woensdag 4 december 2013

Over de grens - preek gedachteniszondag 24 november 2013


Ook te beluisteren via Kerkomroep

Vandaag gedenken we onze overledenen. We doen dat op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgende week begin de Adventstijd, de verwachtingsvolle tijd voor Kerst. Maar dat voelt nu nog ver weg. Nu staan we op de grens. Een grens die wij niet over kunnen. We zijn dierbare mensen verloren, zij zijn over die grens heengegaan, en wij blijven achter. Op allerlei manieren en in een verschillende intensiteit voelen we dat het leven niet meer zo is als dat het was. We vinden onze weg er wel weer in, o jazeker wel, zo goed en soms zo kwaad als het gaat, maar soms stuiten we weer even op die grens.

Dit jaar gedenken we niet alleen onze overledenen, we voelen ons ook heel sterk verbonden met verschillende gemeenteleden die hun levensgrens zien naderen of daarvoor vrezen. We voelen wie we nog niet willen missen, en we zien hun gevecht. Het raakt ons. En het verbindt ons aan elkaar. We houden elkaar vast, we bidden voor elkaar, we sturen elkaar kaartjes. Maar het is wel veel. En hoezeer we elkaar vasthouden; het voelt ook alsof het leven tussen onze vingers doorglipt. Want we weten: uiteindelijk hebben we niets in te brengen. Helemaal niets. En welke weg moet je dan gaan?

Jezus lijkt over die grens te kunnen heenkijken. Hij kijkt aan het eind van zijn leven vooruit. Over de grens van zijn heengaan heen. 'Wees niet ongerust', zegt hij, 'maar vertrouw op God en op mij.' Poeh. Vertrouwen willen we wel, maar wat moeten we dan nu? Als Jezus achter de grens verdwijnt van waar wij kunnen komen, hoe putten we daar dan moed uit? Het is als horen roepen: 'Ik ben er hoor' maar die persoon niet zien. Waar hou je je aan vast als je zelf op die grens staat en wel hoort roepen, maar niet weet waar vandaan en waarheen? 'Jullie kennen de weg toch waar ik heen ga?' zegt Jezus. Ja, we hebben er van gehoord, maar kunnen Thomas goed begrijpen als hij zegt: 'Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen wijzen?' En ondertussen zien we wat we achterlaten, en dan kan het verlies soms groter zijn dan het vertrouwen. Je weet wat je achterlaat, maar niet waar je heen gaat.

En ook voor wie achterblijven is het soms een schrale troost te weten dat onze dierbare overledenen bij God zijn, en voel je je eerder verweesd. Soms ook letterlijk, als je laatste ouder, of je laatste grootouder is overleden. Dan schuiven alle generaties een stapje op, en gaat er iets van geborgenheid onder het dak van die oudere generatie verloren. Dat is best even confronterend. De oorsprong van het woord wees is niet helemaal duidelijk, maar het heeft iets te maken met uiteengaan, in twee├źn gaan, inderdaad een band die verbroken wordt. Uiteengaan. Omdat een dierbare een grens is overgegaan, waar je zelf niet overheen kunt gaan, noch kijken.

Jezus probeert ons wel over die grens heen te laten kijken, maar echt geruststellen doet het nog niet. Hij zegt: 'In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. Jullie kennen de weg waar ik heen ga.' Mooi. Geruststellend, ja. Er is een plaats voor ons aan de andere kant van de grens. Ontroerend. Geborgen. Maar die grens blijft er liggen. Wat voor zekerheid, wat voor houvast geeft dat nu?

De enige wijze waarop Jezus ons gerust kan stellen is om een omgekeerde beweging te maken. Van over de grens naar ons nu hier. Ons geloof is geen eenrichtingsverkeer. Niet een verrekijker naar over de grens met een vaag beeld waarin we maar moeten vertrouwen. Nee, ons geloof is tweerichtingsverkeer. Jezus belooft een pleitbezorger te sturen. Dat is iemand die naast je staat, het voor je opneemt, je bijstaat. De Geest van de waarheid noemt Jezus hem. Blijf niet te lang bij dat woordje waarheid hangen. Het is het antwoord op die vage blik die wij hebben over de grens, als we al een blik hebben. Het antwoord wil geruststellen. De Geest vertelt geen zoethoudertjes, maar erkent de hardheid van het overgaan van de grens, bemoedigt ons ook dat het daarmee niet ophoudt.

Ja, wij kunnen niet verder kijken dan die grens. We kijken er tegenaan, we zien er tegenop, of het is een onmogelijke horde om te nemen. Maar het houdt daar niet op. Vorige week vertelde collega Nienke van Andel het verhaal van Jezus waarin hij zegt: 'God is geen God van doden, maar van levenden, want voor hem zijn allen in leven.' De grenzen die wij zien in het leven, en ook tegenop zien; de grenzen tussen mensen en in het leven bestaan niet voor God. Voor hem gaat het verder. Ja, we lopen in ons leven tegen onbegrijpelijke en onmogelijke grenzen aan. Dat kan welhaast wanhopig maken. Want we proberen het te vatten; het lijkt onze enige manier om ons staande te houden. Waarom moet ons dat dan gebeuren en hoe houden we ons staande?

Jezus sust ons daar niet in, alsof we maar moeten vertrouwen en dat is het dan. Nee, hij laat ons niet als wezen achter, met een gevoel dat onze God ver weg is, nee. Totdat Jezus terugkomt heeft hij de Geest gezonden. Hij woont in ons en zal in ons blijven. Van over de grens die wij zien en ervaren, en soms zo intens en bij zovele dierbare mensen; van over de grens zendt Jezus de Geest en leeft God zo met ons mee. Letterlijk, nee niet van een afstandje, maar van binnenuit. De Geest woont in ons.


Jezus zegt: 'Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.' Laten we in alles wat ons overkomt elkaar blijven bemoedigen en troosten. Vertrouwend op de bron in ieder van ons dat de Geest in ons woont en bij ons blijft. Laten we elkaar vasthouden en daarmee een getuige zijn voor elkaar en voor de wereld dat we zeker voelen dat het leven behoorlijke hobbels, drempels en grenzen kent, maar dat het leven niet ophoudt bij die grens, en God met ons meeleeft, wat er ook gebeurt. Neem deze woorden mee: 'Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten