zondag 2 maart 2014

Hoe ga ik om met alle mogelijkheden en kansen die het leven biedt? (preek 2 maart 2014)


Deze week mocht ik namens onze gemeente twee keer op kraambezoek. Heerlijk om die kleine mannetjes te zien. En wat mooi om te zien hoe de wereld voor de moeders even enkel om die kleine mensjes draait. Genoeg om voor te zorgen, naar te kijken, en naar te blijven kijken. Het kind is compleet afhankelijk en hoeft zich geen zorgen te maken. Soms voelt het zich wel verlaten, of schreeuwt het hulpeloos om eten en om troost als de eerste krampjes komen. Het kind moet leren leven met het gescheiden zijn van de moeder sinds de geboorte, en dat valt niet altijd mee.

De profeet Jesaja gebruikt dit beeld om het volk Israël gerust te stellen. Het volk zegt: 'De Heer heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.' Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten - want die situaties zijn er ook, weet God - ik vergeet jou nooit. Ik heb je in mijn handpalm gegrift.'

Er alleen voor staan 
Het volk maakt zich blijkbaar zorgen. De Heer heeft ons verlaten. Hij is ons vergeten. Misschien is dat eenzelfde gevoel als wij wel eens hebben dat het van onszelf moet komen. Dat we overal zelf voor moeten zorgen. Dat we overal zelf bij moeten nadenken. Dat we zelf alle keuzen moeten maken. Keuzen die 's ochtends al beginnen voor de klerenkast met: 'Wat zal ik vandaag eens aantrekken?'

In al die keuzen, in al die dingen waar je zelf voor moet zorgen, door de hele dag heen, kun je je behoorlijk alleen voelen. Het leven is er ook niet bepaald overzichtelijker op geworden. Er wordt steeds meer van ons gevraagd om zelf te doen. Om zelf te bepalen hoe je waar welke zorg wilt krijgen. Om zelf te bepalen hoe je werk, de opvoeding en opvang van je kinderen, je vrije tijd, je hobby's en allerlei andere verplichtingen bij elkaar moet organiseren. Hoe geloof en kerk daar ook nog een plaats in kunnen krijgen. Hoe je überhaupt verder wilt met je werk? Eventueel een opleiding wilt volgen, nieuwe mogelijkheden wilt scheppen of zoeken om aan het werk te gaan of te blijven? Er is weinig meer in het leven uitgestippeld.

Waarom zou je de winter missen? Met muziek: 'Winter' van Tom Oosterhuis (column in de Wijkkrant)

Je weet het nooit, maar het lijkt erop dat we de winter dit jaar gaan overslaan. Het regent genoeg, maar er valt geen sneeuw en het vriest nauwelijks. In de zon voelt het bijna lente-achtig aan. Planten en bloembollen lopen inmiddels uit. Ze lijken vertwijfeld toch maar alweer aan de nieuwe lente te beginnen.

Wie mist de winter? Wintersporters hebben hem hopelijk meegemaakt in die enkele week op de piste. Al was het ook daar zeker niet sneeuwzeker, zonder alle nepsneeuw en noodvoorzieningen van Sotsji. Er zijn mensen thuis die uitkijken naar sneeuw en voor wie het niet hard genoeg kan vriezen. Dat geeft ook een bepaalde gezelligheid. Maar ook voor hen komt er een moment dat het niet meer hoeft en de lente mag komen.

Missen we iets aan de winter? Praktisch missen we in ieder geval een hoop gedoe, ongelukken op straat en op de snelweg, opgesloten zitten thuis als je ongelukken door gladheid niet wil riskeren, en de kou niet te vergeten, die je op een gegeven moment ook niet meer uit je lijf krijgt. Maar we missen ook de winterpret van sneeuwpoppen maken en sneeuwballen gooien, van het schaatsen en de opwinding die daarbij hoort over wanneer het weer kan, in de buurt, op de meren, of langs de Friese Elfsteden. Met daarbij natuurlijk de koek en zopie, erwtensoep, chocolademelk mèt slagroom en warme worst.

Waarom zou je de winter missen? En waarom zou je een winter in je leven missen? Ik denk dan aan momenten dat het echt koud is in je leven. Dat je in jezelf een beetje sterft. Net zoals een plant afsterft, tot aan de grond. Soms moeten we afscheid nemen van iemand, gaat iemand dood of gaat een relatie uit. Of een droom voor de toekomst spat uiteen, of we hebben een andere grote teleurstelling te verwerken. Dat kan in je lijf gaan zitten, of in je hoofd. En dat slaan we dan liever over. Dan gaan we liever maar gewoon weer verder. Opnieuw beginnen. Niet bij de pakken neerzitten. Hou je dat echter vol zonder door die kou heen te gaan? Zonder winter?

Tom Oosterhuis (neef van Trijntje, Tjeerd en Huub) zong een lied over de winter: "Ik sloeg de winter altijd over/Bleef in bed of in de kroeg/Ik had aan drie seizoenen wel genoeg/Ik hield m'n angst en wanhoop binnen/Terwijl ik diep in slaap weer een winter oversloeg." En kun je dan zonder winter verder?
Het lied gaat verder dat de volgende lente, zomer en herfst anders aanvoelen als je de winter in je leven overslaat. De warmte wordt lauwer. De wind wordt guurder. Alsof je niet genoeg kracht hebt om opnieuw te groeien en te bloeien en door het leven heen te waaien. Kun je werkelijk weer aan iets nieuws beginnen als je het oude nog met je meedraagt, diep van binnen? De zanger komt dan tot de ontdekking: "Ik had aan drie seizoenen niet genoeg/Door de strengheid van die winter/Voelde ik de pijn die ik vroeger niet verdroeg."
De lente daarna voelt dan weer werkelijk als nieuw. Als er iets in je sterft, hoe pijnlijk ook, dan kan dat juist weer het begin zijn van iets nieuws. Als je werkelijk durft te voelen dat iets voorbij is, een relatie, een droom, een baan, het leven van een dierbare of wat dan ook, dan kun je dat ook werkelijk gaan afsluiten en opnieuw beginnen. Getekend? Ja, misschien. Maar ook doorleefd. De wonden zijn dan niet meer open, maar vormen hooguit een litteken dan af en toe jeukt. En dan moet je af en toe krabben, net als in de winter, maar dat is het dan.

Het lied eindigt met: "Ik vind pas in de winter/de stilte en de rust/van de dorpen in de verte/van de akkers en de velden/En van de bomen/De bomen met het voorjaar voor de boeg." Hoe koud ook, de winter kan iets goeds brengen in ons leven, om daarna weer te kunnen groeien en bloeien. Laat dan de lente maar komen, de zon maar stralen, en laten we daarvan genieten!

Ds. Otto Grevink is predikant van de Protestantse wijkgemeente Ambrosiuskerk. Op zijn website publiceert hij over het geloof en het alledaagse leven, www.ottogrevink.nl.

Deze column werd gepubliceerd in de Wijkkrant.

Luister het lied van Tom Oosterhuis op Youtube:

dinsdag 25 februari 2014

Hoe kan geloof jouw leven smaak geven?


Wie gelooft nog dat geloof het verschil kan maken? Ik denk dat ieder van u wel kan zeggen dat geloof iets toevoegt aan het leven. Anders zat u hier niet. En of dat nu is om de inhoud van de dienst, of het samen zingen, of de ontmoeting met elkaar; het gebeurt hier allemaal onder het dak van het geloof. En dat voegt iets toe. En wat dat is, dat is voor ieder verschillend. Geloof kan op momenten een grote steun zijn, of inspiratie geven, of gewoonweg vertrouwd zijn en houvast geven.

Maar wie durft er verder te gaan? Wie durft te zeggen dat zonder het geloof het leven kleurloos is, smakeloos? Voor wie is geloof zo essentieel dat het niet te missen valt? Wellicht zeg je: er zijn zoveel mensen die niet geloven, die kunnen toch ook zonder geloof? Maar dat vraag ik niet. Steeds meer mensen weten niets meer van het geloof, dus hoe kunnen ze het missen? En hoeveel mensen hebben we niet de kerk uitgejáágd, dus wat zouden zij missen? Nee, het gaat mij om ons. Voor wie is het geloof zo wezenlijk, dat het niet alleen iets toevoegt, maar dat het een essentieel ingrediënt is van het leven, onontbeerlijk?

Laat ik het anders zeggen: vroeger zei men: 'Zonder geloof vaart niemand wel'. Waarom zou dat zo zijn? Wat maakt geloof zo kostbaar dat het ons leven waardevol maakt, kwaliteit geeft? Hoe geeft geloof je leven smaak?

maandag 10 februari 2014

Recycle je bijbel, maar dan anders!

Afgelopen kerst kwamen tot mijn verrassing een tante en oom van mij in de kerk. Ze waren dankbaar dat ze bij hun groot geworden neef in de kerk het kerstfeest konden meemaken. Tijdens de koffie daarna gaf mijn tante mij een oud bijbeltje cadeau. Ze had dat na het overlijden van mijn grootvader, die predikant was, uitgekozen uit de bijbels op zijn bureau. Nu vond ze het tijd om het door te geven aan mij. Het is een oud bijbeltje met alleen het Nieuwe Testament erin, gedrukt in 1884. Op het eerste blad achter de titelpagina staat dat het geschonken is aan een zekere Alieda Kruit, die in 1892 vijftien jaar oud was.

Het bijbeltje heeft alleen emotionele waarde. Het is een oude vertaling, die ik
niet meer gebruik, en de Psalmen en 'Evangelische gezangen' achterin zijn in hele noten. Bovendien zijn er nog teveel van om het van een grote financiële waarde te laten zijn. En precies dat geeft de emotionele waarde aan. Mensen gooien geen bijbels weg. Ze hebben erin gelezen op alledaagse en feestelijke momenten, in vreugdevolle en droevige tijden. Een bijbel gaat in je leven met je mee. Wanneer een bijbel versleten is of gedateerd, dan gaat hij in de kast, of in een doos, maar een bijbel weggooien doen mensen zelden. En als mensen overlijden, verdwijnen bijbels niet zelden in dezelfde doos op de zolder van de kinderen of worden ze doorgegeven aan iemand die 'wel gelooft' of predikant is... Zo zal mijn grootvader waarschijnlijk aan het bijbeltje van ene Alieda Kruit gekomen zijn.

Om deze reden deed het ook pijn om te horen dat de Bossche kunstenaar Ralph Posset oude bijbels gebruikt om kunst van te maken in de vorm van een sigaret of een toiletrol. Van oude bijbels blijf je af, als het je niet om de inhoud of de emotionele waarde gaat. De koppen van Omroep Brabant zijn nogal provocerend: 'Je kont afvegen met bladzijden uit de bijbel'. Dat doet Posset niet. Wat doet hij wel?

foto Omroep Brabant
Posset wil laten zien dat bijbels ook op een andere manier gebruikt worden. Hij haalt oorlogsverhalen aan, waarin mensen niet meer zouden hebben gehad dan een bijbel en van de dunne blaadjes sigaretten zouden hebben gemaakt, en ze zelfs als toiletpapier zouden hebben gebruikt. Als dat waar is, dan laat de kunstenaar enkel zien hoe bijbels gebruikt worden en is dat de betekenis van zijn werk. Als ik dat dan choquerend vind, dan zegt dat niet zozeer iets over de kunst, maar over het feit dat bijbels kennelijk ook zo gebruikt worden. In dat geval zou zijn werk betekenis kunnen hebben, waarbij over smaak niet te twisten valt.

Maar Posset doet nog iets anders. Hij gebruikt bijbels in de vertaling van de Jehova's getuigen. Dat doet hij om 'mijn eigen leven, mijn eigen verleden een plekje te geven'. Hij noemt het project 'Recycle je Bijbel'. Als Posset hiermee zijn eigen verleden binnen de Jehova's getuigen een plekje wil geven, dan heeft het er alle schijn van dat het een afrekening met zijn verleden is. Hij wil er zelfs door 'met een goed gevoel het graf in' kunnen... In dat geval bevuilt hij zijn eigen nest met dit project. Als de bijbel dan alleen nog maar betekenis krijgt als de dubieuze gebruiksvoorwerpen die hij verbeeldt, getuigt dit van bijzonder weinig respect voor het heilige boek van zovele mensen, die het wèl zijn blijven lezen en er wèl in bleven geloven. Over je verleden in een kerkgenootschap mag je van alles vinden en zeggen; van het heilige boek blijf je af!

Iets dat heilig is heeft een aparte plaats. Zo is het ook met de bijbel. De bijbel is van niemand, ook niet van een kerkgenootschap, maar staat op zichzelf. Ja, mensen doen van alles met de bijbel, en legitimeren ook van alles met de bijbel. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Maar van de bijbel zelf blijf je af! Het verhaal achter Possets werken over hoe bijbels ook gebruikt worden, is dan niet meer dan een smoes om op een smakeloze wijze af te rekenen met zijn verleden.

Mensen voor wie de bijbel dierbaar is zouden wel eens wat meer van zich mogen laten horen. Een veelgehoorde reactie op Possets project is: 'Dit had hij eens met de Koran moeten doen'. Het is kenmerkend hoe lauw christenen en de kerk reageren. Dat hadden moslims niet gedaan.

Hoe kunnen we dan respectvol omgaan met al die bijbels in oude vertalingen, stukgelezen en vergeten in allerlei dozen en kasten? Niet iedereen zal aan oude bijbels emotionele waarde hechten, en dat hoeft ook niet. Maar ga er zorgvuldig en met respect mee om. Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft vorig jaar haar eigen actie 'Recycle je bijbel ' gehouden. Daarbij zijn 100.000 bijbels ingezameld, waarvan het papier hergebruikt wordt voor nieuwe uitgaven van de bijbel wereldwijd. Misschien weten mensen elders in de wereld beter hoe ze met bijbels om moeten gaan!



Ds. Otto Grevink is voorzitter van de Raad van Kerken te Waalwijk.

Is het leven alleen maar leuk? Over de vind-ik-leuk cultuur als vlucht van de zorg voor het goede (preek 2 februari 2014)

Tekst: Sefanja 2:3, 3:9-13 en Mattheüs 5: 1-12

Luister de preek via Kerkomroep

Veel mensen vinden rust in de bergen. In de winter of in de zomer. En inderdaad, het is een magnifiek gezicht zo, als je op de top van een berg staat. Kaal, alleen met sneeuw bedekt. Of groen, en te midden van de bomen uitzicht over het dal. Het geeft mensen rust. Sommigen drukken het ook gelovig uit: daar beleef ik God, in die mooie schepping. Wat is dat met bergen, dat ze rust geven of even een gevoel dichter bij de hemel te staan?

Misschien begint het ook daarmee. Daar bovenop de berg sta je even tussen hemel en aarde in. En die rust die het geeft is misschien ook even het overzicht over alles. Dat al het onbelangrijke, alle zorgen even van je afvallen, en het belangrijkste overblijft: kijk eens hoe mooi!

Op een berg geeft overzicht onderscheid
Dat op bergen alles wat helderder wordt, en overzichtelijker, is de reden dat op bergen in de bijbel zo vaak belangrijke dingen gezegd worden. Daar wordt onderscheid gemaakt. Tussen wat belangrijk is en minder belangrijk. Daar wordt ook onderscheid gemaakt tussen wat ons wel te doen staat en wat niet. Het is een plek dichter bij God, waarin je even minder verzuipt in de waan van de dag, de eigen wetten en wetmatigheden van het leven op aarde, zoals het nu eenmaal gaat, ook al gaat dat tegen je waarden en normen in. Zo is de berg de locatie geworden in de bijbel waar de tien geboden door God gegeven werden aan Mozes. En is in het Evangelie naar Mattheüs de berg een terugkerende plaats waar Jezus spreekt, waar helderheid geschapen wordt over hoe het leven eruit zou kunnen zien, als we dichter bij God zouden leven.

Of stel je jezelf centraal boven anderen?
Elke berg heeft ook een schaduwzijde. En dat is de schaduwzijde van de mens die het overzicht van de berg gebruikt voor zijn eigen overwicht. Bergen zijn ook van strategisch belang voor je eigen macht. Daar kun je over het dal uitkijken en alles in de gaten houden. De hele wereld kan aan je voeten komen te liggen, als je het slim aanpakt. Dat zou het leven pas overzichtelijk maken!

donderdag 30 januari 2014

Believe it! - preek bij de missionaire jongerendienst met band Mashmerize op zondag 26 januari 2014


Luister de dienst na op Kerkomroep

Als je opgroeit, dan wil je maar één ding: groeien, groot worden, volwassen worden, man worden, vrouw worden. Je eigen leven leiden. En dan is het soms erg vervelend als thuis van je verwacht wordt dat je gezellig bent, leuk mee doet, mee helpt, of dat je aan je huiswerk gaat, de tv uitzet, je telefoon neerlegt. 'Mam, láát me nou!'  Maar mam laat je niet, en dan is het of strijd of gehoorzamen. Opgroeien valt niet mee. Want eigenlijk gaat het helemaal niet over je ouders, of over thuis, maar over wat je eigenlijk wil met je leven. Wie je eigenlijk bent. En hoe je moet omgaan met al die veranderingen in je leven, en in je lijf. Wat moet je daarmee? Aan de ene kant wil je graag volwassen worden. En aan de andere kant merk je dat je nog van vanalles afhankelijk bent. Niet alleen van je ouders, maar ook van wat anderen van je vinden, waar je bij wil horen, in je klas, je vriendengroep. Het is nog niet zo makkelijk om op eigen benen te staan. En soms, of misschien voel je het zelfs vaak, is dat ook behoorlijk verwarrend. Je wilt aan de ene kant jezelf zijn, maar je staat nog niet sterk genoeg in je schoenen om op eigen benen te staan.

Over zo'n jongere gaat het vandaag in de bijbel. Nou ja, jongere. Ze wordt in het verhaal op drie manieren genoemd. Eerst heet ze de dochter, van Jaïrus. Dan heet ze het kind. En dan het meisje. Haar naam weten we niet, al wordt ze soms Talitha of Tabitha genoemd, omdat Jezus in zijn eigen taal tegen haar zegt: Talitha koem. 'Meisje, sta op' betekent dat. Maar het gaat dus niet over Talitha in het verhaal, maar over de dochter van Jaïrus. Het gaat er niet om in het begin van het verhaal wie zij is, maar ván wie zij is. Wiens dochter zij is. Ze zal zich misschien ook wel eens ongemakkelijk hebben gevoeld als er mensen naar Jaïrus kwamen die dan naar haar wezen en zeiden: 'Goh, is dat nou je dochter? Wat wordt ze groot!' En dan ook nog een aai over haar bol, dat ze denkt: 'Hè, blijf van me af!'

dinsdag 7 januari 2014

Bemoediging uit den vreemde - preek 5 januari 21013 over de 'drie koningen'


Beluister de dienst via Kerkomroep

Vandaag lezen we het laatste stukje kerstverhaal: dat over de Drie Koningen. Dat verhaal van die drie wijzen uit het Oosten is door de traditie losgeweekt van de rest van het verhaal, over die herberg en de stal, de engelen en herders. En dat klopt ook wel, want het wordt niet door dezelfde evangelist verteld. Lucas vertelt het verhaal tot en met de herders. Mattheüs vertelt dat verhaal niet, maar heeft wel een hele verhandeling over de ontstaansgeschiedenis van Jezus, de genesis van Jezus. Met dat lange geslachtsregister van Jozef tot en met Jezus, en dat verhaal van die wonderlijke geboorte waar Jozef niets in heeft in te brengen. En dan zijn er opeens magiërs die langskomen. Zij staan vandaag centraal. In Mattheüs is dit het kerstfeest. Net zoals het voor oosters-orthodoxe christenen vandaag Kerst is. Op een andere manier, maar het is wel Kerst. De hulde die de herders in Lucas brengen, brengen de magiërs vandaag. En wat zij doen heeft een bepaalde functie in het verhaal van Mattheüs. Dit verhaal van de magiërs stelt de geboorte van Jezus in het licht van diens Koningschap in het Koninkrijk van God. Het allesomvattende thema in het Evangelie naar Mattheüs.

Eerst maar eens even die magiërs. Want dat woord magiërs voor de drie koningen of wijzen staat eigenlijk het dichtst bij het Griekse woord magoi. Het zijn wat wonderlijke, niet verder te duiden figuren, astrologen of astronomen misschien. In ieder geval mensen die aangetrokken werden door een ster, en meegenomen werden in het verhaal. Hoeveel het er zijn weten we eigenlijk niet. Ja, we zeggen drie, maar dat baseren we eigenlijk alleen maar op de hoeveelheid geschenken: goud, wierook en mirre. Wat we hier in ieder geval van kunnen zeggen is dat het blijkbaar niet zoveel uitmaakt wie die magiërs nu precies waren en met hoeveel ze waren. Ook in dit bijbelverhaal geldt: wat niet verteld wordt is kennelijk niet belangrijk. Wat die geschenken goud, wierook en mirre betekenen is moeilijk te zeggen. Ja, ze doen denken aan de profetie van Jesaja, die we zojuist lazen. Over de rijkdom van vreemde volkeren, die beladen zijn met wierook en goud. De traditie heeft die geschenken proberen te verklaren op de meest uiteenlopende wijzen. Zo werd veelal gezegd dat het goud naar Jezus' koningschap verwijst, de wierook naar Jezus' priesterschap en de mirre naar Jezus' zalving als Messias. Maar een vroege kerkvader maakte hier wel erg praktisch gehakt van en zij heel praktisch: het goud was voor Jezus vanwege de armoede in de stal, de mirre was om de vieze stal te ontsmetten, en de wierook was tegen de stank... Tja, zo kun je er ook naar kijken.

De bijbel maakt het met bekende verhalen ons niet altijd makkelijk. Want bekende verhalen gaan hun eigen weg, en dan is het lastig om het oorspronkelijke verhaal met zijn eigen functie in het grotere verhaal terug te halen. Ik moet denken aan een anekdote die de schrijver Boudewijn Büch ooit vertelde. Hij is bekend geworden met het boek 'De kleine blonde dood', dat later ook verfilmd is. En hij was ooit op een middelbare school waar hij kwam vertellen over zijn boek. Daar kreeg hij het aan de stok met een leerling die bij hoog en laag beweerde dat iets wat de schrijver vertelde uit zijn boek niet waar was. Hoe die leerling dat zo zeker wist? Hij had de film gezien... Ook het verhaal van de drie koningen, en sowieso het hele kerstverhaal, is zo vaak en zo creatief uitgebeeld dat het verhaal op zichzelf komt te staan. En dat je je dan wel eens kunt afvragen: ja, maar waar gaat het verhaal nu eigenlijk over?