Posts tonen met het label David. Alle posts tonen
Posts tonen met het label David. Alle posts tonen

maandag 11 november 2013

Een gouden randje! - preek zondag 10 november 2013 Oogstdienst


Beluister de preek op Kerkomroep

In veel protestantse kerken is het gebruik om deze week dankbaar te zijn voor de oogst van het afgelopen jaar. Of men viert nog een traditionele Dankdag voor gewas en arbeid op woensdag. Of men staat stil bij de oogst op de zondag erna. Een natuurlijk moment in de meest letterlijke zin van het woord, want in de natuur is de oogst binnengehaald. Op de akkers, in de moestuinen, maar ook de kastanjes en eikels in het bos.

Toch is het ook een beetje onnatuurlijk moment, want heel veel mensen hebben niets meer met de gang van de seizoenen. We leven niet meer seizoensgebonden. Wie van u eet enkel de seizoensgroenten, en niet andijvie en sla het hele jaar door, waar het ook maar vandaan moet komen, en aardbeien met Kerst uit Israël? Het idee van danken voor de oogst staat ver van ons af. Ons werk gaat ook gewoon door. Het is nu niet afgerond, of misschien zelfs drukker dan ooit. Hoe zeer de nachten ook langer, en de dagen ook korter worden; onze werkdagen worden er niet langer of korter van.

Terugtrekken en de balans opmaken 
En toch, toch is het op een andere manier toch ook wel weer een natuurlijk moment om terug te kijken waar we dankbaar voor kunnen zijn. De herfst is het seizoen waarop de natuur tot rust komt, en wij in zekere zin toch ook. Het weer en de donkere avonden nodigen nou niet bepaald uit om erop uit te trekken, en wel om juist de gezelligheid thuis te zoeken. Of je, al dan niet noodgedwongen, terug te trekken achter de gordijnen. Niet voor iedereen de meest gezellige periode. Het kan ook eenzaam zijn. Maar het effect is in ieder geval dat mensen zich wat meer terugtrekken. En zo komt er plaats en tijd om wat langer bij de dingen stil te staan. Om eens wat langer over de dingen na te denken. En om eens de balans op te maken. Wat laat ik achter en wat neem ik mee?

Wat is jouw oogst?
En zo hebben we op een avond met een aantal gemeenteleden uit de werkende generatie teruggekeken op het afgelopen jaar. En de vraag begon voor de handliggend: wat is jouw oogst? Een aantal anderen lieten per mail hun reactie weten. En die waren een mooie input voor het gesprek. Wat is je oogst en waarvoor wil je danken? Dat bleek nog geen makkelijke vraag. Want veel van waar we dankbaar voor kunnen zijn is ook heel vanzelfsprekend. Het is er. Zo vanzelfsprekend dat je het vaak niet eens ziet. Het bleken daarom ook vaak juist de wat moeilijkere perioden te zijn die laten voelen waar we dankbaar voor kunnen zijn. Het leven loopt niet altijd zoals gepland en gehoopt. Je kunt zonder werk komen te zitten, en je realiseren dat je binnen je werkveld eigenlijk geen werk meer kunt vinden en een nieuwe weg zult moeten inslaan. Maar ook veel mensen mét werk, en onder hen zeker ook ondernemers, worden in moeilijke tijden gedwongen nieuwe wegen in te slaan. Je kunt blijven hangen in de teleurstelling dat het oude verdwijnt, maar de enige weg om verder te gaan is een nieuwe weg te zoeken. En ook in de zorg, waarin veel veranderingen op stapel staan, worden mensen gedwongen om nieuwe wegen in te slaan. Maar we worden niet graag gedwongen. We hebben het graag in eigen hand. En dat heeft ook te maken met de onzekerheid die het geeft: wat dan? Wat moeten we dan? Uit welke bron kan ik putten om verder te gaan?

Teleurstelling in de oogst 
Ook Koning David kreeg een grote teleurstelling te verwerken. In het stuk dat aan de lezing van vandaag uit 1 Kronieken vooraf gaat worden we door de Kroniekenschrijver eraan herinnerd dat David niet de tempel mocht bouwen van God. Kort gezegd: hij had teveel bloed aan zijn handen. Dat zal voor deze gedreven koning een grote teleurstelling zijn geweest. De belofte van God over zijn koningschap was groots. En hij had een mooi plaatje in zijn hoofd van hoe hij die belofte als het ware kon bezegelen, of misschien wel verzegelen. Voor God hing aan de tempel iets te veel de naam van David. En die was niet meer zo zuiver als in het begin. Voor David was er nog één belangrijke les te leren. En dat was dat alles niet van hem kwam, maar van God. En dat dus ook niet alles loopt zoals je zelf zou willen of voor ogen hebt. Maar dat het leven enige flexibiliteit vraagt. Niet vanwege de wil van de werkgevers of zo, die van flexibele arbeid een ideologie lijken te maken. Maar flexibel omdat je het leven niet zelf in de hand hebt, het leven niet van jou komt, maar van God.

En in het stuk van vandaag wordt duidelijk dat David dit begrijpt. En dat dit juist zijn dankbaarheid wekt. Hij moet de bouw van de tempel uit handen geven. En overdragen wat hij er al aan gedaan had: alle plannen,en alle verzamelde materialen en edelmetalen. En toch stemt het hem niet droevig meer. Omdat het geen nederlaag is, maar meevaren op de stoom van het leven dat God voor ogen heeft.

We zijn gasten die alles ontvangen
Nou zult u zeggen: ja, leuk gezegd allemaal, maar wat moet ik als ik mijn baan verlies, en inderdaad die nieuwe wegen moet zoeken? Wat moet ik doen als het leven niet loopt zoals gehoopt en gewoon alles misgaat? Moet ik dan dankbaar zijn? Nee, natuurlijk niet. Maar wees ook niet wanhopig dat het alleen maar van jezelf moet komen. Ja, het valt je uit handen, als zand door de vingers. Maar dat was ook al zo toen het wel ging zoals je wilde of daar wel tevreden mee was. We hebben niets van onszelf. David zegt tegen God: "Net als al onze voorouders zijn wij slechts vreemdelingen die als gasten bij u verblijven, ons bestaan op aarde is als een schaduw, zonder enige zekerheid." Het kan droevig klinken dat ons bestaan zonder enige zekerheid is. Bij David klinkt het juist dankbaar. Want het is zo. Juist die moeilijke perioden doordringen ons daar telkens van. Daar kunnen we ons tegen verzetten. Maar het is zo. En dat David dat accepteert, geeft hem de ruimte en de blik om die dingen te zien die er wel zijn, en om te zien wat er wel gebeurt. En om te zien dat het leven doorgaat. En dat de tempel er zal komen. Want om die tempel ging het toch, toch niet om hem? David leert los te laten en te vertrouwen dat het goed komt. En niet als zoethoudertje van 'ach, het komt wel goed'. Nee, als een bezield besef dat hij het leven niet in de hand heeft, maar dat alles een gave is uit de hand van God.

Zo kan er iets nieuws ontstaan waar iets anders ophield. Ook al moet je noodgedwongen een andere weg inslaan, ergens aan werken, het diepe in; het brengt je uiteindelijk iets nieuws. Lost het alles op? Nee. Maar er komt wel iets nieuws. Natuurlijk is er de teleurstelling en zijn er de vragen, maar God laat zijn gasten niet met lege handen staan. Hij laat ons niet met lege handen staan. Ook al krijgen we misschien niet wat we hadden verwacht.

Dankbaar voor wat niet vanzelfsprekend is
Maar voor die verwachting kan dankbaarheid in de plaats komen. Want als we niet automatisch krijgen wat we verwachten of verlangen, als het leven niet altijd gaat zoals we verwachten en willen; dan weten we één ding: dat het leven en wat we hebben niet vanzelfsprekend is. En dat wat we hebben dingen zijn die we ontvangen. Wanneer het leven en alles wat we krijgen niet meer vanzelfsprekend blijkt, dan kun je ervoor open staan dat je dat alles krijgt, uit de handen van God, en dat we dus dankbaar zijn. Danken voor de oogst van het jaar is daarop gericht: je even los te schudden uit de vanzelfsprekendheid. En als je dan ziet dat je alles ontvangt in je lege handen, dan kun je dankbaar zijn. Voor druiven, appels, groente uit eigen tuin, voor gezondheid en het hèbben van een baan, voor vriendschappen, voor steun juist in moeilijke tijden, voor mooie momenten juist in moeilijke tijden, die daardoor extra glans krijgen, voor nieuwe kansen, nieuwe ideeën, als het vanzelfsprekende wegvalt of als het je lukt iets nieuws te verzinnen waar je met al je energie en passie voor kunt gaan, of juist het vanzelfsprekende opzij te zetten en opnieuw te beginnen en veel meer lucht te krijgen om te ademen. Dankbaar ook gewoon voor het dagelijks brood en de luxe waarin we leven, misschien ook juist wel door ervaringen op reizen in gebieden waar het veel minder luxe is. Zoveel luxe en bezittingen en verworvenheden zijn vanzelfsprekend geworden, dat we er nog nauwelijks dankbaar voor kunnen zijn. Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak, ja. Maar, om het even om te keren: het eind van de zaak kan ook het begin van het vermaak zijn. Zoals op een reis waarin je toch beseft wat je thuis hebt, maar ook bij David die door zijn teleurstelling ziet wat hij wèl heeft, en wat hij te bieden heeft. En dat biedt hij aan, aan God, en het hele volk met hem.


Soms denken we wel eens dat we recht hebben op van alles, omdat het zo vanzelfsprekend is. Maar we mogen dankbaar zijn voor alles wat we uit Gods hand ontvangen. Dat geeft ons leven een gouden randje, zoals ook de tempel in dankbaarheid met goud werd bekleed. En dan niet zo calvinistisch zunig doen, of dat nu nodig is? Ja, dat is nodig. Want als ons bezit en ons leven niet vanzelfsprekend blijkt, staan we open voor alles wat we krijgen, omdat we het uit Gods hand ontvangen. En kunnen we dankbaar genieten. 

dinsdag 24 september 2013

Vrede is een Syrious Mission - overweging in de Vredesweek maandag 23 september 2013


Wat moet je bidden voor grote conflicten als in Syrië? We zien de verschrikkingen voorbijkomen op televisie: de ontelbare doden, de ongelofelijke verwoestingen, de mensenmassa’s op de vlucht. Waar moet je voor bidden? Ik bedoel: natuurlijk kunnen we bidden voor de slachtoffers, en om vrede. Maar tegelijk voelt dat zo machteloos. Hoe kan er nu iets veranderen? Hoe kan er een omkeer in de situatie komen? En wie is er goed? Wie is er kwaad? Een burgeroorlog is één grote in de war geraakte knoop van belangen en onderlinge conflicten. Moeten we bidden om de sterke arm van westerse bondgenoten om in te grijpen, of moeten we bidden om wijsheid voor de leiders? Dat laatste is wat we vaak doen: bidden om wijsheid voor de wereldleiders. En wat is dat dan?

Vandaag tijdens deze gebedsviering voor de vrede lezen we een lang en o zo menselijk verhaal: mensen krijgen niet wat ze willen hebben, of mensen willen niet geven wat er van hen gevraagd wordt, en dan hebben ze de neiging om te gaan slaan en op elkaar in te hakken. Hier zijn het twee mannen die een hanengevecht lijken uit te vechten, en dat lijkt niet goed af te lopen, in ieder geval niet voor de vrede.

En toch, toch is dat wel de insteek van het verhaal en van David. Vrede. En het verhaal eindigt er ook mee. Al moeten we eerlijk bekennen dat de Bijbelvertaling die we gebruiken het heeft weg vertaald. Laten we daarom maar eens beginnen bij het begin.

Hoofdstuk 25 van het eerste boek over de profeet Samuël begint met het bericht van zijn dood. Samuël sterft aan ouderdom, en hij wordt begraven. Samuël is een profeet. Dat wil zeggen iemand die laten we zeggen de stem van God laat klinken, zo je wilt het geweten laat spreken. Samuël is het geweten van Israël en diens koningen. Ja, en ook letterlijk koningen in meervoud, want het zit allemaal een beetje lastig in elkaar. Israël had eerst geen koningen en nu zitten ze er opeens met twee. Dat komt omdat Samuël eerst op Gods aanwijzing Saul aanwees als koning. Maar toen Saul God voor zijn karretje wilde spannen bedankte God voor de eer en droeg Samuël op nu David als koning te zalven. Dat leverde natuurlijk een tweestrijd op en Saul zette een heuse kruistocht op ‘to smoke him out of his hole and hunt them down’. David werd vervolgd en achtervolgd als een terrorist. Met tussentijdse bestanden, maar het gaat niet meer goedkomen tussen Saul en David.

En nu, nu is Samuël dood. Hoewel hij niets in te brengen heeft in het conflict tussen Saul en David, is hij wel het morele geweten van David. Want hoe voer je een strijd, en hoe ben je koning te midden van tal van conflicten? Geen enkele wereldleider kan voorkomen dat hij onderwerp is van conflicten en hoe ga je daarmee om? We weten niet in hoeverre David en de profeet Samuël nog contact hadden, en in hoeverre dat nog mogelijk was in het conflict, maar in de wetenschap dat Samuël er nog was kon David vooruit. En nu Samuël dood is? Het verhaal begint dat hij naar de woestijn van Paran gaat. Nee, letterlijker: hij daalt af naar de woestijn van Paran. Het is een neergang, misschien ook een morele neergang, lager bij de grond, platter, banaler. Hoe houdt David zijn moraal hoog?

De politicus in hem weet dat als je niets hebt, je moet zorgen dat je krediet krijgt door goed te doen en economische groei te verschaffen. Dat doet David door met zijn manschappen herders over de herders te worden, de schapen te beschermen, zodat de oogst van wol enorm is voor de eigenaar van de schapen, Nabal. En als er dan een groot schaapscheerdersfeest is, hoopt David aan te mogen schuiven uit dankbaarheid voor de bewezen diensten.

Maar nu leren we deze eigenaar kennen: Nabal zegt bot: nee. Zijn naam betekent Dwaas. En een dwaas is hij. En de bijbellezer hoort dan door die naam heen een zin uit een psalm: ‘De dwaas zegt: er is geen God’. Met andere woorden: een dwaas is in de bijbel iemand die aan niemand een boodschap heeft, aan God al helemaal niet, zijn eigen gang gaat en God noch gebod kent.

En dat, terwijl David in vrede kwam. Want dat staat er letterlijk. David zegt tegen zijn mannen dat ze tegen Nabal moeten zeggen: ‘Vrede zij u, vrede zij uw familie, vrede over al uw vee.’ Maar er is geen vrede als de ander hem niet aanneemt. En dan? David is woest. Hij heeft de neiging om als het niet goedschiks gaat de vrede dan maar kwaadschiks op te leggen. Is dat wel zo verstandig? Leert de recente wereldgeschiedenis ook niet dat hoe nobel ons streven naar vrede is, je vrede nooit kunt opleggen? Natuurlijk is er een zekere terroristische dreiging die je serieus moet nemen, maar in hoeverre is de steun voor die terroristen nu werkelijk afgenomen door het ingrijpen in Irak en Afghanistan? En wat is de wereld daar beter van geworden? Is er iets aan de hand? Ja natuurlijk, maar waar dien je de vrede mee? Kun je zomaar vrede opleggen met militaire middelen? Achter alle geo-politieke spelletjes tussen de grootmachten van deze wereld is dat toch uiteindelijk de vraag: waar dien je de vrede mee? En misschien is dat wel door juist in het klein iets te betekenen voor de slachtoffers van het conflict, zoals de kinderen in vluchtelingenkampen in Jordanië, die het kind van de rekening zijn.

In de mannenwereld van de bijbel is het niet zelden een vrouw die uiteindelijk de doorslag geeft. Abigaïl heet ze. Vaders vreugde betekent haar naam. Waar Nabal God de Vader links laat liggen, is Abigaïls Vaders vreugde. Vrouwe Wijsheid naast de Dwaas. Zij grijpt in op een andere manier. Zij zoekt de verbondenheid met David. Zij daalt met David af, zo staat het er. Zij daalt af David daalt af haar tegemoet. Als een mens zich zo verlaagt tot geweld moet je daar verbinding met hem zoeken, dat is pas vrede stichten. Drie keer staat er dat God David zo ervan weerhoudt het recht in eigen hand te nemen en bloedschuld op zich te laden. Het zou Davids toekomstig koningschap zwaar belasten, als hij bloed aan zijn handen heeft dat anderen kunnen vergelden. En het is niet aan David om het recht in eigen hand te nemen. Vrede is niet iets dat je af kunt dwingen met militaire middelen. Vrede is iets dat alleen met wijsheid gestalte krijgt. Vandaag krijgt het gestalte in Abigaïl. Drie keer staat er dat David zo ervan weerhouden is het recht in eigen hand te nemen en bloedschuld op zich te laden. Als het er drie keer staat, dan is God hier aan het woord. Twee keer zegt Abigaïl het; de derde keer neemt David het van haar over. Hij aanvaardt haar geschenken en zegt dan letterlijk: Ga heen in vrede!

In die vrede kan Nabal niet leven. Zijn hart versteent in zijn binnenste – zoals hij is zo zal hij zijn – en hij komt te overlijden. Abigaïl, die de verbinding zocht met David in een vredesverbond, wordt zijn vrouw.

Ook al hebben we het gevoel zo vaak het recht aan onze kant te hebben, of het recht te steunen, hoeveel rotzakken er ook aan de macht zijn die hun macht niet verdienen; echte vrede is een zaak van wijsheid. En van zachte krachten. Van het zoeken naar verbinding met mensen. Over grenzen heen van landen en culturen en religies. Soms ontberen wij de taalvaardigheid om elkaar te verstaan, en dan is er gelukkig nog de taal van muziek, waarmee de artiesten van Syrious Mission de kinderen in de vluchtelingenkampen even de oorlog laten vergeten. Afgedaald naar het vluchtelingenkamp worden ze even weer op de bergtop gezet met een uitzicht op vrede. Moge God die vrede geven.

dinsdag 12 maart 2013

Geen vergoeding maar verzoening - preek 10 maart 2013

Tekst: 2Samuël 14: 1-24 en Lucas 15: 11-32

Wat doe je als je kind zich tegen je keert? Iedere ouder maakt in een verschillende intensiteit mee dat zijn kind tijdens de pubertijd zich gaat afzetten. Een eigen mening heeft, opstandig wordt, zijn eigen weg forceert. En vaak willen ze juist helemaal niets, en is wat vroeg leuk en lief was, nu stom, want ‘ik ben geen kind meer!’ Hoewel ouders dit tot wanhoop kan drijven in een eengezinswoning, die ‘hotel mama’ is gaan heten; vaak komt er na een aantal jaren een balans tussen volwassenheid en kind zijn, en krijg je er nieuwe volwassen kinderen voor terug. Een hele overgang, en niet zonder weemoed, en het gezin breidt zich langzaam maar zeker uit, maar je blijft in ieder geval bij elkaar, in een nieuwe verhouding.

Maar wat als dat niet zo is? Behalve door scheidingen van ouders vallen ook gezinnen uiteen doordat kinderen zich tegen hun ouders keren, of andersom. Vanwege wederzijds onbegrip, of omdat er iets gebeurd is. Soms is het eigenlijk te knullig voor woorden wat er gebeurde, maar heeft het klimmen der jaren, of talloze andere kleine akkefietjes, de kloof onoverbrugbaar gemaakt. En zie die dan nog maar eens te overbruggen. Verdriet, dat dan heel veel overeenkomsten heeft met rouw, om een kind dat niet meer in je buurt is, maakt je lamgeslagen en ontneemt je alle moed om elkaar te naderen. Of het is koppigheid, maar vol woede en onbegrip, die je opsluit in het verdedigingswerk van je eigen gelijk, om de pijn niet te hoeven voelen.

En dan is er die vader in dat verhaal van Jezus, en lijkt het allemaal zo simpel. Maar het is niet voor niets een beeld van God. En die zoon maakt het bont. Hij eist zijn erfdeel op. Dat betekent eigenlijk zoveel als dat hij zijn vader dood wenst… Want hij wil zijn erfenis verzilveren. Hoe erg kun je je vader vernederen? En hoe erg worden ouders vernederd die telkens moeten opdraaien voor de weg die hun kinderen gaan, of die zich te zeer vader en moeder voelen om hun kind in zijn eigen sop gaar te laten koken?

Vader David bakt er niets van. En ik zeg expres ‘vader’ David en niet Koning David. Hoewel het een niet los van het ander staat. In de dynastie, de erfopvolging, die er eigenlijk nog niet eens is, omdat David de eerste in lijn zal zijn, wordt een erfopvolging wel verondersteld en is Koning David natuurlijk wel de vader van de volgende koning. Maar welke zoon wordt koning? Zo goed en voorbeeldig als David Koning is, zo krachteloos, besluiteloos en weinig principieel is hij als vader. We hebben eerder al kunnen lezen hoe David de vrouw van Uria afpakte, en hem de dood in joeg toen ze zwanger bleek te zijn. Zo liet David zien dat hij niet vertrouwde op God voor de toekomst, maar de toekomst in eigen hand wilde nemen. Het kind dat daaruit geboren werd had daarom ook geen toekomst. Maar al gauw werd Batseba opnieuw zwanger en werd Salomo geboren. Met zijn bijnaam ‘Lieveling van de Heer’ en met onze kennis van hoe het verhaal verder gaat weten we hoe het verhaal verder gaat en dat Salomo de volgende koning zal worden. Maar op dat moment is daar nog geen sprake van. Sterker nog, op het huis van David, de familiebanden, rustte geen zegen meer. Wanneer iemand de verhoudingen verstoort kan hij niet verwachten dat de andere verhoudingen intact en vredig blijven. Met dat David zich Uria’s vrouw toeëigend en bezwangert, is de beer los in zijn gezin. De profeet Nathan voorspelt het: voortaan zullen moord en doodslag in je koningshuis om zich heen grijpen. David heeft de vrede in zijn huis verspeeld. Misschien is het daarom wel dat vader David zo slap handelt als zijn oudste zoon Amnon zijn halfzus Tamar neemt, onteert, en voor grof vuil langs de weg zet. Er staat weliswaar: ‘Toen koning David hoorde wat er gebeurd was, werd hij woedend’. Maar daar blijft het ook bij. Hij doet niets. Hij lijkt wel vader Jakob, die na de ontering van zijn dochter Dina door Sichem, eerder geneigd is het op een akkoordje te gooien dan op te komen voor zijn dochter en voor zijn gezin als geheel. Mooie pater familias, Jakob, maar ook David.

Wat gebeurde er daarna in de familie van David, en wat maakte David van held ineens tot anti-held? Met dat David niets doet, verdwijnt zijn dochter Tamar in de anonimiteit bij haar broer Absalom. Daarover vertelt het verhaal dat ze ‘van het leven afgesneden’ is. Dat gaat over meer dan dat ze nu niet meer goed in de huwelijksmarkt ligt, omdat ze onteerd is en dus geen kinderen zal krijgen en een gewoon leven kan leiden. Dat zij van het leven is afgesneden is de opmaat naar het vervolg, waarin de dood de overhand lijkt te hebben. Absalom zint op wraak en wil zijn broer Amnon vermoorden vanwege de verkrachting van hun zus. Eerwraak. David zou daar eigenlijk getuige van moeten zijn in het plan van Absalom, maar David acht dat onverstandig. Daarmee ontwijkt David de beladen familiebanden en de mogelijke dreiging die daarin schuilt. Maar ook ontwijkt David de bedreigingen van zijn koningschap. Dat het feest in Efraïm gehouden wordt, in het Noordelijk deel van het rijk, dat David ook maar als koning heeft opgelegd gekregen, is Absalom bezig een machtsbasis te ontwikkelen. De machtige en daadkrachtige koning David is in geen velden of wegen te bekennen; hij laat het gebeuren.

De dood van Amnon dompelt hem in rouw. De dood krijgt vat op zijn huis. En David doet niets, helemaal niets om het leven weer te zoeken. Zoals hij na de dood van zijn naamloze kind van hem en Batseba weer opstond en daarmee liet zien dat hij zijn toekomst weer in de handen van God legde; zo blijft David hier hangen bij de dood. Over en uit, klaar. Leven wordt overleven. En dan regeren rouw, zelfbeklag, angst, woede, en uiteindelijk de dood. Na een periode van drie jaar rouw vat David het plan op om Absalom te doden. Eerst was er eerwraak; nu is er bloedwraak op handen. De dood in het kwadraat. En elke moord zal het erger maken. Want elke dode zal weer een dode vragen, en weer, en weer, en weer. Als Jezus zegt: heb uw vijanden lief en: als iemand je slaat, keer hem dan je andere wang toe; dan gaat het niet eens zozeer om pacifisme, vredelievendheid en wapenloosheid, maar om het doorbreken van deze cirkel van bloedwraak. Van de voortdurende vergelding van iemands dood op de dader. En vervolgens weer op de dader daarvan, en daarvan, en daarvan.

Opperbevelhebber Joab grijpt in. Zijn overwegingen weten we niet. Maar dat het de opperbevelhebber van het leger is, en niet de profeet Nathan, doet vermoeden dat er toch ook een militair belang meespeelt. Je kunt Absalom maar beter dichtbij je houden, dan zie je tenminste wat hij doet. In plaats van dat hij ver weg in het Noorden vrij spel heeft in het uitbreiden van zijn machtsbasis. Maar het verhaal gaat dieper: de vrouw vraagt in haar verhaal om de rouw te doorbreken en haar enig overgebleven zoon te laten leven. Want, zegt ze: ‘Zo zullen ze het laatste kooltje dat mij rest uitdoven, en dan zal er op aarde niets meer zijn dat nog aan mijn man en zijn naam herinnert.’ Dit verwijst overigens vooruit naar de uiteindelijke dood van Absalom die de macht zal grijpen. Na zijn dood staat er: ‘Absalom had bij zijn leven voor zichzelf een gedenkteken opgericht in de Koningsvallei. Omdat hij, zoals hij zei, geen zoon had om zijn naam te doen voortleven, gaf hij de gedenksteen zijn eigen naam.’ Het gaat hier dus om toekomst, om leven. Om niet te blijven bij de rouw en de dood, en dus ook niet bij de schuld. Schuld blokkeert relaties. Wanneer gebeurtenissen blijven hangen tussen mensen verwijderen ze van elkaar. Om vervolgens schuld op schuld te stapelen. Want waar er twee kijven hebben er twee schuld. En ja, hier gaat het niet om zomaar iets, maar om dood. En bij de verloren zoon in het verhaal van Jezus gaat het om het dood wensen van de vader. Maar wat is het alternatief voor verzoening? Nog meer schuld. De vrouw die bij David komt geeft met haar verhaal als weduwe en moeder van twee zoons, waarvan er één is gestorven, geeft een heel helder beeld: als de andere zoon uit wraak gedood wordt, is het over en uit voor haar. David kan daar tegenover stellen dat hij nog meer zoons heeft. Het staat of valt niet met deze twee, en Salomo zal uiteindelijk koning worden. En wij zoeken ook wel alternatieve mensen om mee om te gaan als andere relaties stokken. Maar dit verhaal van de vrouw laat zien dat het wel een keer ophoudt. En dan blijf je alleen achter. Veel beter dan alternatieven te zoeken in andere mensen is om je te verzoenen, omdat het leven anders stokt. Je kunt niet leven in rouw en schuld. Daar is geen vergoeding en laat staan vergelding voor. Geen vergoeding, maar verzoening; dat is het motto van deze verhalen.

David komt aan die verzoening niet toe. Hij haalt Absalom terug maar ontvangt hem niet. Bij Absalom is aan de andere kant ook geen berouw. Een gewapende vrede, die uiteindelijk zal escaleren. Zowel berouw als verzoening is er wel bij de verloren zoon en zijn vader. Daar is er eerst berouw en dan verzoening, maar een noodzakelijke volgorde is dit niet. Het is niet: eerst berouw en dan verzoening. De wil om je te verzoenen met iemand kan berouw of een simpel sorry voortbrengen. In ieder geval blijf je zelf niet in een eeuwige cirkel van wrok zitten. Nog los van dat waar twee kijven er ongetwijfeld twee schuld hebben, al is het maar de schuld om je niet te willen verzoenen. We hoeven onszelf daarin niet staande te houden. In de armen van de Vader zijn ook wij niet verloren, maar opgenomen, teruggenomen, in het huis van de Vader.