Het verhaal van de
voetwassing door Jezus is even vertrouwd als vreemd voor ons. We kennen het.
Maar we doen het niet. Wel vieren we vandaag het Avondmaal, dat Jezus in de
andere Evangeliën op hetzelfde moment instelde. Dat is voor ons genoeg. Wat
lopen we mis?
Er wordt iets
heel wezenlijks gezegd over de verhouding tussen de leerlingen en Jezus en
tussen de leerlingen onderling. Jezus zegt: 'Begrijpen jullie wat ik gedaan
heb? Jullie zeggen altijd "meester" en "Heer" tegen me, en
terecht, want dat ben ik ook.' Dat intrigeert me. 'En terecht, want dat ben ik
ook.' Hoezeer Jezus' gebaar de omgangsvormen op zijn kop zet, hij laat de
verhoudingen bestaan. Daarin verandert niets. Sterker nog, hij vult later aan:
'Waarachtig, ik verzeker jullie, een slaaf is niet meer dan zijn meester, en
een afgezant niet meer dan wie hem zendt.' Hoe radicaal het Evangelie ook is in
zijn omgangsvormen, de verhoudingen blijven bestaan. We denken gauw dat dat
niet zo is, omdat de omgangsvormen anders zijn. Maar de kern is juist dat het
hem daar niet in zit.
Waarom is Jezus' voorbeeld dan zo ongemakkelijk?
Jezus zet wel
degelijk iets op zijn kop. Daarom reageert Petrus ook zo ongemakkelijk.






