maandag 20 juli 2015

Wat heb jij, vermoeide, te bieden? (preek 19 juli 2015)


Aan het begin van de zomervakantie voelt het weldadig aan dat Jezus zegt: 'Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.' We zien de grazige weiden van de camping of het weldadige terras bij het vakantiehuisje voor ons. Met je voeten in het gras of in het water. Even rust, even geen stress, even ontspannen. Er moet zoveel. We hebben onze zorgen. Onze deadlines. Onze zo goed mogelijk georganiseerde chaos. De waan van de dag. De rust is welkom. Ook voor de leerlingen. 'Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.' Hoe herkenbaar, als je op een dag nog geen moment gezeten hebt, of van overleg naar overleg rent, of je meer druk moet maken om de kinderen dat ze eten, en alles bij zich hebben, maar nauwelijks aan jezelf toekomt.

Ja het staat er zo leuk, maar er komt niets van terecht. 'Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.' Hoe de apostelen eraan toe zijn horen we niet, maar je voelt toch wel dat ze aan hun tax raken van wat ze aan kunnen. Of in ieder geval aan denken te kunnen. Ze klinken ook enigszins ongeduldig als Jezus de menigte maar blijft onderwijzen, terwijl etenstijd nadert - en zij ook wel eens wat zouden willen eten. Maar bovendien: ze zien een bult werk op zich afkomen als ze die hele menigte moeten voorzien van eten. Het is wel even goed hoor! Laat ze maar voor zichzelf zorgen! Maar Jezus legt de bal bij hen. En niet eens bij wat ze zouden kunnen doen, namelijk eten kopen. Nee, bij hen zelf alleen: wat hebben jullie te bieden?

Je gaat op vakantie en wat neem je mee?
Het laat zien dat dit bijzondere verhaal, zoals de evangelist Markus het vertelt, niet draait om Jezus, en zelfs niet om het wonder van de broden, maar om de leerlingen. Hèn wil Jezus iets leren, en daarmee ook ons. Het zijn de leerlingen die het verhaal hier ondergaan. Ze maken ook een transformatie door. Is het je al opgevallen dat in het begin van het verhaal Markus hen 'apostelen' noemt, en later 'leerlingen'? Dat is niet zonder reden. Het is logisch dat Markus hen apostelen noemt in het begin. Want dat waren ze ook: uitgezonden. Zoals je post verzendt, zo werden de apostelen de wereld ingestuurd, even hiervoor, vanaf vers 7. Twee aan twee stuurt hij hen weg. En het lijstje 'ik ga op vakantie en ik neem mee...' is verbazingwekkend klein: niets. Geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. Vooruit, sandalen, maar geen extra kleren. Je zou er zenuwachtig van worden als je zo op reis moet, of je kind zo op reis zou sturen. Dan komt het dus echt op jezelf aan, en op wat je krijgt. En daar zijn we niet zo goed in. We zijn liever voorbereid en vertrouwen zelfs niet op onze eigen creativiteit of de mogelijkheden elders, maar zijn liever verzekerd van het vertrouwde en rijden als volgepakte SRV-wagens vol met proviand, inclusief ons eigen wasmiddel, voor de veel te vele kleren die we bij ons hebben, naar onze bestemming. De apostelen echter gaan met niets dan henzelf op weg 'en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.'

Dat brengt nog al wat reuring teweeg. Zelfs koning Herodes hoorde van hem, 'want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: 'Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke gaven.' Maar anderen zeiden: 'Het is Elia,' en weer anderen zeiden: 'Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.' Toen Herodes dit allemaal hoorde zei hij: 'Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.'' Een wonderlijk verhaal middenin het reisverslag van de apostelen. We hebben ons tijdens de bijbelstudie afgevraagd wat het hier doet. Voor Markus doen met zijn korte verhalen, weidt hij erg uit over de achtergrond van de dood van Johannes de Doper. Zie dat maar als extra informatie. Het leidt ons daardoor bijna af van de hoofdzaak. Want in hoofdzaak gaat het om de beweging die onder mensen op gang komt naar aanleiding van het werk van Jezus en de apostelen. Wie is Jezus? En wat kan hij voor ons betekenen?

Wat heb jij te bieden?
Mensen verwachten veel van Jezus. Wij op ieder onze eigen wijze ook. Hij is tenslotte de dragende kracht achter de beweging. En we leren toch dat we het van hem mogen verwachten en ons voor hem open moeten stellen, want: 'de Heer is mijn herder, ik kom niets tekort.'  Ja, in de traditie zoals die in het leesrooster doorklinkt, gaat het vandaag over de herder die God is, en de slechte herders die er ook zijn, en die ook wij kunnen zijn voor anderen. Maar volgens mij gaat het Evangelieverhaal hier helemaal niet over. Ja, het is belangrijk dat we erachter komen wat Jezus voor ons kan betekenen. Want dat is heel veel! En waar mensen in Jezus geloven kunnen wonderen gebeuren! Maar de clou hier is juist wat de rol van de apostelen erin kan zijn, en dus ook wat onze rol erin kan zijn. Wat heb jij te bieden? Wat kun jij betekenen?

De apostelen hebben nog iets te leren. Ze zijn er op uitgetrokken met een boodschap en een opdracht. En als ze die post hebben afgeleverd keren ze terug. Maar hoe zelfstandig zijn deze postbezorgers? Zijn ze slechts in dienst, of zijn ze ook ondernemers? Zelfstandigen met of zonder personeel? De apostelen blijken heel veel gegeven te hebben. En Jezus zegt hen, letterlijk, 'Kom mee, jullie zelf alleen, naar een plek in de woestijn, en rúst wat!' Daarin zegt hij twee opvallende dingen: hij spreekt de apostelen aan met 'jullie zelf alleen'. Echt op jezelf dus. En in de woestijn. Geen afleiding. Even helemaal bij jezelf bepaald worden. Het is niet echt een bedrijfsuitje voor teambuilding of zo. Het is voor allemaal een individuele sessie, helemaal gericht op ieder van hen persoonlijk.

Ze lijken te worden gestoord door een menigte die hen volgt. Maar Jezus gaat daar niet tegenin, maar gaat erin mee. Het lijkt alsof hij hen dit wil laten zien. Die menigte, als schapen zonder herder, gaat hij onderwijzen. Terwijl de apostelen nauwelijks tijd hadden om te eten, gaat hij de menigte onderwijzen. En zij, zij heten nu ook leerlingen. Ze zijn geen apostelen meer, geen uitgezondenen, werken niet meer bij de klant, maar ze zitten weer even op de bank, in de schoolbanken zelfs. Wat gebeurt hier? Zuerst die Moral, dann das fressen. Eerst een woord, dan het brood.

Niet naar huis sturen, maar kijken wat je te bieden hebt. Dat is genoeg
Wat gebeurt hier? Jezus ziet dat ze leken op schapen zonder herders. Dat doet denken aan het moment dat Mozes van God te horen krijgt dat hij het beloofde land niet in zal gaan, omdat het volk zich in de woestijn heeft misdragen. En Mozes vraagt dan dat God een nieuwe leider mag aanstellen over het volk 'die het kan leiden en de troepen kan aanvoeren, zodat het volk van de Heer niet wordt als een kudde schapen zonder herder.' Dat wordt Jozua. En de Hebreeuwse naam Jozua is in het Grieks Jezus. Deze nieuwe Jozua leidt hen in het beloofde land. Maar hoe doet hij dat? Door hen te onderwijzen. De leerlingen zijn blijven hangen bij de waan van de dag en hun knorrende magen. Ook belangrijk, maar niet de basis. Als het aan hen ligt gaat iedereen zijns weegs om het zijne te kopen en te eten. Maar Jezus wil verder. Hij wil de woestijn laten bloeien. Dat dorre in ons, dat vermoeide, oppeppen.

Wat hebben jullie te bieden? Vijf broden en twee vissen. Wat jullie te bieden hebben is genoeg. Op het groene gras in de woestijn is er voor iedereen genoeg. Sterker nog: als al het brood dat over is wordt opgehaald, zijn er twaalf manden over. Voor elk van de leerlingen één. Vermenigvuldigen doe je door te delen. Jazeker, maar je vermenigvuldigt door te delen op de voedingsbodem van het onderwijs van Jezus. Mooi gezegd. Deze mooie geloofsuitspraak moet wel concreter worden.

Ruimte krijgen door bij het belangrijkste te beginnen
We zijn vaak druk met van alles dat we vinden dat moet, en liefst meteen. De drukte van deadlines, maar ook de drukte van honger, verlangens, emoties. Vanwege zorgen, ook acute noden die we zien, van dingen die nu moeten gebeuren. Maar ook van verdriet dat zich opdringt door wat er gebeurt. Het kan zo maar al het andere verdringen. Hoe houd je die drukte in de hand? Dat lijkt haast ondoenlijk. En velen zijn er zo richting de zomer moe van. Er is zoveel dat ons bezighoudt. Het lijkt een tegenspraak, daar bij de menigte rondom Jezus, dat hij eerst gaat onderwijzen, maar het schept wel ruimte. En ik denk dat ruimte datgene is waar we in alle drukte zo naar verlangen. En dan lijkt het een tegenspraak om eerst te werken aan je relatie met God. Maar dat is wel je basis. Want voor God mag alles bestaan, mag jij bestaan, mag jouw leven en drukte bestaan. Dat geeft al ruimte. En bovendien mag het bestaan samen met God. Alsof het even op adem komen is, voordat alle drukte begint. Ik doe het meest op de dagen dat ik begonnen ben met iets dat niet in mijn agenda stond, of in mijn mailbox: een moment met God. In stilte, met een stukje, een bijbeltekst, wat dan ook. Als ik met mijn mailbox begin weet ik zeker dat ik nergens anders aan toekom. En het is niet voor niets dat in kloostertradities, zoals de Benedictijnse, waar ook hard gewerkt wordt naast het bidden, begonnen wordt met gebed en studie. Omdat er daarna ruimte ontstaat. Om prioriteiten te stellen. Te zien wat echt belangrijk is om te doen. En dat dan één voor één. Zodat we niet meteen verzuipen in de waan van de dag, de drukte in ons hoofd en de zorgen in ons hart.


Prioriteiten geven ruimte om te vermenigvuldigen door te delen
In vakanties daalt het stof wat neer. En niet zelden zeggen mensen naderhand: ik ga het anders doen, want ik voel nu wat ik echt belangrijk vindt. Dit verhaal gaat ook over wat echt belangrijk is. En wat we prioriteit mogen geven. Eerst je relatie met God. Niet uit luxe, maar om ruimte te krijgen. Voor het volgende: de mensen om je heen, en brood op de plank. En al het andere komt daarna wel. Sterker nog: meer dan ooit tevoren. Want wie leeft vanuit wat Jezus ons wil leren, vermenigvuldigt als hij deelt.

dinsdag 2 juni 2015

De uitdaging van de Charlie Charlie Challenge; hoe kun je ermee omgaan?

In de afgelopen dagen hoorde ik veel berichten over de Charlie Charlie Challenge. Een populair spelletje onder kinderen en tieners waarbij de 'geest' Charlie wordt uitgedaagd om antwoord te geven op vragen. Vragen genoeg bij ouders en leerkrachten, maar niet aan Charlie. Hoe kun je hiermee omgaan?

Het idee van het spelletje is heel simpel, en daarom is het spelletje ook heel laagdrempelig. Je maakt op een vel papier vier vakken door twee potloden in een kruis op elkaar te leggen. In die vier vakken schrijf je aan beide kanten 'ja' en 'nee'. Vervolgens zou je de 'geest' Charlie moeten aanroepen met de vraag 'Charlie, ben je er?' Charlie zou zich dan melden door het bovenste potlood naar 'ja' te bewegen. En daar begint de spanning. Allerlei hysterische filmpjes van de schrikreactie gaan viral, en er zijn inmiddels ook allerlei parodieën in omloop. Ze zorgen er mede voor dat het een hype wordt, waarin kinderen en jongeren het vooral spannend en grappig vinden. Maar anderen worden er bang van.

Terecht of onterecht? Geest of geestig?

Of kinderen en jongeren terecht of onterecht er bang van worden, doet er niet zoveel toe. Ze zijn het.

Het valt me tegelijkertijd op dat heel veel andere kinderen en jongeren er gewoon bij blijven nadenken. Reacties die ik kreeg vertelden ook dat ze het maar een suf spelletje vonden. En hoe kan een geest die uit Mexico zou komen nou Charlie heten? Het zou best wel eens gewoon de zwaartekracht kunnen zijn of het zou op een andere manier te verklaren kunnen zijn. Als geesten al bestaan, zeggen ze erachteraan. Los van of het allemaal klopt wat ze zeggen, het laat wel zien dat ze een zelfrelativerend vermogen hebben. Dat is nog geen reden om het ze te laten spelen. Maar velen laten het spelletje daarom al gewoon links liggen. Voor hen lost de 'challenge' zich dus vanzelf op. Het is maar hoeveel aandacht je eraan geeft.

Anderen zijn er bang van. Omdat wat ze ervan horen, of omdat wat er gebeurt onverklaarbaar is. Een geest? Geen idee, maar doe het daarom maar niet. Vaak is het al voldoende op dat te zeggen: 'doe maar niet'. Maar wat als dat niet genoeg is?

Verbieden of praten? En waarover dan?

Verbieden van het spelletje is de makkelijkste optie. Die heeft ook tot voordeel dat je er zo weinig mogelijk aandacht aan schenkt. Want wat je aandacht geeft, groeit. Liever niet dus. En dan is verbieden een optie.

Maar verbieden verbergt ook vaak dat we zelf niet zo goed weten wat we ermee moeten, en er misschien zelf bang van zijn. En dat voelen kinderen en jongeren feilloos aan. Bovendien zijn verboden vruchten aantrekkelijk. En dan doen ze het wel als je er niet bij bent. Wat niet weet wat niet deert? Dat denk ik niet. Zo helpen we onze kinderen niet.

Je eigen aarzeling is de beste ingang. En dat het maar beter is om het niet te doen ook. Dus zeg niet: niet doen! Maar: doe maar niet. Een wereld van verschil. Je neemt ze dan ook serieus. Ja, het is spannend of grappig, maar dit spel claimt dat het een geest oproept. Bestaat Charlie? Geen idee, maar we weten wel dat er meer is tussen hemel en aarde, dat we niet kunnen verklaren. En in de bijbel wordt ook zo'n geesteswereld beschreven, waarbij vooral de boodschap is: laat ze met rust.

Waarom moeten we geesten met rust laten?

Waarom? Precies omdat het onverklaarbaar is wat er gebeuren kan en je daar geen controle over hebt. Het is leuk als iets spannend is, maar je moet ook altijd zeker weten dat je er weer uit kunt en kunt zeggen: 'Stop hou op, ik vind het niet meer leuk.' Ja, dit spelletje kun je ook afsluiten, maar wel met het dreigement dat je het wel goed moet doen! En bovendien heb je geen vat op de antwoorden die er zouden komen.

Dat is precies de reden waarom de Bijbel ons wil afhouden van 'waarzeggerij' en 'tovenarij'. Hoe hokus-spokus en ver van ons bed dit ook mag klinken, gaat het ook in onze minder magische tijd om hele belangrijke dingen. Waarzeggerij gaat over wat we kunnen weten van de toekomst. Tovenarij over macht uitoefenen over wat er gebeurt. Ook in onze tijd is uit te leggen dat we de toekomst inderdaad niet in de hand hebben, en gelukkig maar. Dan kunnen we er zelf aan blijven bouwen. Je toekomst ligt niet vast, je kunt er ook geen controle over krijgen. Je kunt wel 'stop' zeggen als het niet goed gaat, en er iets beters van proberen te maken.

Je zou kunnen zeggen dat onze toekomst daarentegen in de handen van God ligt, en dat geloof ik ook, maar dat klinkt in dit verband net zo hokus-spokus. Als je het wil uitleggen, zou je kunnen zeggen dat God met ons mee de toekomst bouwt. En zijn heilige Geest geeft om dat samen met ons te doen. Toch een geest? Ja, maar deze legt jou zijn wil niet op, maar gaat met jou mee de toekomst in. Om er samen wat van te maken, van dat leven van jou.

Vaak maken we onszelf banger dan nodig. Waarom zou zo'n toekomstvoorspelling uitkomen? Vroeger zongen we met Kinderen voor Kinderen: 'Met één been op de stoep en één been in de goot, en als ik dat niet doe, dan ben ik morgen dood.' Waarom? Geen idee, maar 'ik ga er maar mee door'. Ja, 'ik schaam me er een beetje voor', zingen ze erachter aan. En zo is het ook. Omdat het ergens toch angst inboezemt. Nergens voor nodig! Je hoeft dit niet te doen, net zomin als dit spelletje. Hou je verre van iets dat de macht over jou kan krijgen of iets over jou en je toekomst te zeggen wil hebben. Dus doe het maar niet.

Onschuldig of eng? Wel of geen aandacht?

Ik hoop dat je voelt dat ik ook een dilemma ervaar hoeveel aandacht je eraan geeft. Doen of niet doen? Doe maar niet. Dat is vaak al genoeg. Verbieden? Daarmee neem je de spanning niet weg, maar praten geeft aandacht.  Dat kan ook goed zijn. Als ouders en leerkrachten hebben we gezag bij de kids. Geloof ik dat er een geesteswereld is? Ja. Geloof ik dat de geest Charlie echt bestaat? Geen idee, maar ik probeer het ook niet uit. Waarom? Omdat ik niet wil dat iets de macht over mij krijgt.

Moet je er aandacht aan besteden met de kans dat je door de aandacht het vergroot? Wees maar duidelijk. Doe het maar niet. Als ouders en leerkrachten heb je veel meer gezag dan je soms denkt. En dan waait het wel weer over. En kun je ze, als het zo uitkomt, ook iets waardevols meegeven. Als je iets spannends wil doen, moet dat altijd iets zijn waar je 'Stop, hou op, ik vind het niet meer leuk' tegen kunt zeggen. Want jij gaat over je eigen leven. En God staat met zijn heilige Geest achter je!

Bron illustratie: Pinterest


dinsdag 26 mei 2015

Pinksteren in de uitverkoop? Kerk, verkoop je waar beter!

Gisteren was ik vrij. Vanwege Tweede Pinksterdag. Een zeldzame vrije dag voor dominees. Maar ook voor heel veel anderen. Kardinaal Wim Eijk van de Rooms-Katholieke Kerk en voorzitter dominee Karin ten Broeke van de Protestantse Kerk hebben tussen Hemelvaart en Pinksteren laten weten niet te zullen protesteren als Tweede Pinksterdag zou verdwijnen. Eventueel om feestdagen van andere religies de ruimte te geven. Heel begrijpelijk allemaal, maar het maskeert wat mij betreft iets anders: we kunnen Pinksteren niet meer aan de man brengen. En daarom geef ik niet zomaar op.

Zouden Eijk en Ten Broeke ook zo lauw reageren als het over Tweede Kerstdag of Tweede Paasdag zou gaan? Natuurlijk niet. En dan niet vanwege het valse argument dat deze dagen in veel meer landen worden gevierd, maar omdat ze de kern van ons geloof en kerk-zijn raken. Pinksteren niet? Ook onder christenen zijn het vrije dagen geworden om erop uit te trekken en niet meer naar de kerk te gaan. Is dat erg? Op zich niet. Je kunt Pinksteren vieren in de hele schepping. Maar we weten niet meer te verwoorden wat Pinksteren inhoudt.

God spreekt jouw taal!
Ik krijg er zelfs vragen over van mensen die erg betrokken zijn en zeer bekend zijn met de bijbelverhalen: 'Leg eens uit waar Pinksteren over gaat, want we weten het eigenlijk niet.' Ja, Pinksteren is het feest van de 'uitstorting van de heilige Geest'. Maar wat betekent dat voor mij, voor jou?

donderdag 21 mei 2015

Nieuwe liedbundel 'Hemelhoog' met beide benen op de grond

Op Hemelvaartsdag verscheen de nieuwe liedbundel 'Hemelhoog'. Vandaag viel hij bij mij in de bus. Hemelhoog is de opvolger van de Evangelisch Liedbundel uit 1999. Een bundel die in steeds meer protestantse gemeenten zijn weg vond. Welke stappen zet deze nieuwe liedbundel? Kunnen we er wat mee? Een eerste indruk.

Volwassener
Hemelhoog oogt volwassener dan zijn voorganger. Groter dan de eerste uitgave uit 1999 van de Evangelische Liedbundel. Frisser en meer geordend. Ook al is de indeling uit de oude bundel aangehouden, de nieuwe bundel Hemelhoog heeft niet meer het rommelige karakter dat ik zijn voorganger vond hebben. Die bundel was een moedige poging van alles samen te brengen dat niet binnen de traditie van het Liedboek voor de kerken en de verdere ontwikkelingen in de bundeltjes Zingend Geloven paste. Maar het werd daardoor een ratjetoe van oude en soms uitgerangeerde en nieuwe en soms ook volstrekt onbruikbare flauwe liederen. Toch was de bundel een aanwinst, die weliswaar selectief werd gebruikt (zoals elke bundel), maar ook voorzag in een behoefte. Een behoefte naar liederen in een andere stijl (hoewel veelal nog begeleid op het orgel), binnen het vertrouwde kader van een samengestelde bundel. En dat terwijl de liederencultuur zo snel wijzigt dat je je terecht kunt afvragen of een bundel nog van deze tijd is, of dat de ontwikkelingen te snel gaan en een bundel per definitie achterloopt? Daar kom ik aan het eind op terug.

De nieuwe bundel Hemelhoog is in zijn samenstelling evenwichtiger, meer afgewogen, en toegankelijk voor een breder publiek. Het maakt zijn voorganger en de latere bundel Op Toonhoogte (2005) overbodig, en vormt een volwaardige aanvulling op het bestaande Liedboek - zingen en bidden in huis en kerk (2013).

Achtergrond en doelstelling
Hoewel het misschien accentverschillen zijn, presenteert Hemelhoog zich breder in de Protestantse kerken. Dat kan ook nu de meer evangelische muziek en de beleving die daarin meekomt bredere aanhang heeft onder protestanten.

zondag 17 mei 2015

Hoe onderhoud je een lange afstandsrelatie met God? (preek 17 mei 2015)


Hoe onderhoud je een lange afstandsrelatie met God? Deze vraag dringt zich speciaal op deze zondag op. Want na het feest van Hemelvaart wordt het een beetje stil. Met Hemelvaart vierden we dat Jezus weliswaar uit ons zicht verdwenen is, maar dat hij tevens aan de rechterhand van God is komen te zitten. Wat dat betekent voor ons vond ik heel duidelijk in dit zinnetje: ‘Nooit meer is God zonder Jezus en nergens onder de hemel zijn we zonder God.’ Die wolk die zo onwaarschijnlijk Jezus meeneemt of hem dan toch minimaal aan ons zicht onttrekt, is in de bijbel de verbinding tussen hemel en aarde. Kijk je in dat oude beeld naar de hemel, en probeer je iets van God te bespeuren, dan zie je slechts leegte. Maar als je wolken ziet dan weet je: hé, er is meer tussen hemel en aarde. Er is iets dat de afstand overbrugt tussen die verre hemel en die verre God, en ons. En dat is Jezus.

Nooit meer is God zonder Jezus,
In Jezus zien we wat het betekent om beeld van God te zijn. Mens te zijn zoals God dat bedoeld heeft. Naar het beeld van God. Jezus is dat beeld van God helemaal. Hij is de selfie van God. En daarin is hij ook mens. Daarom is hij zo herkenbaar voor ons. Wat betekent het nu om als gelovige te leven? Hoe kun je leven? Kijk naar Jezus. En dat niet alleen. In alles wat we meemaken in ons leven, aan wat er fout kan gaan en waarin we vreugde scheppen, vinden we een partner, een buddy in Jezus. En dat Jezus dan nu bij God is, en dat God dus nooit meer zonder Jezus is, dat brengt God dichterbij. Want Jezus is de selfie van God en onze buddy.

en nergens onder de hemel zijn we zonder God? 
'‘Nooit meer is God zonder Jezus',oké, 'en nergens onder de hemel zijn we zonder God.’ Daar lijken we nog wel wat op af te kunnen dingen. Een mooi beeld, die wolk als verbinding tussen hemel en aarde. Maar waar vinden we God in alle ellende in de wereld? En wat heeft God te maken met diverse dingen in ons leven die we gewoon zelf doen?

zondag 10 mei 2015

Laat je het lot of God de dienst uitmaken? (preek 10 mei 2015)



Wat een lef! Wat een lef heeft Esther. Dat ze zo opkomt voor haar volk met gevaar voor eigen leven. Haar volk dreigt te worden vervolgd. En zij komt voor hen op. Maar dat is niet zonder gevaar voor haarzelf. Ze steekt haar nek uit, en dat kan haar de kop kosten.

Wat een lef! Dat ze dat in zich heeft! Zo makkelijk ging dat niet. En waarschijnlijk wist ze zelf niet dat ze dit in zich had. Haar startpositie in het leven was verre van ideaal. Ze was wees, en werd opgevoed door haar pleegvader. Niets wijst erop dat dat niet liefdevol gebeurde, maar je voelt dat haar jeugd niet ongebroken is. Zoals zoveel meisjes, waar ook de Hadassahoeve zich over ontfermt, geen ongebroken jeugd hebben gehad.

Wie is Hadassa? 

zondag 3 mei 2015

Waarom zou je Jezus nodig hebben? (preek 3 mei 2015)


Waarom zou je Jezus nodig hebben? Die vraag wordt opgeroepen door Jezus zelf, wanneer hij zegt: 'Zonder mij kun je niets doen.' Dat is me nogal een stelling. Die voelt voor ons moderne mensen misschien wat ongemakkelijk. Want betrekken we Jezus werkelijk in alles wat we doen, en willen we dat eigenlijk wel? Vinden we dat wel nodig?

Geloven als een trolleybus
Waarom zou je Jezus nodig hebben? Deze week zag ik in het TV programma Geloof en een hoop liefde een man enthousiast uit een trolleybus springen en aan de hand van die bus uitleggen waarom hij Jezus nodig had. Want wat is het verschil  tussen een trolleybus en een dominee? Een trolleybus raakt nooit de draad kwijt... En dat was precies wat deze christen, zoals hij zich noemde, fascineerde aan de trolleybus. Om te kunnen rijden heeft de trolleybus verbinding nodig met de stroomdraden die door de straten hangen. Zou hij los komen te raken, dan valt hij stil. Deze man omschreef zijn relatie met God op dezelfde manier. Je hebt als christen contact met God. Hij geeft je veel speelruimte, net als een trolleybus die drie of vier meter kan uitwijken. Het is geen tram of trein op een vastgelegd spoor. Je hebt als christen best veel speelruimte, maar je moet wel bij die bovenleiding blijven om op de juiste weg te blijven. Want anders val je stil.

Waarom zou je Jezus nodig hebben? De vergelijking met de trolleybus raakt een aantal zaken die ik las in de antwoorden op mijn vraag aan verschillende mensen om mee te denken met #themakeofthepreek. Die 12 antwoorden, die soms ook heel indringend en persoonlijk waren, en soms ook heel nuchter en ter zake; die antwoorden probeer ik mee te nemen in mijn overwegingen.