel dat nog na te lezen is op www.pgwaalwijk.nl/jezusbetrekkenbijjeleven

We vieren vandaag als één Protestantse Gemeente dat twee van onze leden bereid zijn om hun steentje, net als vele anderen, bij te dragen. In hun geval aan het beheer van onze kerkelijke gemeente. Ondanks dat wij als één gemeente nog onderverdeeld zijn in twee wijkgemeenten, doen we al veel samen, en zijn wij één. Waaronder in dat kerkelijke beheer. We zijn als het ware in gemeenschap van goederen getrouwd.

Waarin ligt onze eenheid en waarin onze verschillen?
Die eenheid is niet vanzelfsprekend.

zondag 24 januari 2016

Hoe betrek je Jezus bij je leven? Preek 24-01-2016


In de afgelopen tijd met Kerst en de weken daarna hoorden we hoe Jezus ons bij zijn leven betrekt. Maar hoe kunnen wij Jezus bij ons leven betrekken? Daarover gaat het vandaag.

Vandaag hoorden we een bekend verhaal dat vaker in de kerk klinkt. Elk jaar horen we een aantal van die bekende verhalen terugkomen. Het verschil is dat deze verhalen elk jaar uit een ander evangelie komen. Omdat elk kerkelijk jaar een ander evangelie centraal staat. Vorig jaar was dat het Marcus evangelie. Dit jaar is dat het Lucas evangelie. Volgend jaar het Mattheüs Evangelie. Dat zijn de drie evangeliën die alle drie ongeveer eenzelfde loop hebben, maar hun eigen accenten leggen. Natuurlijk wijken we daar wel eens vanaf, zeker rondom de feestdagen. En dan komt ook het Johannes evangelie aan bod dat daar een beetje doorheen fietst. Maar nu na de Advents- en kersttijd dit jaar zijn loop verder gaat hebben, lezen we voornamelijk uit het Lucas evangelie.

Waarin zitten de verschillen tussen dezelfde verhalen in verschillende evangeliën?
Door de verschillende versies van deze verhalen met elkaar te vergelijken ontdek je wat in het ene evangelie er wel bij verteld wordt, en in het andere niet. Of de manier waarop het verhaal verteld wordt verschilt. Wat ook verschilt is de plaats die de verhalen krijgen binnen de evangeliën. Dat bepaalt ook hun betekenis in dát evangelie. Wanneer een bekend verhaal dus weer aan bod komt, is het zaak goed te kijken hoe en waar het hier verteld wordt. In het evangelie waar we het dan uit lezen.

Wanneer Jezus nu in het Lucas evangelie in Nazareth terugkeert, waar hij is opgegroeid, dan valt op dat hij teruggekeerd is vanuit de woestijn, waar hij net door de duivel is beproefd. Het is daarmee in het Lucas evangelie zelfs het eerste openbare optreden van Jezus. Vorige week hebben we nog de bruiloft in Kana meegevierd. Inderdaad uit het Johannes evangelie, en dat is de geschiedenis ingegaan als het eerste openbare optreden van Jezus. Natuurlijk, omdat het hier een wonder betreft. Dat is toch even wat meer dan een goede preek, die Jezus in Lucas afsteekt. Maar zo zie je maar. De evangeliën schrijven geen geschiedenis op, maar vertellen een verhaal over Jezus. Hun verhaal over Jezus.

Dat is de plaats van het verhaal in dit evangelie. Hoe het verhaal vertelt wordt verschilt ook. Lucas vertelt het heel uitgebreid. Zo uitgebreid dat we er zelfs twee zondagen bij stilstaan. Vandaag is dus de eerste van een tweeluik. En de uitbreiding zit hem er onder andere in dat Lukas vertelt wát Jezus las. En we horen dan woorden die bekend klinken uit Jesaja, zoals we die net lazen. Al lijkt Jesaja wat geactualiseerd te zijn. De blinden worden opgevoerd door Jezus, dat zij het herstel van hun zicht tegemoet mogen zien. Actueler kennelijk dan de verslagen harten die hoop nodig hebben. Zo heeft het zin om in bekende verhalen op zoek te gaan naar de verschillen.

En wat heb ik daaraan?
En wat ontdek je dan over de betekenis?

maandag 18 januari 2016

Hoe kom je van 'behouden' naar 'veranderen'? Kerkenradendag missionaire specialisatie 9 januari 2016

Foto: Nynke Dijkstra
Op zaterdag 9 januari stond 'de binnenkant van verandering: motiveren' centraal op het Landelijk Dienstencentrum in Utrecht. Daar kwamen de kerkenraden bijeen samen met de predikanten die de missionaire specialisatie volgen. Waaronder ds. Otto Grevink, en met hem veertien andere predikanten. Vanuit onze gemeente kwamen Eric Dörr, Geert Hulsbos, Roelie Klok, Janneke Opmeer en Gerrit Westerveld mee. De dag werd geleid door oud-predikant, adviseur en uitgever Bert Bakker.

Verandering is een hachelijke onderneming. Overal, en dus ook in de kerk. Hoe motiveer je mensen tot verandering? Maar eerst nog: moet veranderen wel? Met de gevleugelde uitspraak uit het bedrijfsleven 'stilstand is achteruit' heb je wel een mooie onliner, maar nog geen reden gegeven. Nynke Dijkstra, coördinator van de opleiding en als predikant in algemene dienst deel van het Missionaire Team van onze kerk, illustreerde het zo aan de predikanten de dag ervoor: 'Ik heb een hekel aan de tandarts. Niet aan hem persoonlijk, maar ik hou niet van dat boren en zo. Nu moest ik onlangs wel naar de tandarts. Want er was een stuk van mijn kies afgebroken. De tandarts bleek best een aardige man. En het eerste wat ik zei was: "Als het pijn gaat doen, verdoof het dan maar meteen." Toen zei de tandarts: "Dat gaat niet. Ik zal eerst moeten kijken of uw kies nog leeft." Dus hij ging boren en het deed inderdaad zeer. "Gelukkig" zei de tandarts. Gelukkig? "Ja, want dat betekent dat de kies nog leeft." Met andere woorden: het is goed als het pijn doet, want dat leeft het. En zo is het ook met veranderen.'

Dit toont aan wat Bert Bakker tijdens de kerkenradendag de 'ambivalentie' noemt. Als je eens een aspect van je leven of het kerkenwerk bedenkt - en even geen kernaspect - waar je je dubbel over voelt, waarvan je zegt 'eigenlijk zou ik meer, maar...', dan voel je de ambivalentie, de dubbelheid. En die dubbelheid voelt iedereen bij veranderingen. Er is altijd iets voor een verandering te zeggen. Het houdt het leven in de brouwerij. Niemand is 100% voor of tegen. En door aandacht te besteden aan die ambivalentie, die dubbelheid die mensen voelen, kun je komen tot gezonde veranderingen.

We kregen voorbeelden te horen van hoe het niet werkt.

zondag 3 januari 2016

Hoe kun je omgaan met de kindermoord in Bethlehem? Preek 03-01-16


preek 16 01 03Elk jaar klinkt richting Drie Koningen het verhaal van de drie wijzen/magiërs uit Mattheüs.
Nu valt mij op in veel moderne kerstvertellingen (voor kinderen!), zoals Kerst met de Zandtovenaar en de Lego-bijbel die we vorig jaar cadeau deden aan de kinderen, dat het kerstverhaal daar niet meer eindigt, maar dat de kindermoord in Bethlehem heel nadrukkelijk een rol krijgt. Zie ook het filmpje van de legobijbel. De kerstvertelling van mijn jeugd, dat boekje van Dick Bruna, eindigde heel vroom met het vertrek van de wijzen, en de herders. Was dat maar beter zo, of voegt het verhaal van die kindermoord iets toe? Maar wat kan de zin van dat verhaal zijn?.

Het verhaal van Kerst is niet compleet zonder het bezoek van de wijzen aan de stal. Dat is een wonderlijke combinatie van twee geboorteverhalen. Dat van Lucas over de volkstelling en de reis naar Bethlehem, waar geen plaats was in de herberg. En dat van Mattheüs, die wel spreekt over Bethlehem, maar niet over hoe Jozef en Maria daar gekomen waren, en wat daar verder gebeurt. Behalve dan over het bezoek van magiërs uit het Oosten. Het zijn van die verhalen die elkaar niet tegenspreken maar aanvullen. Kennelijk laat de kern van de boodschap van Jezus de vertellers de ruimte om daaromheen hun verhaal te vertellen. Om daarin accenten aan te leggen, waardoor het verhaal van Jezus landt bij degenen die naar hun verhaal luisteren. Zo gebeurt dat ook in allerlei muzikale kerstvertellingen. Zoals Kerst met de Zandtovenaar en het Kerstfeest op de Dam. Fragmenten van verhalen klinken om daarin de kern te vatten van wat er met Kerst gebeurt. Dat God in ons midden komt wonen in een klein kind, dat Jezus heet.

De wijzen horen erbij
En als je dat kerstverhaal dan op basis van de bijbelverhalen wilt vertellen, dan ontkom je er niet aan het verhaal van de wijzen te vertellen. De bijbel vertelt dat het magiërs waren. Wij zijn ze wijzen en koningen gaan noemen, en zeggen te weten dat het er drie waren. Dat doet er allemaal niet toe. Als ze dat kindje maar eer komen bewijzen met hun geschenken, zoals de profetie van Jesaja al schetste. Want dat is wat Mattheüs doet. Hij vertelt het geboorteverhaal van Jezus aan de hand van bekende beelden van de gelovigen van toen, de Joden. Mattheüs vertelt met oudtestamentische beelden het verhaal van de geboorte van Jezus. Zo klinkt het geboorteverhaal van Jezus bekend in de oren. Is het herkenbaar. Zo kunnen ze ermee uit de voeten. Zo snappen ze het. En daarmee is het waar. Want zo klopt het. Dit is Jezus en zo heeft hij zijn plaats in de traditie waarin hij opgroeit.

Wat moeten we met het verhaal van de kindermoord in Bethlehem?

zaterdag 26 december 2015

Waarom hangt het niet van ons af? Preek kerstmorgen 25-12-15


Het kerstverhaal laat een heel bekend kersttafereel zien van Maria en Jozef, en het kindje Jezus in de stal. Alle ogen zijn daarop gericht. Daar gebeurt het. Maar hoewel deze stal het decor op het toneel van Kerst is, zijn Maria en Jozef eigenlijk nauwelijks de acteurs te noemen. Ze geven het spel niet vorm. Ze improviseren hooguit een beetje. Hoewel het geen geringe taak is die Maria volbrengt - het baren van een kind - is alles om hen heen eerder het schouwspel dan dat zij dat zelf zijn. In niets blijkt in het verhaal enig initiatief van Maria en Jozef. En dat is effe wennen. Voor ons ook, die ook het kerstfeest tot in de puntjes willen regelen. En als je dan griep krijgt, zoals ik vlak voor de kerst, dan besef je: ja, ik kan wel van alles willen of moeten doen, maar het kind wordt toch wel geboren. Want het hangt niet van mij af.

We hebben al eerder in het Lucas evangelie gehoord dat de zwangerschap van Maria geen zaak was van Jozef en Maria, maar van de heilige Geest. Hoe je dat ook moet begrijpen; bedoeld is dat het niet aan mensen is toe te schrijven dat dit kind geboren zou worden. Dat klinkt gek in onze oren. Zeker in moderne tijden waarin we zelfs in staat zijn om dat te plannen. Aan de zwangerschap van Maria gaan dit keer eens helemaal geen menselijke acties, planningen of wat dan ook aan vooraf.

Hoeveel heb jij aan Kerst gepland?
Eerder al doorbrak God de onvruchtbaarheid van Maria's familielid Elizabeth. Juist dat verhaal liet ook zien hoe mensen, hoe gelovig ze ook zijn, zich toch vasthouden aan hun eigen redelijke verwachtingen. Zacharias' gebeden mogen dan verhoord zijn, zoals de engel zegt, maar eigenlijk gelooft Zacharias er zelf helemaal niets van dat het überhaupt zou kunnen. 'Maar dat kan toch niet?' zegt hij tegen de engel. 'Mijn vrouw en ik zijn al hartstikke oud.' Dus moet Zacharias zijn mond maar eens houden. Iemand anders is nu aan het woord, God.

We plannen wat af als het om de kerst gaat. We tuigen van alles op. Maken er een groot feest van, ook dat zeker. Maar we houden daarin wel alles in de hand. We zijn de acteurs en de regisseurs van ons eigen kerstfeest. Wat als er ineens een vreemdeling voor de deur zou staan?

zondag 13 december 2015

Wat heeft een vreemdeling ons te bieden? Meditatie bij vesper 13-12-15

Tekst: Ruth 1: 3-19a

preek 15 12 13In het verhaal van Kerst zullen we over anderhalve week horen dat twee jonge mensen, Jozef en Maria, naar Bethlehem trekken. Daar zal Jezus geboren worden. In Bethlehem, in het broodhuis, zoals die plaats heet. Die plaats doet herinneren aan het verhaal van Ruth. Daarin speelt Bethlehem ook een belangrijke rol. Maar in het begin van het verhaal is dat juist de plek waar een man en zijn vrouw, en hun twee zonen, uit wèg trekken. In het broodhuis is geen graankorrel meer te vinden. Er was hongersnood. En deze man en zijn vrouw trekken met hun twee zonen uit Bethlehem, om een tijdje in de vlakte van Moab te gaan wonen. Niet per definitie bevriend gebied. Asielzoekers zijn het. Op de vlucht voor hongersnood.
Veel voorspoed kenden ze niet. De man overleed. Hun zonen probeerden nog wat van hun toekomst te maken en zochten vrouwen in dat vreemde land. En ze trouwden. Maar ook zij stierven, die twee zonen. En we zien een weduwe achterblijven, in den vreemde. Met twee vreemde schoondochters. Ja, een vrouw alleen heeft het niet makkelijk. Zij alle drie niet. Maar het gaat nog dieper. De man die is overleden draagt de naam Elimelech. Dat betekent: God is koning. Niet dus, want hij is dood, Elimelech. God laat zich niet als koning gelden. En hun twee zonen: ach, zij dragen namen die doen klinken dat ze ziek, zwak en misselijk zijn. Krachteloos. Geen mannen uit één stuk. Daar win je de toekomst ook niet mee. Het verhaal laat voelen de weg van het volk van God dood kan lopen. Dit is niet zomaar een verhaal over een noodlottig gezinnetje. Dit is het verhaal van een volk. Dat niet meer beleeft dat God koning is. En dat zich zelf ziek, zwak en misselijk voelt. Een volk dat nergens meer voor staat. Maar ook niets meer verwacht. Een volk dat zelf ontheemd is geraakt.
Kinderen geven de belofte van God door
En dat het volk niets meer verwacht verdiept zich in de klaagzang van Noömi. Kijk, het is op het eerste gezicht een gewone rekensom die ze haar schoondochters voorhoudt. Zelfs als ik nu een man vind, en twee zonen zou krijgen, dan nog duurt het heel lang voordat zij jullie kinderen kunnen geven? In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. En dit is een behoorlijk risicovolle lange termijn belegging. Maar het steekt nog dieper. Geen kinderen meer hebben maakt niet alleen het eigen voortbestaan onzeker en de eigen oudedagsvoorziening. Begrijp goed dat het volk leeft uit de belofte, aan Abraham gedaan, dat Abraham net zoveel nakomelingen zou krijgen als er sterren zijn. Dus als het stopt, als er geen kinderen meer komen, dan stopt ook de belofte van God. Sterker nog, vooral in later tijd is men ook gaan hopen op dat éne kind, de Messias. De redder. Met elk kind dat geboren wordt komt dat kind dichterbij. Andersom dus ook, bij elk uitblijven van kinderen blijft de komst van dat kind, van die redder, verder weg.
Kinderen krijgen zegt in de Bijbel meer dan alleen het voorzien in je aanstaande ouderdom. Het is ook de belofte van God die doorgaat. Om een zegen te zijn voor de wereld en elkaar. Om Gods zegen te voelen over het leven. En met het sterven van Elimelech, Machlon en Kiljon dreigt dat dus ook uit te sterven. En de hoop daarop. Het lot van Noömi is bitter. Als asielzoeker vindt ze alleen maar een vooruitzicht van uitsterven. Terug in eigen land zal ze hetzelfde lot treffen. Noem mij niet Noömi, zegt ze. Noem mij niet dat ik de gelukkig ben. Want dat ben ik niet. Noem mij Mara, de bittere.
Ruth brengt het volk van God weer naar haar bron
Waar komt nu de redding vandaan voor deze asielzoekster? Waar komt onze redding vandaan als het leven zo lijkt dood te lopen in al het geweld, intolerantie en volstrekte visieloosheid? Het verhaal van Ruth vertelt over een vreemdelinge, Ruth, die haar schoonmoeder weer bij haar bron brengt: uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God. Dat volk had Noömi verlaten, God voelde ze niet meer. Maar Ruth brengt het weer in herinnering. Het is meer dan een geslaagde integratiepoging van Ruth. En waarom zou ze eigenlijk het geloof moeten aannemen van haar nieuwe land? Wat ze doet is dat ze de ziel terugbrengt in het leven van haar schoonmoeder, en daarmee van haar volk. Daar is ze mee bezig. En ik zou wensen dat de komst van vreemdelingen dat ook teweeg zou brengen. Dat de ziel terugkomt in ons land. Voorbij al het geklaag en alle angst. Dat we met elkaar niet de verschillen en de problemen wegpoetsen, maar wel, dat we uitgaan van eigen kracht. Niet denken in bedreigingen van buiten, maar in eigen kracht van binnen. Die haat overwint. Die oorlog daar laat en hier vrede sticht. Wat zou er een kans liggen om alle vluchtelingen zo’n ervaring van gastvrijheid en vrede mee te geven dat ze, hopelijk weer eenmaal thuis, ervan zullen getuigen van dat het hier zo gek nog niet is. En dat we het goede met de wereld voorhebben. Misschien zelfs: dat die christenen nog zo gek niet zijn.
De vreemdeling kan ons weer bij onze bron brengen
Ontmoetingen met vreemdelingen nodigen uit om schoon schip te maken in onze vooroordelen. In ons gebrek aan geloof in de toekomst. In ons geloof in een God, die we ver en verborgen voelen. En deze vreemdelinge, Ruth, is niet zomaar een vreemdelinge. Zij zal een man vinden. In de familie van Noömi. En een kind krijgen. Obed. En Obed is de vader van Isaï, die de vader is van David. De koning van Israël. Die de voorvader is van Jezus, de koning van de wereld. Zo brengt zij de ziel, de hoop, het geloof en de toekomst terug in het volk van haar schoonmoeder. En in ons leven. Dat niet ten dode opgeschreven is, maar onder de belofte staat van God, die ons redt.